Bang voor sloop van het verwoeste

Rijksmonument Valkenburg aan de Geul wil een deel van het kasteel boven het stadje herbouwen. Niet iedereen is enthousiast, want zelfs een ruïne valt onherstelbaar te beschadigen.

De kasteelruïne bij Valkenburg aan de Geul, nu en op een werk van tekenaar Philippus van Gulpen uit de negentiende eeuw.
De kasteelruïne bij Valkenburg aan de Geul, nu en op een werk van tekenaar Philippus van Gulpen uit de negentiende eeuw. Foto Chris Keulen

‘Wie geen dromen heeft, heeft evenmin een werkelijkheid”, staat op een gedenksteen ingemetseld in de enkele jaren geleden herbouwde Geulpoort in Valkenburg aan de Geul.

Met dat „tot leven wekken van de oude vestingstad” kon Victor Spauwen, secretaris van de stichting In onsen Lande van Valckenborgh, nog leven. Maar de nieuwe plannen voor de boven de huizen verheven ruïne vervullen hem met afschuw. „Daar willen ze de Wolfstoren herbouwen en de Ridderzaal deels reconstrueren. Dat betekent iets kapotmaken om een stuk historie beter aan de man te brengen.”

Het kasteel bij Valkenburg aan de Geul, hier op een werk van tekenaar Philippus van Gulpen uit de negentiende eeuw.

Martin Eurlings opperde het idee voor de eerste keer tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Valkenburg in 2017. De CDA’er was toen nog burgemeester. Inmiddels is Eurlings, in het verleden ook een van de initiatiefnemers van het zichtbaar maken en herscheppen van een deel van de stadsmuur, kartrekker van de stichting Gosewijn. Die gelooft dat de bouw van de Wolfstoren met middeleeuwse technieken een attractie van de eerste orde kan worden. 300.000 bezoekers per jaar, zo is de verwachting. Toeristen met interesse in cultuurhistorie als kwaliteitsimpuls voor Valkenburg, dat vanwege het massatoerisme ook wel wordt weggezet als ‘Benidorm aan de Geul’.

Minstens negen eeuwen gaat de geschiedenis van kasteel Valkenburg terug, ene Gosewijn was bouwheer. De eerste verwoestingen van het complex dateren uit de Tachtigjarige Oorlog, toen Staatse troepen een deel sloopten omdat ze wilden dat Spanjaarden bij een herovering geen strategisch profijt van de burcht konden hebben. In het Rampjaar 1672 viel het kasteel in Franse handen en vervolgens kwam het weer in bezit van de Staatse troepen, die het volledig opbliezen. In de twee eeuwen die volgden, diende de ruïne als een soort steengroeve voor de Valkenburgers. Menig huis werd met stukjes van Nederlands enige hoogteburcht gebouwd.

Trekpleister

Pas in de jaren zestig van de negentiende eeuw werden de eerste maatregelen genomen om de ruïne te beschermen en te behouden. Het waren de jaren waarin het stadje uitgroeide tot een toeristische trekpleister en als eerste een VVV kreeg. In het tijdperk van de Romantiek was de vervallen hoogteburcht – toen nog overwoekerd door bomen en groen – het summum voor wandelaars.

Alleen al die verbondenheid met de plaatselijke geschiedenis, de wortels van het toerisme, zou beletsel moeten zijn voor herbouw van de Wolfstoren, vindt Spauwen. „En gesteld dat die 300.000 bezoekers er echt gaan komen, dan wordt alles kapotgelopen.” Wandelend op de site met uitzicht over stad en ommeland geeft Spauwen toe dat de ruïne best aantrekkelijker mag worden gemaakt. Met nog twee bezoekers zijn hij en de verslaggever de enigen die er op dat moment ronddolen.

Martin Eurlings van stichting Gosewijn zegt in een reactie dat hij de gemeente radiostilte heeft beloofd. Die heeft een nieuw voorstel in voorbereiding nadat een eerste aanzet veel vragen bij de raad opriep. De stichting is niet geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. „Ze is in oprichting”, licht de oud-burgemeester toe. Wie er behalve hemzelf in zitten, wil hij niet zeggen. „Dan zou ik de afgesproken radiostilte alsnog doorbreken.”

Lees ook over bezorgde omwonenden in Amsterdam: Bezorgde buurtbewoners omarmen Oosterkerk: ‘Verkoop hem niet!’

Wethouder Claudia Bisschops (Toerisme, CDA) zegt de plannen en de status ervan op dit moment niet te kunnen toelichten, omdat de ambtenaar die projectleider is vakantie heeft.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is vrijwel nooit enthousiast over het herbouwen van ruïnes. „Je weet nooit precies hoe het er vroeger heeft uitgezien. Hoe geslaagd het resultaat uiteindelijk wordt, is ook onduidelijk”, zegt woordvoerder Dolf Muller. Herbouwen is volgens hem een trend, te verklaren vanuit de zucht naar beleving. „Als je niet uitkijkt, wordt heel Nederland een soort Efteling met allemaal torentjes. Mensen vinden dat mooi.”

Een ingreep in Valkenburg wordt sowieso lastig vanwege „een driedubbele beschermde status”, denkt Muller. „De ruïne is een rijksmonument en een archeologisch monument en hoort bovendien bij het rijksbeschermd stadsgezicht van Valkenburg aan de Geul. Waar we als Rijksdienst wel over willen praten, is hoe je de ruïne beter bereikbaar en beleefbaar zou kunnen maken. Bijvoorbeeld door diverse bouwfasen tot leven te wekken door middel van virtual reality.”

Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen