Laatste mensenrechtenactivist in Tsjetsjenië veroordeeld – zogenaamd vanwege drugs

Organisatie Memorial De Tsjetsjeense mensenrechtenactivist Ojoeb Titiëv, die onderzoek deed naar de executie van 27 jonge Tsjetsjenen, werd maandag veroordeeld tot vier jaar cel. De officiële lezing is dat hij drugs in zijn bezit had.

Ojoeb Titiëv en zijn advocaat Pjotr Zaikin terwijl de rechter maandag het vonnis uitspreekt in de rechtbank van Sjali.
Ojoeb Titiëv en zijn advocaat Pjotr Zaikin terwijl de rechter maandag het vonnis uitspreekt in de rechtbank van Sjali.

Het was maar een drugszaakje, maar het voorlezen van het vonnis tegen de Tsjetsjeense mensenrechtenactivist Ojoeb Titiëv duurde meer dan acht uur.

De rechter citeerde grote delen van het strafdossier: getuigenverklaringen, processen verbaal. Al die tijd moest Titiëv blijven staan, in zijn metalen verdachtenkooi. Hij onderging het met een berustende glimlach op het gezicht. Ze gaan me veroordelen, zo had hij van tevoren al gezegd.

Titiëv is de voorzitter van de lokale afdeling van de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial. Maandag legde de rechtbank van Sjali, een stad even buiten de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny, hem vier jaar cel op wegens het bezit van 200 gram marihuana. De mensenrechtenactivist zegt dat hij onschuldig is. Volgens vrienden en collega’s is de ‘drugszaak’ in scene gezet. „Ojoeb heeft zijn hele leven nooit gerookt”, zegt Memorial-collega Oleg Orlov. „Nooit één sigaret. En al helemáál geen hasj.”

Lees ook: Tsjetsjenië maakt weer jacht op homo's

Op de ochtend van 9 januari vorig jaar, de eerste werkdag na de feestdagen, reed Titiëv in zijn Lada naar een afspraak, toen hij door de Tsjetsjeense politie werd aangehouden. Een kennis die langsreed, zag het gebeuren. Titiëv maakte een gebaar: doorrijden! De mensenrechtenactivist wilde anderen niet in gevaar brengen. Terwijl een agent de kofferbank controleerde, viste een tweede onder de voorstoel een zwarte plastic zak vandaan, met daarin ongeveer 200 gram marihuana.

Twee joints

Als Orlov spreekt over de zaak tegen Titiëv, gebruikt hij het Russische werkwoord podbrosit, dat letterlijk ‘opgooien’ betekent, maar meestal wordt gebruikt voor situaties waarin de Russische politie belastend materiaal neerlegt om iemand te kunnen arresteren.

Hetzelfde gebeurde tien dagen later, op het kantoor van Memorial in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. Bij huiszoeking vond de politie op het open balkon een blikje met daarin de restanten van twee joints. Het was regenachtig weer, maar op de een of andere manier waren de peuken kurkdroog gebleven, vertelt Orlov. „Het was zo onbeholpen gedaan dat de ‘vondst’ verder niet eens is gebruikt.”

Op het hoofdkantoor van Memorial in Moskou wist men genoeg. „We begrepen dat ze de volgende keer wapens zouden vinden.” Het kantoor in Grzozny is opgedoekt, de medewerkers zijn geëvacueerd.

Het einde van het werk van Memorial betekent dat in Tsjetsjenië geen enkele serieuze mensenrechtenorganisatie meer actief is, zegt Orlov. Alle andere organisaties, zoals het lokale ‘Comité tegen martelingen’ zijn intussen de mond gesnoerd. Daarmee is er lokaal geen toezicht meer op de grove mensenrechtenschendingen die in Tsjetsjenië aan de orde van de dag zijn.

Totalitair ‘islamitisch’ bewind

De Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov was de man die voor Moskou het Tsjetsjeense verzet opruimde. In ruil daarvoor wordt hem niets in de weg gelegd. Kadyrov heeft korte metten gemaakt met concurrenten voor de macht, en heeft zijn zakken gevuld met de miljardensubsidies die van de Russische hoofdstad Moskou naar de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny stromen. Tegelijkertijd heeft hij een totalitair ‘islamitisch’ bewind gevestigd dat wordt gekenmerkt door onderdrukking en geweld.

In 2017 ontstond wereldwijd grote verontwaardiging, nadat bekend werd dat er tientallen Tsjetsjeense homo’s waren opgepakt en gemarteld – en in een enkel geval vermoord. Die ophef was terecht, zegt Orlov. „Maar we moeten niet vergeten dat er in Tsjetsjenië élke dag wordt gemarteld, ook door de lokale politie, in heel gewone zaken. Dat is normaal.”

‘Hartaanval’

Eind 2016, na de moord op een politieman, liet Kadyrov honderden Tsjetsjeense jongemannen oppakken. Tientallen van hen zijn verdwenen. De Russische krant Novaja Gazeta publiceerde in 2017 een lijst met 27 namen van Tsjetjseense mannen die volgens de Russische krant zonder vorm van proces waren geëxecuteerd. Intussen is de dood van vier van de ‘lijst van 27’ bevestigd, zo vertelt Orlov. Bij één van de vier omgekomen jongemannen gaf de arts na lijkschouwing een ‘hartaanval’ op als doodsoorzaak. „Anderen zouden volgens de Tsjetsjeense autoriteiten vertrokken zijn naar Syrië”, zegt Orlov. „Dat is wel vreemd, want wij hebben de foto’s die zijn genomen ná hun arrestaties.”

Titiëv, zo vertelt Orlov, speelde een leidende rol in het onderzoek naar de verdwenen mannen van de ‘lijst van 27’. „Het is duidelijk dat daarom is besloten een einde te maken aan zijn werk”, zegt Orlov.

Na het vonnis belt Orlov terug vanuit Sjali. Met een droevig gemoed, zo vertelt hij over de krakende lijn, maar ook met een sprankje hoop. „Ojoeb heeft geen gewone gevangenisstraf gekregen, maar gaat naar een inrichting met een licht regime. Dat betekent dat hij eerder vrij kan komen.”