Recensie

Recensie Beeldende kunst

Fotograaf Luigi Ghirri hield van gewone dingen

Tentoonstelling Luigi Ghirri toont ons een ander Italië dan we kennen uit de reisgidsen. Zijn foto’s, die een voorliefde tonen voor de banaliteit van het alledaagse leven, zijn nu te zien op een schitterend overzicht in Parijs.

Luigi Ghirri, Orbetello (1974)
Luigi Ghirri, Orbetello (1974) Foto Estate Luigi Ghirri
    • Sandra Smallenburg

Zou hij verlegen zijn geweest? Zou de Italiaanse fotograaf Luigi Ghirri daarom steeds een beetje stiekem, als een voyeur, mensen op hun rug hebben gefotografeerd? Het is de eerste gedachte die bij je opkomt wanneer je in het Parijse Jeu de Paume rondloopt over Ghirri’s fenomenale overzichtstentoonstelling The Map and the Territory. Zijn kleine kleurenfoto’s tonen keer op keer mensen die zich onbespied wanen. Een man in een rode jas die tegen het glas van een bushokje leunt. Een vrouw in een plooirok die voor hem de trap oploopt. Een ouder echtpaar dat op een bankje geniet van het uitzicht op een besneeuwde bergtop. Altijd is er die afstand, alsof Ghirri zijn onderwerpen niet durfde te benaderen.

Gaandeweg de tentoonstelling, die zo’n vierhonderd foto’s in veertien series omvat, begin je te begrijpen dat de Italiaan juist precies wist wat hij wilde. Al zijn foto’s gaan over kijken, over hoe wij de wereld om ons heen ervaren. „Ik heb veel mensen van achteren gefotografeerd terwijl ze kijken naar schilderijen, plattegronden of wandelkaarten”, zei Ghirri in een van de vele teksten die hij schreef over fotografie. „Daarmee wilde ik de personen een oneindig aantal van mogelijke identiteiten geven, van fotograaf tot onderwerp, van degene naar wie gekeken wordt tot degene die zelf kijkt. We zijn allemaal acteurs in gebeurtenissen die we niet helemaal begrijpen.”

Luigi Ghirri (1943-1992) maakte zijn beste werken in de jaren zeventig, in een tijd dat de kunstwereld nog neerkeek op kleurenfotografie. Echte fotografen werkten in zwart-wit, kleur was iets voor reclames en billboards. Maar Ghirri was stellig in zijn keuze: „Ik neem foto’s in kleur omdat de echte wereld in kleur is en omdat de kleurenfilm is uitgevonden.” Hij werkte altijd met een Canon-compactcamera en Kodachrome-film, wat zijn foto’s die heerlijke dromerige kleuren geeft. De rolletjes liet hij gewoon bij een fotowinkel ontwikkelen.

Luigi Ghirri, ‘∞’ Pescara (1972) Foto Estate Luigi Ghirri

Vanwege het terloopse karakter doen Ghirri’s foto’s denken aan die van beroemde Amerikanen als William Eggleston, Joel Meyerowitz, Joel Sternfield of Stephen Shore. Net als zij interesseerde Ghirri zich voor de banaliteit van het alledaagse leven: fastfood in wegrestaurants, tankstations en snelwegen, of lullige plantjes in de vensterbank. Maar anders dan de Amerikanen, die hun beelden schoten tijdens kilometerslange roadtrips door ‘smalltown America’, fotografeerde Ghirri vooral dichtbij huis. Veel van zijn vroege foto’s zijn gemaakt binnen een straal van drie kilometer rond Modena, de stad waar hij woonde vanaf zijn twintigste tot zijn dood in 1992 – hij stierf op zijn 49ste aan een hartaanval.

Hoewel Ghirri tijdens zijn leven wel in Italië exposeerde, werd zijn werk pas lang na zijn dood in de rest van de wereld opgepikt. De eerste Engelstalige monografie verscheen pas in 2008. In 2011 waren zijn kleurenfoto’s voor veel niet-Italianen dé ontdekking op de Biënnale van Venetië. Twee jaar later, in 2013, volgde zijn eerste Amerikaanse solo bij Matthew Marks Gallery in New York. En nu is er dus dit schitterende overzicht, dat Jeu de Paume samen met Museum Folkwang en het Reina Sofia heeft samengesteld, en dat gebaseerd is op een expositie die Ghirri in 1979 zelf samenstelde voor de Universiteit van Parma.

Luigi Ghirri, Modena, (1973) Foto Estate Luigi Ghirri

Landmeter

Dat Ghirri nooit ver van huis fotografeerde, had te maken met zijn vaste baan. Als fotograaf was hij autodidact, overdag verdiende hij zijn brood als landmeter. Aanvankelijk trok hij er alleen in het weekend met zijn camera op uit. ‘Viaggio minimo’, noemde hij die zondagse reisjes: minimale tripjes waarbij hij zijn omgeving „zigzaggend” in kaart bracht, steeds weer terugkerend naar bekende plekken. Soms ging hij zelfs de deur helemaal niet uit. Dan schuimde hij met zijn camera de pagina’s van zijn atlas af, op zoek naar mooie bergkammen, eilanden of oases. Pas in 1973, op zijn dertigste, nam Ghirri het besluit om zich volledig op de fotografie te richten.

