Niet alle afval verdient de kwalificatie ‘afvalstof’

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht.

Een foto gemaakt in het zuiden van Polen.
Een foto gemaakt in het zuiden van Polen.

Eind 2010, begin 2011 bracht een Tsjechische firma zo’n 20.000 ton geobol, een mengsel van teerzuur, koolstof en calciumoxide, van Litvínov in Tsjechië naar Katowice in Polen. Een half jaar later bestempelden de Poolse autoriteiten dit als illegaal, omdat niet aan de formaliteiten voor handel in afvalstoffen was voldaan. Polen eiste terugname door Tsjechië, zoals Europese regels bij illegale handel in afval voorschrijven. Tsjechië weigerde: het zou niet om afval gaan. Een milieuorganisatie klaagde over dit gesoebat bij de Europese Commissie, die concludeerde dat de geobol moest worden aangemerkt als ‘afvalstof’. Ze droeg Tsjechië op het mengsel terug te nemen. Dat land piekerde er niet over. De Commissie vroeg daarop in 2016 het Europees Hof de weerspannige EU-lidstaat te veroordelen, omdat die zijn verplichtingen niet zou nakomen. Om Tsjechië veroordeeld te krijgen, moest de Commissie bewijzen dat geobol een afvalstof is.

Een afvalstof wordt in de Europese verordeningen gedefinieerd als „elke stof of elk voorwerp […] waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”. De kwalificatie ‘afvalstof’ hangt volgens het Hof dan ook vooral af van het gedrag van de houder. Maar de Commissie draagt volgens het Hof geen enkel bewijsmiddel aan dat hout snijdt. Zo betwist niemand dat teerzuur, als restproduct van olieraffinage, een afvalstof is. Maar daaruit kan niet worden afgeleid, zoals de Commissie doet, dat teerzuur gemengd met koolstof en calciumoxide ook een afvalstof oplevert. Te minder daar dit mengsel destijds mocht worden gebruikt als brandstof in cementfabrieken. Mogelijke risico’s voor mens of milieu, zoals de Commissie aanvoert, zijn evenmin beslissend voor het predicaat ‘afvalstof’. Kortom, de Commissie slaagt er niet in te bewijzen dat Tsjechië in gebreke is gebleven door te weigeren het mengsel terug te nemen.

Uitspraak: ECLI:EU:C:2019:200