Opinie

Help mij de bijstand uit

ZZP’er belandde na een hersenbloeding in de bijstand. Die biedt hem geen enkele kans om eruit te komen, zegt hij.

Foto Alex Linch
Foto Alex Linch

Stel je voor: je hebt al wat jaren een leuke baan in de ICT. Je wilt meer en je besluit ZZP’er te worden. De wereld ligt voor je open. Drie maanden later krijg je een hersenbloeding en beland je in het ziekenhuis. Vanaf dan ben je gehandicapt. En heb je dus een arbeidsbeperking.

Het kan iedereen gebeuren. Botte pech.

Maar omdat je net zelfstandige was geworden, had je je nog niet verdiept in een arbeidsongeschiktheidsverzekering. En omdat je de eerste maanden een verlept kasplantje was en de huur niet meer kon betalen ben je nu ook dakloos. En als je geen adres hebt krijg je geen bijstandsuitkering. En als je geen inkomen hebt, krijg je geen huis.

De kans dat nog iemand overkomt wat ik meemaakte is gelukkig erg klein. Met dit deel van mijn lot had ik al snel vrede. Het heeft ook geen zin daar mijn energie aan te besteden.

Maar wat als je je ondanks je chronische aandoening wil ontwikkelen, bijscholen en gewoon leven in plaats van alleen bestaan? Dat is onmogelijk. En daar heb ik geen vrede mee.

Toen mij dit overkwam kreeg ik te maken met de bijstand, ofwel de Participatiewet.

De bijstand is eigenlijk een tijdelijke voorziening voor mensen die even geen inkomen kunnen verdienen. Geen probleem, we hebben een verzorgingsstaat. Helaas zijn er duizenden mensen in de bijstand die met geen mogelijkheid uit de bijstand kunnen komen. Het gaat om alleenstaande ouders die extra zorg moeten geven aan hun kinderen. Het gaat om mensen van 62 die geen werk meer kunnen vinden. Het gaat om mensen die vaak naar het ziekenhuis moeten. Het gaat om chronisch zieken.

Voor de eerste twee is de bijstand handig, een paar jaar bikkelen en daarna hebben ze wel weer werk of krijgen pensioen, die mensen mogen weer verder met hun leven, hiep hoi!

En wij dan? Ik ben een van de duizenden bijstandsgerechtigden met een chronische aandoening die niet in de WAO, WIA of Wajong zitten. Wij mogen elke maand zeggen dat we een brave burger zijn, maar mogelijkheden om ons te ontwikkelen of te laten omscholen zijn er niet. We zijn gedoemd tot ons 67e (of langer) onder het juk van de bijstand te leven.

Wij zijn onzichtbaar. We zijn officieel niet arbeidsongeschikt. Omdat we niet in loondienst waren toen we ziek werden. We mogen (bijna) niets bijverdienen en alles wat we verdienen mogen we weer inleveren. We mogen het verdiende geld niet in een potje gooien om te sparen voor een cursus of bijscholing voor onze groei.

Als je met een chronische aandoening in de bijstand zit, kom je er bijna nooit uit. Een beetje jaloers kijk ik naar de velen die in de Wajong, WAO of WIA zitten, ook voor hen is het leven niet simpel, maar zij kunnen wel iets meer bijverdienen, hun zwaar verdiende geld sparen en dat besteden voor apparatuur of bijscholing waarmee ze zichzelf of hun onderneming kunnen verbeteren.

Ik zit nu niet te wachten op Kamervragen of grote wetswijzigingen. Wat ik wens is een beleid met iets meer compassie voor de kwetsbare onzichtbare armoede waar ik en vele anderen in zitten. We willen ontwikkelen, groeien, het langzaam aan proberen, maar we mogen zo weinig in de bijstand.

Een kleine aanpassing of andere uitvoering van de Participatiewet door gemeenten moet genoeg zijn. Wij willen dezelfde rechten en plichten als de Wajongers.

Luister naar ons, praat met ons, zie ons, hou rekening met ons. Dat is alles wat we vragen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.