Opinie

Veel kritiek op Lucassen

Frits Abrahams

Het schijnt dat hoogleraar Leo Lucassen zaterdag in NRC gruwelijk onrechtvaardige dingen heeft geschreven over Thierry Baudet en Geert Wilders. Op internet buitelden zijn tegenstanders in opperste verontwaardiging over elkaar heen. Lucassen zou beide politici de schuld voor ‘Christchurch’ in de schoenen hebben geschoven. Hij lokt daarmee een politieke moord als die op Fortuyn uit. Schande!

Als Lucassen die beschuldiging had geuit, zou het inderdaad onrechtvaardig zijn geweest, want alleen de dader is schuldig, niemand anders. Bovendien hebben Baudet en Wilders nooit opgeroepen tot geweldpleging. Maar Lucassen beweert dit dan ook niet. Wel legt hij een link tussen het gedachtengoed van de dader en de „islamofobe en racistische ideeën die in Europa al enige tijd gretig aftrek vinden in radicale en extreem-rechtse kringen, met name op sociale media”.

Dergelijke bedenkelijke ideeën, afkomstig van figuren als Renaud Camus en Jared Taylor, treft Lucassen ook bij Baudet en Wilders aan en hij geeft daarvan – vooral bij Baudet – een aantal rake voorbeelden.

Wat betreft Wilders kan er nog aan worden toegevoegd dat die inmiddels wegens groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie strafrechtelijk is veroordeeld. Het lijkt me niet overdreven om aan te nemen dat bijvoorbeeld Wilders’ „minder Marokkanen”-uitspraak destijds „gretig aftrek in radicale en extreem-rechtse kringen” heeft gevonden.

„Het wordt tijd”, besluit Lucassen zijn artikel, „dat Baudet, maar ook Wilders worden aangesproken op dit soort ideeën. (…) Niet alleen omdat ze extremisten kunnen voeden, maar vooral omdat deze extreem-rechtse ideologie racisme en uitsluiting als normaliteit kan verheffen.”

Baudet en Wilders kunnen met hun ideeën extremisten voeden – en we moeten hen daarop aanspreken. Dat is de kern van het betoog van Lucassen. Wat is daar zo verderfelijk aan? Het is eerder een open deur die Lucassen nog iets verder openzet, waardoor het onbehaaglijk wordt voor wie zich aangesproken voelt.

Laten we even naar de extremisten zélf luisteren. Brenton Tarrant, de Australische dader in Christchurch, heeft Anders Breivik zijn ware inspirator genoemd. Breivik zelf zag Wilders als zijn bondgenoot – diens naam kwam dertig keer in Breiviks manifest voor – en hij vond dat Wilders eventueel de Nobelprijs voor de Vrede mocht krijgen. Natuurlijk, Wilders kan niet al zijn bewonderaars zelf uitzoeken, maar zou het een toeval zijn dat Breivik destijds bij hém uitkwam en niet bij Pechtold en Halsema?

Een extremist is in dat opzicht net een gewoon mens: hij laat zich voeden door de ideeën die hem het meest aanstaan – of de bedenkers van die ideeën dat willen of niet. Ik wil best aannemen dat Wilders dat in het geval van Breivik beslist niet gewild heeft, maar het zou hem te denken moeten geven dat het wél gebeurd is. En als hem dat onverschillig laat, mag hij daarop aangesproken worden.

Lucassen staat hier trouwens niet alleen in. In The New York Times verscheen zaterdag een commentaar van haar opinieschrijver Wajahat Ali met exact dezelfde strekking als het artikel van Lucassen: ‘Christchurch’ is de manifestatie van een groeiende, mondiale ideologie van blank nationalisme, waarvan bepaalde politici en mediapersoonlijkheden de bron zijn.