In een afgelegen gehucht leven de boeren als horigen op een tabaksplantage in ‘Lazzaro felice’, de nieuwste film van regisseur Alice Rohrwacher.

‘Een wonder dat niks klaarmaakt, wekt irritatie’

Alice Rohrwacher De Italiaanse regisseur maakte een betoverende filmfabel over stad, platteland en een heilige idioot.

De Italiaanse regisseur Alice Rohrwacher (1982) is de favoriete dochter van het Cannes filmfestival. Daar mocht zij in 2011 debuteren met Corpo Celeste: een meisje contra het katholicisme. Daar won ze in 2014 de Grand Prix met het autobiografische Le Meraviglie (De wonderen), over de 12-jarige Gelsomina die kibbelend met haar drie zussen opgroeit in een biodynamisch hippiegezin – haar Duitse vader Reinhard is een imker.

Het sensitieve, impressionistische Le Meraviglie is een film als een dromerige zomeravond, zonder veel plot of voorwaartse beweging. In het betere Lazzaro felice zagen velen vorig jaar in Cannes een Gouden Palm-winnaar. Deels – om eerlijk te zijn – omdat vrouwelijke filmmakers zo’n heet hangijzer waren, deels omdat het een unieke, ambitieuze en ongrijpbare filmfabel is die in een tijdcapsule uit de jaren zeventig lijkt te zijn gearriveerd. Rohrwacher moest het ditmaal doen met de prijs voor beste scenario.

Lazzaro felice brengt ons in het afgelegen gehucht Inviolata (Ongerept). Daar leven 54 boeren als horigen op de tabaksplantage van markiezin Alfonsina de Luna – de omstandigheden herinneren aan Bertolluci’s Novecento. De moderniteit dient zich aan – een auto, dorsmachine, gloeilamp – bij boeren die nog half in een magische, geborgen wereld leven. Een van hen is de knecht Lazzaro, een onbeschreven blad met grote ogen en onbevangen blik: denk Frodo uit The Lord of the Rings. Maar er wringt iets in Inviolata: in welke tijd speelt dit precies? Halverwege is er een breuk met het verleden, en een wonder. Dan migreren we naar de grote stad, waar vrijheid leegte, onverschilligheid en ontworteling met zich meebrengt.

‘Lazzaro felice’ lijkt een voortzetting van uw oude thema’s met andere middelen. Het platteland, vervagende tradities …

Le Meraviglie ging over een gezin dat bewust kiest voor isolement van de moderne wereld, Lazzaro felice over een volk, belichaamd door 54 boeren, dat in een ongerepte toestand leeft zonder daarvoor te hebben gekozen. Eigenlijk gaat het over de ontvolking van het Italiaanse platteland natuurlijk, over urbanisatie. Wij nemen aan dat mensen worden aangetrokken door de kansen en de comfortabele levensstijl van de grote stad. Maar het was ook een massale ontsnapping uit uitzichtloosheid, uitbuiting en ellende.

„Die vlucht heeft een enorm gat geslagen. Ik woon op het platteland, overal om me heen zie ik boerderijen die tot villa’s voor rijke buitenlanders worden omgebouwd en agrifood-concerns die het karakter van het landschap verwoesten. Er wonen alleen nog gepensioneerden, forenzen en illegale landarbeiders.”

Lees hier de recensie van ‘Lazzaro felice’

Wat is de functie van Lazzaro? Is hij een getuige, een heilige, een heilige idioot?

„Lazzaro is een levensstijl. Hij kijkt om zich heen met een verbaasde, onschuldige en open blik. Mijn film is nogal oordelend, ik maak – misschien op een vage, kinderlijke manier – nogal wat statements over Italië. Lazzaro houdt dat spiritueel verteerbaar omdat hij juist nooit een oordeel velt. In een wereld die snel verandert blijft hij hetzelfde.”

Hoe heeft u de acteur gevonden?

„We zochten iemand die als het ware van binnenuit licht gaf. De auditie verliep teleurstellend, pas achteraf snapten we waarom. Kids die op auditie komen, willen een filmster worden. Iemand als Lazzaro zou nooit auditie doen.

„Dus zat er niks anders op dan onze Lazzaro zelf te vinden. We hebben klassen en collegezalen bespied, letterlijk. Tot we Adriano Tardiolo zagen rondhangen, een student economie. Hij was het. ‘Wil je de hoofdrol in onze film’, vroeg ik. Hij weigerde beleefd, hij wilde eerst dat ik hem de hele film uitlegde. Adriano castte mij in zekere zin, niet andersom. Hij gooide het machtsspel ondersteboven. Maar zonder opzet of plan, zo is hij gewoon. Totaal niet bezig met bella figura, net als Lazzaro.

Er gebeurt een mirakel in de film, met een wolf. Dat is best katholiek…

„Die wolf is toch eerder pantheïstisch? Een totemdier. Ik ben tegelijk extreem seculier en religieus, maar mijn religie is uit het stenen tijdperk. Katholicisme is een systeem dat mensen nederig en onwetend houdt. Wat betreft het wonder: dat woord is nogal aan inflatie onderhevig. Elke gezichtscrème laat je rimpels miraculeus verdwijnen, maar Lazzaro is een wonder dat niks klaarmaakt. Ze aanbidden hem tot het moment dat dat tot ze doordringt. Daarna wekt hij vaak eerder irritatie.”

Uw film herinnert aan Pasolini’s ‘Uccellacci e uccellini’ (1966, De haviken en de spreeuwen). Was dat een inspiratie?

„Niet direct, je denkt niet: ik maak even een Pasolini-film. Ik zie de overeenkomsten wel. Pasolini had een sprekende kraai, ik een wolf. Hij filmde een fabel over onderdrukking die speelde in het heden én in een tijdloze wereld. Maar ik wilde gewoon een klassieke film maken die halverwege breekt, zoals Italië brak met zijn verleden. Ik wil ook geen bepaalde filmtraditie laten herleven. Ik hoop hooguit dat we weer in het wonder van de cinema gaan geloven.”