Opinie

Rel rond het Haga raakt vrijheid van onderwijs in het hart

Salafisme

Commentaar

Hoe bont moet je het maken voordat een school wordt gesloten, vroeg NRC zich vorige week licht retorisch af. Het was de echo van de ophef in de publieke opinie over de kennelijk ‘zeer zorgelijke situatie’ op het Amsterdamse islamitische Cornelius Haga Lyceum.

Alleen is een week later nog steeds niet duidelijk of iemand het bont heeft gemaakt en zo ja, wie, hoe, wat, waar en wanneer. Een vragenuur en een emotioneel Kamerdebat later is de verdachtmaking jegens ‘richtinggevende personen’ op het Haga die tot 2012 ‘contacten’ met terroristen hadden niet hard gemaakt. De Kamer werd verwezen naar de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) die uit anonieme bron wist dat deze personen het schoolprogramma ‘voor de helft willen wijden’ aan het salafisme. De school zou als geheel ‘anti-democratische en anti-integratieve gedragingen’ vertonen. De schoolinspectie zou misleid zijn. Voor toelichting verwees minister Ferd Grapperhaus (CDA, justitie) naar de kwartaalrapportage van het NCTV. Daarin staan observaties over ‘salafistische aanjagers’ die een ‘vervangende alternatieve samenlevingscultuur’ zouden willen en haat prediken jegens andersdenkenden. Feitelijk schetst de NCTV een vijfde colonne van salafisten die zich als vreedzaam presenteren, maar in werkelijkheid de rechtsorde van binnenuit ondermijnen. En wel via het onderwijs. Zorgelijk, zeker.

Intussen moet het eerste harde feit nog op tafel komen. Pogingen om maatregelen te treffen zijn mislukt of bleven halfbakken. Er is vergeefs aangedrongen op het vertrek van het schoolbestuur. De onderwijsinspectie trok schielijk een conceptrapport in. Er mislukte tot tweemaal toe een voorlichtingsavond.

Intussen weigerde het kabinet te vertellen waarop de NCTV zich precies baseerde. Er werd alleen duidelijk dat het mislukte inspectiebezoek met een nauwelijks verkapte bedreiging gepaard was gegaan. Dat is dus zeer onjuist en wekt inderdaad argwaan. Dat de emoties op de school en bij de ouders hoog opliepen valt intussen wel te begrijpen. De reputatie en daarmee de toekomst van de school is door de NCTV-ingreep bedorven. Ook de premier wilde gezegd hebben dat hij er geen kinderen naar toe zou sturen. Hier werd dus een voldongen feit geschapen, op basis van verdenkingen. Daarmee neemt de overheid een grote verantwoordelijkheid op zich. De NCTV-brief was met opzet verzonden nog vóór het sluiten van de inschrijvingstermijn, zodat ouders zich konden bedenken.

Dit alles roept een lawine aan vragen op. Over de vrijheid van onderwijs, die ruimte biedt om op religieuze grondslag eigen scholen op te richten. Ook dat is een verworven recht in een democratisch bestel dat rechten van minderheden respecteert en in het geval van onderwijs ook faciliteert. Scholen kunnen daarbinnen zeker gesloten worden, mits ze precies omschreven normen overtreden en hun falen goed gedocumenteerd en nauwkeurig onderbouwd is. De NCTV-actie is, daarmee vergeleken, een onverwachte kaakslag voor een bijzondere school, waarvan de vestiging door de stad al werd tegengewerkt en die er pas na rechterlijk ingrijpen mocht komen.

De bewijslast ligt dus bij de overheid. Die is daarin nog op geen enkele wijze geslaagd. Het verwijt van willekeur en machtsmisbruik ligt dan klaar. Dat geeft dus een enorme knauw aan het vertrouwen in de overheid bij groepen die hun recht op vreedzaam, religieus gefundeerd onderwijs binnen de kaders van de rechtsstaat zelfstandig willen kunnen uitoefenen. En dat treft niet alleen de moslimgemeenschap.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.