Vergelding zonder vraagteken

De gebroeders Coen verfilmden de roman True Grit, net als Henry Hathaway en John Wayne vóór hen. Wayne maakte een reactionaire wraakfilm, de Coens blijven trouw aan de ironische geest van het boek, in een film voor links én rechts Amerika.

FILE - In this 1969 publicity image released by Paramount Pictures, John Wayne appears in a scene from "True Grit." (AP Photo/Paramount Pictures, file)
FILE - In this 1969 publicity image released by Paramount Pictures, John Wayne appears in a scene from "True Grit." (AP Photo/Paramount Pictures, file) AP

Hoe ‘The Duke’ veranderde in ‘The Dude’. De woordspeling lag nogal voor de hand toen Joel en Ethan Coen aankondigden de roman True Grit te verfilmen. Net zoals vóór hen Amerika’s archetypische cowboy John Wayne, alias The Duke, had gedaan: de film bezorgde hem in 1969 een Oscar. Zijn rol van US Marshall Rooster Cogburn was nu voor Jeff Bridges, die in 1998 in The Big Lebowski de overjarige hippie The Dude tot een cultfiguur maakte „die het rustig aandoet voor al ons zondaars”. True Grit, vandaag in de bioscoop, is nu al het grootste kassucces van de gebroeders Coen. Kritieken zijn lovend, de film kreeg tien Oscarnominaties, de tussenstand van 157 miljoen dollar wijst op een dubbel zo hoge recette als hun eerdere hits No Country for Old Men of Burn after Reading. De roman uit 1968 van Charles Portis staat weer op de bestsellerlijst.

Wat verbaast is dat de gebroeders Coen, die staan voor links, joods, intellectueel en ironisch, met True Grit het hart van ‘Red State America’ stelen. Hun western is een hit in Californië en New York, maar ook in de multiplextheaters van het Midden-Westen. Waren fans van John Wayne vooraf bezorgd dat de joint rokende Dude de herinnering aan The Duke zou besmeuren, als spijkerharde, stoïcijnse cowboy past hij prima in diens laarzen. Hoezeer Bridges met zijn vieze baard en mompelaccent ook afstand neemt van Wayne, toch wordt hij ervaren als zijn moderne incarnatie.

True Grit lijkt een klassieke western waarin de held – anno 2011 uiteraard met zwakheden en beschadigingen – gewapend orde schept in chaos. In Amerika werd de film verkocht met de slogan: ‘Vergelding. Deze Kerstmis.’ Was president Nixon ooit idolaat van John Wayne’s True Grit, nu twittert de dochter van gewezen vicepresident Dick Cheney dat pa de film two thumbs up geeft. Op christelijke websites wordt hij aangeprezen als ‘een werkelijk religieuze film’.

Hetgeen politiek correct Amerika dan weer met zorg vervult. True Grit oogt traditioneel, stelt geen vraagtekens bij de Amerikaanse ‘frontiermythe’ van godsvrucht, zelfredzaamheid en vergelding. En dat is zo’n beetje verplicht sinds de ‘revisionistische western’ in de jaren zestig zijn intrede deed. Maar traditioneel is de film alleen in de geest van romancier Charles Portis, niet als de reactionaire wraakfilm die genreveteranen Henry Hathaway en John Wayne daar in 1969 uit destilleerden. Die film, zo benadrukken de broers Coen, staat hen slechts vaag bij. Het ging om het boek, dat ze elkaar als jongens hardop voorlazen.

Charles Portis’ tweede roman True Grit uit 1968 is qua plot een simpel verhaal van misdaad en vergelding. Wat het boek tot een klein meesterwerk maakt – Roald Dahl noemde het indertijd zijn grootste leesplezier in twintig jaar – is de vertelstem van Mattie Ross uit Yell County, Arkansas. Als haar vader Frank wordt doodgeschoten en beroofd door zijn knecht Tom Chaney, die een indianenreservaat invlucht en zich bij de bende van Ned Pepper aansluit, zoekt Mattie wraak. Ze huurt US Marshall Rooster Cogburn in: ‘mean, double-tough, and loves to pull a cork’. Een man met ‘true grit’, een woord dat durf, hardheid en vasthoudendheid veronderstelt.

Rooster Cogburn blijkt een dikke, stinkende dronkenlap met één oog en een troebel verleden als rover en ‘bushwhacker’ in het moordlustige guerrillaleger van kapitein Quantrill. Hij krijgt gezelschap van de jonge, ijdele Texas Ranger LaBoeuf, met walrussnor en rinkelende sporen, en volgens Mattie een ‘rodeoclown’. LaBoeuf zoekt Chaney voor een moord op een Texaanse senator. Beide mannen proberen de taaie Mattie Ross af te schudden, maar accepteren haar als ze zelfs na een pak slaag niet afhaakt.

In True Grit kijkt Mattie decennia later terug op een avontuur dat haar voor het leven zou tekenen. Dat ze later een woekeraar werd en ‘nooit tijd vond om te trouwen’, verbaast niet. Als veertienjarige is Mattie al een strijdlustige, veeleisende boerendochter, rotsvast in haar morele gelijk, dat ze schraagt met bijbelspreuken. Mattie steggelt om alles en dreigt voortdurend met haar advocaat J. Noble Dagett. ‘She draws him like a gun’, verzucht een slachtoffer.

Matties monoloog is geschreven in negentiende- eeuws, zuidelijk idioom – een toon die de gebroeders Coen fraai handhaven. Die stem legt een waas van droogkomische ironie over het avontuur. Mattie is volstrekt humorloos en totaal niet zelfbewust. Zo constateert zij ergens dat pony’s goed noch slecht zijn, alleen onschuldig. Wat niet voor alle dieren geldt: ‘I have known some horses and a good many pigs who I believe harbored evil intent in their hearts. I will go further and say all cats are wicked, though often useful. Who has not seen Satan in their sly faces?’

Dat Mattie nooit zal trouwen, is misschien ook omdat ze niemand vindt die de true grit benadert van Rooster Cogburn, een man van het verleden die zal wegkwijnen in wildwestshows. Mattie Ross met haar strikte boekhoudersmoraal is Amerika’s toekomst – maar ze blijft terugverlangen naar de meedogenloze heroïek van Rooster Cogburn, in de roman veel jonger dan in de films. Zo gaat True Grit ook over Amerika’s betovering door de mythe van het Wilde Westen.

Wat westernveteraan Henry Hathaway er in 1969 van maakte, was een simpele vergeldingsfilm. Rooster ontmoeten we in de rechtszaal, waar hij de spot drijft met een advocaat die suggereert dat hij een misdadige familie uitmoordde. Met ratten praat je niet, die roei je uit, legt hij Mattie later uit – en schiet er een dood na het lezen van een dagvaarding („a rat’s writ”). Het is een onemanshow voor John Wayne, die zich Rooster Cogburn eigen maakt met kenmerkende toegeknepen ogen en logge gebaren. Clownesk in dronkenschap, maar gemoedelijk en waardig. Tegenspel krijgt hij niet van LaBoeuf, bleekjes vertolkt door countryster Glen Campbell – Elvis weigerde de rol. En evenmin van Mattie Ross, in de versie van de 21-jarige televisieactrice Kim Darby een seksloos, houterig jongensmeisje. Zij vindt in Rooster een tweede vader als haar wraakzucht is bevredigd.

True Grit was in 1969 al ouderwets. Het Wilde Westen was toen al niet meer het domein van hoop en belofte, van rechtschapen mannen die met harde hand orde scheppen. In de ‘revisionistische western’ was het een gangsterland van onderdrukking, immoreel winstbejag en genocide. 1969 was het jaar van Once upon a Time in the West en van The Wild Bunch, een bloedige metafoor tegen buitenlandse interventies. Van Butch Cassidy and the Sundance Kid, dat bankrovers verheerlijkte als rebellen, van Easy Rider, die moderne western waarin twee motorrijders de open ruimte inrijden. ‘Op zoek naar Amerika, maar ze konden het niet vinden.’

John Wayne was gehaat bij de tegencultuur om zijn film The Green Berets uit 1968, die de Vietnamoorlog verdedigde, en zijn opmerking over betogers: „It wouldn’t bother me a bit to pull the trigger on one of ’em.” Critici sabelden True Grit neer als een stoffig fossiel uit de jaren vijftig, een reactionaire wraakfantasie met ‘bijna fascistische adoratie voor fysiek uithoudingsvermogen en pijn’ (The New York Times). De Oscar van John Wayne gold als nostalgie of als doodsrochel van Hollywoods verkalkte establishment dat niet begreep dat de tijden waren veranderd. Toch was True Grit een succes: de wraakfilm had nog toekomst.

