Opinie

De echoput van het terrorisme

Paul Scheffer

Het lijkt erop dat we in Nederland getuige zijn geweest van een derde aanslag in een jaar tijd. Na de terroristische daden van Malek F. in Den Haag en van Jawed S. in Amsterdam, nu dan Gökmen T. in Utrecht. Voor het eerst zijn er doden te betreuren nadat bij de eerdere aanslagen mensen zwaar gewond raakten.

Het idee dat ons land tot nog toe was ontsnapt aan terreur klopte al niet en na deze maandag nog minder. Deze gewelddaden in drie grote steden vormen een treurig rijtje: wie weet waar dat gaat stoppen mag het zeggen. De aanslagen stellen het onderlinge vertrouwen op de proef – meer is gevraagd dan oproepen tot onderlinge verdraagzaamheid.

Vaak genoeg bestaat er onduidelijkheid na zulke terreurdaden. Van allerlei kanten wordt gesuggereerd dat het vooral gaat om verwarde individuen met privéproblemen. Nu is het vast zo dat er bij de meeste terroristen heel wat draadjes los zitten, maar waarom maken die draadjes kortsluiting in gewelddadige denkbeelden die putten uit jihadistisch gedachtengoed?

Ideologie en psychologie kunnen elkaar versterken: juist randfiguren raken gemakkelijker in de greep van complottheorieën. En iemand met een hang naar geweld kan die neiging op uiteenlopende manieren uiten en rechtvaardigen. Anders gezegd: we ontkomen er niet aan om de ideeën van deze terroristen serieus te nemen.

Lees ook: Ongeloof over geloof bij onderzoekers radicalisering

Ook de aanslag in Christchurch kan niet alleen worden verklaard uit de psychische gesteldheid van de dader. Net zoals in het geval van religieus gemotiveerde moorddadigheid hebben we ook hier te maken met overtuigingen die aanzetten tot geweld tegen onschuldige mensen. We schieten er niet mee op om de dader die vijftig mensen tijdens het vrijdaggebed in een moskee ombracht weg te zetten als een zonderling.

Over het gedachtengoed van Brenton Tarrant is al veel gezegd. In zijn manifest gaat het vooral over de ‘grote vervanging’ die gaande zou zijn. Die gedachte is afkomstig van de Franse schrijver Renaud Camus, die denkt dat de oorspronkelijke bevolking door massa-immigratie wordt verdrongen. Dat zou een complot zijn van elites die open grenzen propageren.

De Turkse president Erdogan was er tijdens een verkiezingsbijeenkomst snel bij. Niet alleen liet hij de beelden zien van de aanslag in de moskeeën, maar ook ging hij in op het manifest: „Wat wordt daarin gezegd? Dat we niet naar het Westen van de Bosporus moeten gaan. Dat wil zeggen naar Europa. Anders zou hij naar Istanbul komen om ons allemaal te vermoorden en ons te verdrijven.”

Bij dwalende individuen weegt ideologie minstens even zwaar als psychologie

Zo belanden we in de echoput van het terrorisme: waar de aanslagpleger in Christchurch zich beroept op eerdere aanslagen door radicale moslims in Europa, zo gebruikt de president weer diens wandaden om de gemoederen in eigen land, maar ook in de Turkse diaspora verder aan te jagen.

Woorden doen ertoe in deze gespannen situatie. En die woorden tonen de fatale gelijkenis van alle ideeën over een eindtijd. Aan de ene kant leeft het idee dat de westerse wereld erop uit is om de islam te vernietigen, aan de andere kant heerst het idee dat de ‘blanke beschaving’ wordt vernietigd door de komst van migranten.

Deze ondergangsfantasieën zijn allerminst onschuldig: wanneer het eigen overleven op het spel staat is geweld gerechtvaardigd. Oog om oog, tand om tand – dat archaïsche beeld werkt door in onze tijd. Het geeft dwalende individuen richting of verlossing in hun mislukte leven. Ideologie weegt minstens even zwaar als psychologie – zeker als die ideologie van waanvoorstellingen aan elkaar hangt.

Tegenover deze dreiging was het handelen van de overheid na de aanslag in Utrecht niet overdreven; het zekere voor het onzekere is het devies. Net als bij eerdere voorvallen – denk aan de treinkaping voor de verkiezingen van 1977 – is het waarschijnlijke gevolg dat de kiezers zich meer zullen scharen rondom de gevestigde partijen.

Intussen blijft het gevoel van onzekerheid voortduren. Want in het midden ontbreekt te vaak een toekomstgericht idee over de immigratiesamenleving. Onder welke voorwaarden kan migratie een samenleving dichter bij haar ideaal van gelijkwaardigheid brengen? We hebben meer gemeenschappelijkheid nodig om met alle verschillen samen te leven.

Aan burgers wordt te weinig oriëntatie geboden. Dat schept de ruimte waarin onverdraagzaamheid opbloeit. Alle extreme stemmen die beweren dat vreedzaam samenleven van gevestigden en nieuwkomers onmogelijk is dragen bij aan een rechtvaardiging van geweld. Na alle treurigheid moeten we uit onze schulp kruipen: de weerbaarheid van een open samenleving vraagt om meer dan we nu opbrengen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.