Het etiket terreur maakt de impact anders

Schietpartij Utrecht De schietpartij in de tram op Kanaleneiland in Utrecht heeft grote invloed op de samenleving. Waarom maakt het uit of het een terreurdaad was of niet?

Belangstellenden omhelzen elkaar bij de bloemen op het 24 Oktoberplein, de dag na het schietincident.
Belangstellenden omhelzen elkaar bij de bloemen op het 24 Oktoberplein, de dag na het schietincident. Foto Robin van Lonkhijsen / ANP

Is Gökmen T. een radicale gek of een gekke radicaal? Die vraag, over zijn motief, drong alle andere over de gebeurtenissen maandag in Utrecht naar de achtergrond. Over wat daar nu werkelijk was gebeurd, op het 24 Oktoberplein in Utrecht. Over het lot van de slachtoffers, drie doden, vijf gewonden. Iedereen wilde vooral weten: was dit een verward persoon of was dit terrorisme?

Het vreemde is, voor de uitkomst maakt de vraag geen verschil. In beide gevallen, wel of geen terreur, kun je spreken over een gewelddaad met grote impact op de samenleving. En toch, zegt Jelle van Buuren, terrorisme-expert van de Universiteit Leiden, vindt de samenleving het antwoord van belang.

In de eerste plaats is de definitiekwestie voor autoriteiten een aandachtspunt. Een daad ‘met terroristisch oogmerk’ betekent in juridische zin een hogere strafmaat. En het etiket ‘terreur’ bepaalt welke veiligheidsdiensten verantwoordelijk zijn, welke budgetten op de ministeries worden aangesproken. Terwijl in feite, daar zijn we naar eerdere incidenten nu wel achter, de scheidslijn tussen verward en radicaal niet zo streng te trekken is. Psychische stoornissen kunnen de gevoeligheid voor radicalisering beïnvloeden.

Lees het artikel van Beatrice de Graaf Dader en motief zijn soms net zo gelaagd als u en ik

„Het motief is vaak moeilijk vast te stellen”, zegt Van Buuren, „vaak speelt een combinatie van factoren”.

Maar de burger wil duidelijkheid. Want, zegt Van Buuren, als sprake is van een individuele gek, een lone wolf, een psychopaat, dan kun je over de slachtoffers nog denken: dikke vette pech. „Dan kun je het als samenleving nog wel hebben over hoe slecht onze geestelijke gezondheidszorg is, of hoe het kan dat zo iemand vrij rondloopt, maar daarmee is het klaar. Iedereen kan daarna snel de draad weer oppakken en het leven gaat verder.” Bij een terreurdaad is de impact groter: „Dat voelt als een doelbewuste aanslag op de waarden van onze samenleving, onze idealen”. En hoewel in Nederland de kans groter is om het leven te worden gebracht door verwarde personen dan radicalen, heeft een terreurdaad gevoelsmatig een andere lading. „Dat is irrationeel, inderdaad.”

Politisering van het motief

„Motieven zijn belangrijk want je wilt weten wat dit zegt over óns en onze samenleving”, zegt hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes van Rijksuniversiteit Groningen. „Een verward persoon is geen onderdeel van iets groters. Daarbij denk je: daar hadden we er al genoeg van. Een terrorist bedreigt onze samenleving van binnenuit en appelleert aan sluimerende angsten in de samenleving. Gaan we nog wel goed met elkaar om? Is onze maatschappij op orde? Kan ik mijn buurman wel vertrouwen? Woon ik hier nog wel prettig?”

Wat beide onderzoekers vooral opviel was de politisering van het motief, al direct na de aanslag. Mogelijk spelen de aanstaande provinciale verkiezingen een rol, maar Van Buuren zag het vooral op sociale media gebeuren: een maatschappelijke strijd over hoe dit incident te kwalificeren. Noemt de één Gökmen T. ‘een gek’, dan krijgt ’ie van de ander het verwijt te verbloemen dat ‘de islam’ een rol speelt, en andersom. Dezelfde dynamiek was er na de recente aanslag in Christchurch, Nieuw-Zeeland. Links versus rechts, moslim versus witte man. „Het is een strijd van elkaar verwijten maken, als politiek instrument. Een strijd die zichzelf voedt en die erbij gebaat is zo lang mogelijk door te gaan.”

Mensen willen blijkbaar metéén duidelijkheid, zegt Postmes. Het viel hem op hoe negatief de reacties op sociale media waren nadat terrorismedeskundige Beatrice de Graaf in De Wereld Draait Door openlijk twijfelde over welk motief hier nu speelt. „Terwijl het volkomen onrealistisch is om na zo’n complexe gebeurtenis direct met een verklaring te komen.”

De reactie van de autoriteiten zélf heeft de dynamiek ook beïnvloed, denken beiden. „Het vóórgaande incident bepaalt in zulke gevallen vaak hoe de overheid de communicatie over het nieuwe aanpakt”, zegt Postmes. Ditmaal was het voorgaande incident een steekpartij in op 5 mei 2018 in Den Haag waar de dader volgens ooggetuigen ‘Allahu Akbar’ riep. De overheid bleef toen spreken van ‘een verwarde man’ en kreeg het verwijt dat ze de link met terreur meed. Van Buuren: „Er werd toen gezegd: ’Jullie houden iets onder de pet!.”

Misschien, zegt hij, had Rutte zich maandag in zijn persconferentie aanvankelijk nóg meer op de vlakte moeten houden. Nu sprak hij over een daad met ‘mogelijk een terroristisch oogmerk’. „Dan staat dat frame meteen.” Anderzijds, zegt hij, je kun het als overheid niet gauw goed doen. „Welk frame is ook kiest, je krijgt gegarandeerd die vraag: is het terrorisme? En dan moet je antwoorden met ‘heeft er trekken van’ of ‘kunnen het niet uitsluiten’. Of dat nou beter is?”

Al dat speculeren, waar is het goed voor? Tom Postmes vraag het zich hardop af. „Je weet: de duidelijkheid over het motief komt sowieso pas later. Maar die discussie heeft nu wel alle aandacht voor de slachtoffers weggeduwd. De fase van rouw lijkt overgeslagen, omdat de gebeurtenis direct politiek is gemaakt. Dat vind ik het meest droevig, dat we over de slachtoffers nog zo weinig hebben gehoord.”