De film deed de reputatie van de roman geen goed: hij raakte wat in vergetelheid – zij het niet bij Joel en Ethan Coen. Hun versie van True Grit veroorlooft zich meer vrijheden met de plot, maar raakt de ironie van Portis veel beter. Het rechtvaardigheidsgevoel van Mattie Ross, gespeeld door de veertienjarige Hailee Steinfeld, grenst aan bloeddorst: zie haar ogen oplichten als ze in de rechtszaal hoort dat Rooster Cogburn 23 mannen heeft doodgeschoten.

In de Wayne-versie wint zij het respect van Rooster en LaBoeuf, maar blijft het derde wiel aan de wagen: nu is Mattie het cement dat de mannen bijeen houdt.

Rooster Cogburn is een ambivalent personage. Ook nu ontmoeten we hem in de rechtszaal, waar hij zich verweert tegen een advocaat. Maar anders dan John Wayne, die hem als een vlieg van zich afslaat, is dit een man in het nauw die grappen maakt om de aandacht af te leiden. Is Rooster een rechtschapen man of een achterbakse zatlap die zich, als de whisky op is, te paard hijst om een schurk in de rug te schieten en de premie te incasseren? Alles wijst daarop. .

Het Wilde Westen van de gebroeders Coen is meedogenloos: bij hen geen weidse, groene panorama’s, maar een besneeuwd, guur en steriel landschap, bevolkt door onsentimentele, pragmatische lieden. Zo zien Mattie en Rooster onderweg een lijk in een boom hangen. Waarom hangt het zo hoog? Och, misschien dachten ze hem zo wat doder te maken, speculeert Rooster. Als het lijk niet hun prooi Chaney is, verliest het duo interesse: ze geven het aan een dokter die de tanden trekt en het lijk weer verhandelt aan een indiaan. De toekomst van dit arme lijk is helder: gestript en ergens in het bos gedumpt.

De grove wereld van de ‘revisionistische western’, kortom. Terwijl True Grit tegelijk traditioneel aanvoelt omdat hij geweld en vergelding niet problematiseert als recht van de sterkste of trauma dat zielen verwoest. Zoals dat hoort in revisionistische westerns, culminerend in het met Oscars overladen Unforgiven van Clint Eastwood uit 1992. Vandaar dat sommige critici in Amerika een vaag ongenoegen voelen bij True Grit. Zo ziet criticus Adam Zanzie de film als een ‘betoog voor de doodstraf, een viering van autoritaire eigenrichting en verheerlijking van de pistoolheld die eerst schiet en dan vragen stelt’.

True Grit lijkt niet zozeer vergelding te verheerlijken, maar ons, als de roman, te verplaatsen in de oudtestamentische logica van Mattie Ross. Voor wie wraak niet zo eenvoudig ligt. In de roman schrijft ze: „In deze wereld moet je voor alles betalen, linksom of rechtsom. Niks is gratis, behalve Gods zegen.” Rooster Cogburn heeft al betaald voor zijn bloedige verleden: hij lijkt meer op de door trauma en zelfhaat verteerde, ‘revisionistische’ held William Munny uit Unforgiven dan op de joviale scherprechter John Wayne. Maar ook Mattie Ross’ bloeddorst blijft niet onbestraft. Haar wraak, wanneer zij haar vaders Colt op diens moordenaar afvuurt, is tevens haar val: door de terugslag tuimelt ze in een gat waar een bal ratelslangen wacht. Symbolisch genoeg: niets is gratis, wraak al helemaal niet.

Daarmee past True Grit naadloos in het oeuvre van de gebroeders Coen, die kleine misdrijven, onhandigheid of misverstanden zelden onbestraft laten. De ontvoering in Fargo, de chantage van Burn after Reading, de diefstal in No Country for Old Men, de corruptie in A Serious Man: het eindigt steevast catastrofaal en goed noch kwaad wordt ontzien. Want Mattie Ross schrijft ook: ‘Je kan [Gods zegen] niet verdienen’: een stelling die calvinist en nihilist verenigt. Winst en verlies, voorspoed en tegenslag: ze worden in deze wereld verdeeld volgens een logica die stervelingen ontgaat, los van vrome bedoelingen of goede daden. Of dat het gevolg is van een chaotisch universum of een onbarmhartige God laten de gebroeders Coen in True Grit evenzeer in het midden als in A Serious Man.

Zo kan True Grit een brug slaan tussen Democraat en Tea Party. Een film die vergelding bevestigt én ironiseert: het is maar hoe je kijkt. En dan is ironie pas echt interessant.