Opinie

Intelligent racisme

Lotfi El Hamidi

Nog even over de Rushdie-affaire. In de BBC-documentaire The Satanic Verses: 30 Years On sprak de Brits-Pakistaanse filmmaker Mobeen Azhar met de hoofdrolspelers uit 1989, onder wie een boekverbrander en een voormalig geradicaliseerde moslim, maar ook met Matthew Collins, de toen 16-jarige voorzitter van het extreem-rechtse, fascistische National Front. Een onbedoeld neveneffect van de Rushdie-kwestie was de heropleving van extreem-rechts, dat tot dan toe in de marge leek weg te kwijnen.

In 1989 leidde Collins bij een anti-Rushdie-betoging een tegendemonstratie van het National Front op Parliament Square in Londen, met Britse vlaggen en slogans als ‘No Muslim wars on British shores’. „We wisten niet wat het fundamentalisme inhield”, zegt Collins, „we wisten niets van de islam. Het enige wat we wisten was dat moslims kennelijk lichtgevoelig waren als het ging om hun religie.” Had dan niemand het boek van Rushdie gelezen, vraagt Azhar. „We zaten in het National Front, we lazen geen boeken”, antwoordt Collins droog. „We waren niet voor Rushdie, hij was toch niet wit.”

Volgens Collins (inmiddels een antiracisme-activist) was de Rushdie-affaire een godsgeschenk voor extreem-rechts. De beelden van rellerige migranten bezorgden het National Front een hoop nieuwe leden. Maar ondanks de nieuwe aanwas kon het nog altijd niet doordringen tot de mainstream. Daar was de beweging eufemistisch gezegd te oppervlakkig voor; het kwam niet verder dan platte racistische ideeën als ‘eigen volk eerst’ en ‘buitenlanders eruit’.

Later zou daar verandering in komen, met de opkomst van bewegingen als de English Defence League, mede opgericht door beroepsopruier Tommy Robinson. Robinson gaf het racisme een (quasi-)intellectueel sausje, een discours waar Britse politici en media in konden meegaan. Het ging niet meer om huidskleur of ras, maar om ‘Britse waarden’ tegenover de islam.

Een soortgelijke ontwikkeling heeft zich ook in Nederland voorgedaan. Het ‘domme’ racisme en de klassieke vreemdelingenhaat van de NVU en Centrum Democraten hebben plaatsgemaakt voor het ‘intelligente’ racisme van Wilders en Baudet. Extreem-rechtse denkbeelden die voorheen alleen in de duistere krochten van het internet te vinden waren worden nu openlijk geuit. Zo kom je het idee dat ‘onze bevolking vervangen dreigt te worden’ niet alleen tegen in de manifesten van Anders Breivik en Brenton Tarrant, de aanslagpleger in Nieuw-Zeeland, maar ook gewoon via de publieke omroep in de zendtijd voor politieke partijen. De vraag is hoe lang we dat soort gevaarlijke denkbeelden nog onder de noemer vrijheid van meningsuiting blijven scharen.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.