Kunst met ondertitels, toch geen gek idee

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: waarom ook slechthorenden van schilderijen op internet moeten kunnen genieten.
Illustratie Eliane Gerrits

The New York Times berichtte onlangs dat kunstgaleries in Manhattan een voor een, van A tot Z, worden aangeschreven door een advocatenkantoor. De aanklacht? Hun websites zijn niet toegankelijk voor blinden en slechtzienden. De meeste zaken worden geschikt, vaak voor bedragen van 10.000 dollar en meer. „Het is chantage, dat is eigenlijk was het is”, reageerde een van de galeriehouders bits. De kunstsector is niet alleen. Ook andere categorieën websites worden aangeklaagd, van Playboy tot wijnhandels.

Van de galeries wordt gevraagd dat er genoeg beschrijvende audio op de website is te vinden om te kunnen horen wat voor kunst er te zien is. Want ook visueel gehandicapte mensen kopen kunst. „Om dezelfde reden als zienden”, zoals iemand zegt, „het past bij het meubilair.”

De juridische onderbouwing voor deze actie is de Americans with Disabilities Act, die in 1990 door president George H.W. Bush is getekend. Deze wetgeving, waar lang voor is gestreden, heeft vérgaande consequenties gehad voor de Amerikaanse samenleving. Daarmee hebben gehandicapten het recht gekregen op toegang tot kantoren, scholen, winkels, theaters, restaurants, bibliotheken en andere openbare ruimtes. Ook bussen en treinen moeten voor hen geschikt zijn. Telecommunicatie wordt expliciet in de wet genoemd, wat onder andere tot de ondertiteling van alle publieke televisie heeft geleid. En nu dus tot ‘gesproken kunst’ op het internet.

De toon van het artikel is licht verontwaardigd. Ik moest er ook even op kauwen, de eis om afbeeldingen van schilderijen „hoorbaar” te maken. Maar al snel begon ik het punt in te zien. Want is het niet volstrekt normaal dat films zijn ondertiteld voor doven en slechthorenden? Ook handig voor iedereen die naar filmpjes op z’n telefoon wil kijken in de openbare ruimte, bijvoorbeeld in een treincoupé. Dat die ondertiteling ook beschrijvingen geeft van de muziek of achtergrondgeluiden, is even welkom. Ik zet altijd de ondertiteling aan bij Engelse films. Vanwege het ‘mamma-appelsap-effect’ – ik hoor vaak iets compleet anders dan er gezegd wordt.

Ik kan me goed voorstellen dat, wanneer je als slechtziende op de radio hoort over een schitterende tentoonstelling, je daar meer over wilt weten. Wat zijn dat precies voor schilderijen? En wat is er mis met beeldend taalgebruik? Ik heb echt geen plaatje nodig van Emma Bovary. Dat kan ik wel aan de beschrijving van Flaubert overlaten.

De krant, zeker de papieren versie, is toch ook vooral een geschreven medium. Lang niet elk artikel heeft beeld erbij. Muziekrecensies beschrijven muziek zonder dat er één noot te horen is. Ook de kookrubriek moet het hebben van smakelijke teksten.

Alleen bij uitzondering wordt een column voorzien van een illustratie. Misschien moet u deze ‘Flessenpost’ maar opvatten als een beeldende beschrijving van de illustratie van Eliane Gerrits. Daarin is vandaag een schilderij van een rolstoel te zien. Het hangt boven een groene bank. Op de salontafel staat een asbak met een pijp – een verwijzing naar Magritte. Ziet u het allemaal voor zich? Ik hoop hiermee een boze brief van een advocatenkantoor te vermijden!

Reacties naar pdejong@ias.edu