Dit is de zwaarste eenheid die de overheid kan inzetten

DSI De Dienst Speciale Interventies, die maandag is ingezet in Utrecht, wordt ingeschakeld bij grof geweld of mogelijk terrorisme.

Leden van een antiterreureenheid deze maandag in Utrecht.
Leden van een antiterreureenheid deze maandag in Utrecht. Foto Peter de Jong/AP

Gepantserde BMW’s, granaatwerpers, helmen met multivision en zelfs een onderwaterscooter. Het arsenaal van de Dienst Speciale Interventies (DSI) is state of the art. Deze eenheid, bestaande uit teamleden met zowel politie- als militaire achtergrond, is de zwaarste die de overheid kan inzetten bij grof geweld of mogelijk terrorisme. De eenheid is ook ingezet bij de vermeende terreuraanslag maandag in Utrecht.

Volg hier het nieuws over de schietpartij in Utrecht

Een lid van de antiterreurteams is niet zomaar geworven. Je moet fysiek en mentaal sterk zijn, thuis kunnen zwijgen over je dagelijkse beslommeringen en tegen heel veel zinloze autoritten kunnen. Dat leerde een bijeenkomst, alweer een tijdje terug, waarin ‘operators’ van de DSI, mannen in strakke shirt met dikke biceps, aan media uitleg gaven over hun werkwijze.

Dagelijks rijden teams van de DSI in terreinwagens rond door het land terwijl ze meeluisteren met de meldkamers van de politie. Ze worden opgeroepen of beslissen zelf ergens heen te gaan. Die werkwijze – snel reageren, korte lijnen – is in Nederland geïntroduceerd na de aanslag bij Charlie Hebdo in Parijs.

Niet-zichtbaar

De politie krijgt bijna dagelijks meldingen binnen omdat iemand met een vuurwapen zou zwaaien. Vaak is het loos alarm. Soms blijkt sprake van een scholier met een neppistool. Of is elders in de wereld een terroristische aanslag geweest en lijkt plots álles verdacht – in de periode na een aanslag neemt het aantal meldingen ook in Nederland steevast toe. Als de DSI eenmaal ter plaatse is, blijft ze vaak niet-zichtbaar op afstand en laat de reguliere politieagenten hun werk doen – waarna de eenheid weer in stilte vertrekt.

Maar soms komt de eenheid in actie en zie je hun drones en kenmerkende zwarte BMW’s rijden door de straten. Zoals na de vermeende terreuraanslag op het 24 Oktoberplein in Utrecht.

De arrestatiesteams van de DSI zijn in zulke situaties vaak de eerst aangewezenen. DSI telt zeven van zulke teams, zij rukken zo’n 1.500 keer per jaar uit. Ze moeten ervoor zorgen dat een situatie niet verder escaleert en als mogelijk vuurwapengevaarlijke verdachten aanhouden. Maar bij zware incidenten zoals in Utrecht, met mogelijk terroristisch oogmerk, wordt doorgaans de eenheid Interventie ingezet. Vier van zulke teams heeft de DSI, gespecialiseerd in ‘high risk operations’. Zij worden ook ingezet na bijvoorbeeld een liquidatie of bij een gijzeling. Doel: ‘geweld stoppen en isoleren’.

Geen ‘geweldplafond’

De eenheid Interventie zal zich na de eerste acties, meestal verricht door de arrestatiesteams, opmaken voor de aanhouding. Hun inzet moet worden goedgekeurd door de hoofdofficier van justitie en daarna mogen ze vrijwel alles. Er is technisch geen ‘geweldplafond’ en bureaucratische schakels ontbreken om de lijnen zo kort mogelijk te houden – juridisch is alles vooraf geregeld. De eenheid heeft beschikking over precisieschutters, helikopters, drones, explosieven, bazooka’s en vrije toegang tot informatie van de inlichtingendiensten. En als het nodig is een BearCat, een pantservoertuig bestand tegen de zwaarste granaat.