Opinie

    • Menno Tamminga

Is de AOW-leeftijd een politieke draai waard?

Het is maar goed dat er al AOW en pensioenen zíjn, want met deze permanent vastlopende onderhandelingen zouden die regelingen er nooit zijn gekómen. Maandag hielden de gezamenlijke vakbonden stakingen en manifestaties. Woensdag zijn er Provinciale Statenverkiezingen, die verder niks met pensioen en AOW te maken hebben. Maar de uitslag bepaalt de samenstelling van de Eerste Kamer en dus de steun voor de Rutte III-coalitie.

En dan? Dan is er hoop. Hoop op overleg en hoop op succes.

Kijk maar naar de positie van de drie onderhandelaars: werkgevers, vakbonden en kabinet. Wie gaat over wat?

De bonden en de werkgevers beslissen over de pensioenen. Dat zijn arbeidsvoorwaarden. Ze weten dat minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66), hen dreigt te passeren als zij niks voor elkaar boksen. Dat zou een politieke machtsgreep in ‘hun’ polder zijn. Koolmees zal dat niet doen, maar bedrijven en bonden kunnen in hun eigen domein geen risico’s nemen.

Koolmees en het kabinet beslissen wél over de AOW-leeftijd. Een wijziging werkt meteen door in de rijksbegroting. De bonden en de werkgevers proberen hun afspraken van oudsher zo dwingend op papier te krijgen dat ze ook bij de AOW een stem hebben. Daar gaat het touwtrekken om.

Lees ook deze achtergrond over de 1 minuutstaking en vier andere actievormen

Nu de posities. Het bedrijfsleven floreert, maar de werkgevers zien hun onderhandelingsmacht verzwakken. Dat heeft te maken met de krapte op de arbeidsmarkt, die de positie van de werknemer opwaardeert, maar ook met foute politieke taxaties (voor afschaffing dividendbelasting, tegen CO2-heffing). Anderhalve week geleden klaagde de werkgeverstop in De Telegraaf over de ‘buitengewoon wazige’ FNV. Dat bestuurder Tuur Elzinga, nota bene „voormalig SP-senator” zich met de stakingen bemoeit. Dat hij over pensioenen wat anders zegt dan voorzitter Han Busker. „Han hoor je niet.”

Afgeven op de partij waarmee je zo graag zegt te willen overleggen, is niet sjiek en verraadt frustratie. Dat wordt bij de bonden herkend als steun voor hun eisen. Als de werkgevers kennelijk zo bang zijn voor nieuwe stakingen na de verhitte cao-strijd in de metaalsector, dan heeft die strategie succes.

De bonden hebben een extra voordeel: pensioen verbroedert. Intern en extern: het brengt FNV, CNV en VCP samen in actie. Het is een dankbaar politiek onderwerp. De groep kiezers voor wie AOW en pensioen van belang zijn, groeit dankzij de vergrijzing dagelijks.

De doeners en hervormers in het kabinet moeten hun knopen (en hun centen) tellen. De verhoging van de AOW-leeftijd die in de economische crisis in 2012 is afgesproken en de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting waren maatregelen met maar één doel: de rijksbegroting spekken. Boekhoudkundig gelijk heeft één nadeel: begrotingen komen niet stemmen, burgers wel.

Die oplossing uit 2012 was one size fits all. Maar juist in gezondheid en levensverwachting bestaan grote verschillen, die verband houden met beroep, opleiding en levensstijl. De maatregel dat een jaar extra leven ook een jaar extra werken is, verraadt een übercalvinisme dat niet ieders pakkie-an is.

Dus? „Als niet kan wat moet, dan moet maar wat kan”, was een wijsheid van Jan de Koning (1926-1994), een verre voorganger van Koolmees. Vorige week bracht het kabinet dat al in de praktijk voor het klimaatakkoord. Hogere lasten voor bedrijven, minder voor burgers. Komt bij: het kabinet geniet van een overschot op de rijksbegroting.

Een optie is om de AOW-leeftijd op 66 jaar te stabiliseren. Dat is zekerheid. Maar geef mensen die langer doorwerken een extra bedrag. Da’s een oud idee, dat iets te kiezen biedt.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.