Close-up van twee aardscheerders

Astronomie De twee hoekige ‘puinhoopplanetoïden’ Bennu en Ryugu worden nauwkeurig in de gaten gehouden: nuttige kennis voor als ze ooit op ramkoers liggen.

Het oppervlak van Bennu.
Het oppervlak van Bennu. Foto D.N. DellaGiustina

Twee kleine planetoïden in ons zonnestelsel worden sinds vorig jaar van heel dichtbij onderzocht. Op de ene, Ryugu, hebben kleine verkenners rondgehopt en is zelfs een projectiel afgeschoten om bodemmateriaal te kunnen verzamelen. Om de andere, Bennu, cirkelt een ruimtesonde die eveneens bodemmonsters moet gaan oppikken. In zowel Nature als Science doen tien teams van voornamelijk Amerikaanse en Japanse onderzoekers deze week uitgebreid verslag over wat ze tot nu toe over deze ‘ruimterotsen’ te weten zijn gekomen.

Bennu en Ryugu doorlopen langgerekte banen om de zon, die hen met tussenpozen van iets meer dan een jaar in de buurt van de aardbaan brengen. Dat is niet hun enige overeenkomst. Want hoewel Ryugu met een middellijn van 900 meter bijna twee keer zo groot is als Bennu, lijken de twee planetoïden veel op elkaar. Ze zijn niet echt bolvormig, maar zien er wat hoekig uit. En beide hebben een rommelig oppervlak, bedekt met gruis en brokken gesteente van uiteenlopende afmetingen.

Om Bennu cirkelt sinds december de Amerikaanse ruimtesonde OSIRIS-REx. Deze heeft de planetoïde de afgelopen maanden uitgebreid onderzocht ter voorbereiding van een landing op het oppervlak, waarbij tot een paar centimeter grote steentjes moeten worden ingezameld.

Vooraf was ingeschat dat heel Bennu bezaaid zou zijn met zulke steentjes, maar dat blijkt tegen te vallen. Zijn oppervlak vertoont sterke variaties en er zijn niet veel plekken waar het gezochte materiaal voor het oprapen ligt. Bovendien liggen er enkele honderden rotsblokken met afmetingen van meer dan tien meter, die de landing bemoeilijken.

Net als Ryugu, die sinds vorige zomer door de Japanse ruimtesonde Hayabusa2 wordt verkend, is Bennu een ‘puinhoop-planetoïde’. Objecten van dit type hebben een geringe gemiddelde dichtheid (nauwelijks hoger dan die van water), wat erop wijst dat hun inwendige zeer poreus is. Dat hangt vermoedelijk samen met hun ontstaansgeschiedenis: aangenomen wordt dat ze zijn opgebouwd uit puin dat is vrijgekomen bij botsingen tussen grotere planetoïden.

Toch wijst hun vorm erop dat het niet simpelweg om losse samenballingen van grof puin gaat. Er moet een stevig fundament onder schuilgaan – zeker in het geval van Bennu. Want deze vertoont lange, noord-zuid georiënteerde ‘bergkammen’ met hoogten van enkele tientallen meters, en die moeten toch ergens op rusten.

Ook is vastgesteld dat de oppervlakken van Bennu en Ryugu al honderden miljoenen jaren geen grote veranderingen hebben ondergaan. Dat is opmerkelijk, omdat zij geregeld in de buurt van de aarde komen en daarbij blootstaan aan sterke getijdekrachten. Bovendien ligt hun oorsprong in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, waar de kans op botsingen groot is.

Wellicht kunnen de bodemmonsters van de twee planetoïden daar meer duidelijkheid over verschaffen. Volgens plan moet het materiaal van Ryugu eind 2020 op aarde worden afgeleverd, dat van Bennu volgt drie jaar later.

Potentieel gevaarlijke planetoïden

Nu al staat vast dat de twee planetoïden, ondanks alle overeenkomsten, in één opzicht sterk van elkaar verschillen: Ryugu bevat veel minder water dan Bennu. Gezien hun veronderstelde voorgeschiedenis is dat heel verrassend. Planetoïden worden beschouwd als restanten van het materiaal waaruit de vier binnenste planeten van ons zonnestelsel – waaronder dus ook de aarde – zijn ontstaan. Aangenomen wordt dat zij een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de watervoorraad op onze planeet, maar als veel planetoïden zo droog zijn als Ryugu, moet dat beeld misschien worden bijgesteld.

Wetenschappers zijn om nóg een reden geïnteresseerd in Bennu en Ryugu: ze behoren tot de ‘potentieel gevaarlijke planetoïden’. Op de Sentry Risk Table – de lijst van ‘meest gevaarlijke’ planetoïden – neemt Bennu momenteel zelfs de tweede positie in: over ruim anderhalve eeuw nadert hij de aarde een aantal keren zo dicht dat er een (zeer kleine) kans bestaat dat hij hier inslaat. Ryugu komt voorlopig niet zo dichtbij.

Het onderzoek van de beide ‘aardscheerders’ moet meer kennis opleveren over de populatie van enkele tienduizenden planetoïden die de aarde (relatief) dicht kunnen naderen. Mocht zo’n planetoïde ooit op ramkoers liggen met de aarde, dan kan die kennis cruciaal zijn voor het bedenken van mogelijke tegenmaatregelen – mocht daar tijd voor zijn.