Ghirri hield van de periferie, van huizen in kleinburgerlijke buitenwijken, met hun rolluiken en hun luxaflex. Hij liet zijn oog glijden over speeltoestellen op afgetrapte veldjes, of kitscherige plantenbakken naast een voordeur, omdat niemand anders dat deed. „Ik kijk naar de huizen in mijn straat, naar de deuren, de kleuren van het pleisterwerk, de vaasjes in de ramen, de mozaïektegeltjes op de gevels. Ik onderzoek die met liefde. Juist omdat ze zo anoniem en verloren waren, leken ze te wachten op iemand die ze een identiteit kon geven.”

Die liefde voor de dingen deelde Ghirri met zijn favoriete kunstenaar Giorgio Morandi, de Italiaan die zijn leven lang vaasjes had geschilderd in Bologna. Ghirri streefde naar eenzelfde gevoel van eenvoud, balans en verstilling in zijn composities. Zijn beelden ogen simpel, als snapshots haast, maar zijn extreem precies in hun lijnenspel en kleurgebruik. In Riva di Tures fotografeerde hij in 1977 twee bergtoppen die door een perfect horizontale witte vliegtuigstreep met elkaar verbonden lijken – alsof er een koorddanser overheen zou kunnen wandelen. In L’Ile-Rousse maakte hij in 1976 een foto van de zee, die precies in tweeën wordt gesplitst door een betonnen paal. Met de analytische blik van een landmeter keek hij ook als fotograaf naar het landschap: frontaal, vaak symmetrisch, zonder wijkende lijnen die het beeld vertekenen.

Luigi Ghirri, Padova (1973) Foto Estate Luigi Ghirri

Zijn vele duizenden foto’s bracht Ghirri onder in een ordelijk archief. De afdrukken plakte hij op kartonnen kaarten, met de bijpassende negatieven erbij in kleine envelopjes. Daarmee kon hij eindeloos husselen tot er samenhangende series uit tevoorschijn kwamen. De conceptuele inslag waarmee Ghirri dat deed, verraadt de invloed van Amerikaanse kunstenaars als John Baldessari en Ed Ruscha, van wie hij meerdere fotoboeken bezat.

Toerist

Soms maakte hij als toerist langere reizen, op vakantie naar Zwitserland, Frankrijk of Nederland. Maar ook dan maakte hij geen toeristenkiekjes. Hij beschouwde de toeristenindustrie met humor en milde ironie. In Egmond aan Zee fotografeerde hij de tientallen lege bankjes op een verlaten parkeerplaats. In Salzburg spotte hij een steenbok die bij nadere beschouwing een opgezet exemplaar in een diorama blijkt te zijn.

Luigi Ghirri, Salzburgo ( 1977) Foto Estate Luigi Ghirri

Illusies, trompe-l’oeils, spiegelingen – Luigi Ghirri was er dol op. Hij was vaak te vinden in het pretpark Italia in Miniatura in de badplaats Rimini, een soort Madurodam waar de beroemdste Italiaanse gebouwen op schaal zijn nagebouwd. Het leidde tot de briljante serie In Scala (1977-1978), vol hilarische foto’s die eruitzien als collages, maar toch echt zo gezien zijn door Ghirri. Achter Siena’s Piazza del Palio rijst dan bijvoorbeeld de Mont Blanc op, terwijl even verderop Michelangelo’s David net iets te buitenproportioneel voor het Palazzo Vecchio in Florence staat.

Luigi Ghirri, Rimini (1977) Foto Estate Luigi Ghirri

Zo toont Ghirri ons op deze tentoonstelling een totaal ander Italië dan we kennen uit de reisgidsen. Geen historische steden vol afgebladderde schoonheid en culturele schatten, maar aftandse badplaatsen met hun kermissen en souvenirshops. Geen grootstedelijke grandeur, maar provinciaalse alledaagsheid. „Als ik met de trein reis”, zo schreef Ghirri over die verscheurdheid tussen verleden en heden, „verbaas ik me altijd over het verschil tussen het landschap dat je ziet uit het treinraam en de foto’s van de bekende toeristenplekken die in de treinstellen zijn opgehangen – de scheve toren van Pisa, de Romaanse kathedralen, de renaissancesteden. De reis is dus tweeledig: er is één die je ziet door het raam en één die je ziet in de treinwagon.”

Ghirri slaagde erin die lelijkheid van neonreclames, plastic palmbomen en rotan parasols om te zetten in pareltjes van vorm, lijn en kleur – uiteraard op ansichtkaartformaat.

Luigi Ghirri, ‘∞’ Infinito (1974) Foto Estate Luigi Ghirri