Ineens ging het over immigratie

Campagne De inzet leek duidelijk: de campagne ging over klimaat, Klaver (GroenLinks) en Baudet (FvD) waren de winnaars. Maar de schietpartij in Utrecht veranderde alles. Het debat ging dinsdag over immigratie, tot vreugde van Baudet en Wilders (PVV).

Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN / EPA

Het was tot maandagochtend de verkiezingscampagne geweest van het klimaat. Met twee gedoodverfde winnaars, Jesse Klaver van GroenLinks en Thierry Baudet van Forum voor Democratie. En veel verliezers – in de peilingen staan vooral D66 en CDA op fors verlies. Bij de verkiezingen deze woensdag voor de Provinciale Staten, die de Eerste Kamer kiezen, raakt Rutte III vrijwel zeker de krappe meerderheid in die Eerste Kamer kwijt.

Maar toen werden er drie mensen doodgeschoten in een tram in Utrecht en was alles anders. De campagne werd 24 uur stilgelegd door alle partijen, behalve door FvD. Thierry Baudet wekte bij de andere partijen afkeer met de beslissing dat zijn campagneavond in het Scheveningse Kurhaus gewoon door zou gaan, met als belangrijkste thema: migratie.

FvD probeert daar al vanaf het begin van de campagne een verkiezingsthema van te maken. Zonder succes, tot maandag. PVV-leider Geert Wilders, die ook was gestopt met zijn verkiezingscampagne, zag hoe Baudet ‘zijn’ onderwerp naar zich toe haalde. Alweer. Later op de dag begon Wilders toch te twitteren – over verdachte Gökmen T., en over Rutte. Hij gaf een opsomming van de misdaden van T. en schreef: „Wat een verrijking, die multiculturele samenleving…” Baudet bleef hierdoor een van de hoofdrolspelers in de campagne. Klaver was dat niet meer.

Het zag er even vriendelijk uit

Aan het begin van het slotdebat van de NOS, dinsdagavond in het Provinciehuis in Arnhem, stonden dertien politieke leiders als een groepje bij elkaar op het podium – om eerst iets te zeggen over Utrecht. Het zag er heel even vriendelijk uit. Lodewijk Asscher (PvdA) wenste alle betrokkenen sterkte, Mark Rutte (VVD) had die middag met ambulancepersoneel en politieagenten in Utrecht gepraat, hij was erg onder de indruk geweest van „die kanjers”. Maar Geert Wilders (PVV) zei dat hij „onpasselijk” werd van de „krokodillentranen” van Rutte en Buma die „deze mensen” in Nederland hadden toegelaten. Baudet deed meteen mee. „Ik ben het eens met Wilders.”

Het was niet Rob Jetten (D66), die ná Baudet aan de beurt was, maar Jesse Klaver (GroenLinks) die er scherp over was. „Het is buitengewoon ongepast hoe sommige collega’s reageren. Dit is niet het moment voor politieke statements. Ik heb hier geen woorden voor.”

Al heeft GroenLinks de campagnewind deze week niet meer in de rug, die partij kan vermoedelijk nog steeds rekenen op steun van een flinke groep kiezers die zich zorgen maakt over klimaatverandering. Voor Jetten zou het weleens slechter kunnen uitpakken, nu het daar nog nauwelijks over ging de afgelopen dagen. Hij wil D66 ook graag neerzetten als dé klimaatpartij, maar is nog maar net begonnen als fractievoorzitter. Klaver kon de afgelopen tijd met een gerust hart aanzien hoe Jetten over het klimaat praatte – hoe meer aandacht voor duurzaamheid, is zijn idee, des te beter het voor hem is.

In het slotdebat kwam Jetten zelf ook nog met een ander onderwerp, in zijn één-op-één debat tegenover Klaver: internationale samenwerking.

Het CDA staat er, net als D66, slecht voor in de peilingen. Maar die partij heeft als belangrijk voordeel: een achterban die meestal ook echt de moeite neemt om te gaan stemmen. Bij Provinciale Statenverkiezingen is de opkomst al sinds de jaren 90 laag, rond de 50 procent. Partijen die het vooral van ontevreden kiezers moeten hebben, zoals de PVV en SP, krijgen hun achterban vaak moeilijk naar de stembus.

De ChristenUnie is de enige coalitiepartij die al heel lang op winst staat. Het is nauwelijks voorstelbaar dat de verschuiving van de campagneaandacht daar invloed op zal hebben.

Voor de VVD ligt dat anders, met Mark Rutte als premier. Hij is dezer dagen voortdurend in beeld als de leider van het land, hij verwoordt de woede en angst van mensen, prijst hulpverleners. Hij legde dinsdagmiddag bloemen op het 24 Oktoberplein in Utrecht, de plek van de aanslag. Even daarvoor had hij in de Tweede Kamer gezegd: „Utrecht ligt in het hart van ons land. En Nederland is in het hart geraakt.” Al probeerde Rutte de campagne en zijn eigen partij verre van zich te houden in de persconferenties over de aanslag, het kan bijna niet anders dan dat zijn optredens deze week de VVD gaan helpen. Zeker omdat de verdachte snel was gearresteerd.

Black-out van Rutte

Wat voor de VVD vast en zeker totaal onverwacht kwam, was de black-out van Rutte in het slotdebat. De eerdere debatten had hij laten doen door fractievoorzitter Klaas Dijkhoff. Rutte staat bekend als zo’n beetje de beste debater van het Binnenhof. In zo’n laatste debat kan dat kiezers net het laatste zetje geven. Maar in een debat met Asscher kon Rutte opeens niet meer op het tweede voorbeeld komen dat hij had bedacht – om duidelijk te maken dat de PvdA mensen tegenover elkaar zet, in plaats van naast elkaar. De politicus die zichzelf in zo’n beetje elke situatie kan beheersen, zag er ineens bijna wanhopig uit. Hij riep om zijn politiek assistent, Caroliene Hermans: „Caroliene, help!”

Asscher glimlachte en vroeg het Rutte na, pesterig. Waar was toch Caroliene?

Het tweede voorbeeld wist de premier later toch nog. Over bedrijven. „Er is helemaal geen tegenstelling tussen de belangen van bedrijven en de belangen van mensen.” Veel indruk maakte het niet meer.