Voetbal is emotie, ook als aandeel op de beurs

Met almaar stijgende inkomsten blijft voetbal een groeimarkt. Heb je daar als belegger ook wat aan?

Neymar viert een doelpunt voor Paris Saint-Germain. Hij verkaste in 2017 voor 222 miljoen euro van Barcelona naar Parijs.
Neymar viert een doelpunt voor Paris Saint-Germain. Hij verkaste in 2017 voor 222 miljoen euro van Barcelona naar Parijs. Foto EPA

In een Londense sportkroeg proostten op 17 februari 1997 twee fondsmanagers op de oprichting van een speciaal football fund. Met het mandje aandelen, samengesteld uit tien beursgenoteerde voetbalclubs, haalde de kleine zakenbank Singer & Friedlander in korte tijd 35 miljoen pond op. Het was een jaar na het EK, waarbij gastland Engeland het tot de halve finale schopte. Een voetbalhype was geboren, en beleggers stonden klaar om te investeren in clubs die naar geld zochten voor nieuwe stadions en nieuwe spelers. Football had come home.

Ruim twintig jaar later kom je met 35 miljoen pond niet verder dan drie verdedigers. Met de sterk stijgende inkomsten voor clubs breken ook transfersommen records. Baarde in 2013 de overstap van Gareth Bale naar Real Madrid – 100 miljoen euro – nog opzien, vier jaar later verkaste Neymar voor liefst 222 miljoen euro van Barcelona naar Paris Saint-Germain.

Marcel Beerthuizen geeft met zijn bureau Bigplans advies over sponsoring, en kent de sportmarkt goed. Hij ziet de inkomsten hard stijgen nu voetbal wereldwijde bekendheid geniet. „Steeds meer grote bedrijven uit bijvoorbeeld China doen mee in de voetbalmarkt. Alibaba, Wanda Group – ze steken er miljarden in. Maar ook landen als Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten investeren in voetbalclubs.”

Voor het rendement hoef je het niet te doen

Peter Siks beleggerstrainer

De voornaamste inkomstenbronnen van clubs zijn ticketverkoop, opbrengsten uit tv-gelden, commerciële activiteiten als sponsoring en de verkoop van shirtjes. „Vooral de uitzendrechten en sponsoring zijn belangrijk”, zegt Beerthuizen. „Een stadion zit op een gegeven moment vol, en de ticketprijzen kun je niet blijven verhogen.” De Champions League wordt wereldwijd door tientallen miljoenen voetbalfans bekeken en is dus voor grote bedrijven interessant als reclameplatform. Tv-zenders betalen honderden miljoenen euro’s om de rechten te verkrijgen. „Het is entertainment, waarbij de content veel waard is. De voetbalmarkt is een groeimarkt”.

Valt er voor particuliere beleggers nog iets te verdienen aan dit miljoenencircus, of kunnen die zich beter druk maken over hoe ze een kaartje voor de Champions League-wedstrijd Ajax-Juventus bemachtigen? Volgens beleggerstrainer Peter Siks van BinckBank is voetbal alleen te specifiek. „Je kunt misschien instappen in mondiale bedrijven als Adidas en Nike, maar die zitten in allerlei sporten. Ook de mediabedrijven die tv-rechten hebben, kunnen interessant zijn, hoewel die zich ook richten op meer dan voetbal alleen.”

Vrij vlak

Ook bij voetbalclubs met een beursnotering valt het tegen. Institutionele beleggers blijven daar veelal van weg; lastig om fundamenteel te analyseren, omdat ze financieel gezien voor een groot deel afhankelijk zijn van de prestaties op het veld. En die zijn – gelukkig voor de fans – niet altijd precies te voorspellen. Bovendien hoef je niet te verwachten dat je als aandeelhouder mag meepraten over de bestuurlijke koers die een club vaart. Bij Ajax heeft de club een meerderheidsbelang, waardoor die altijd het laatste woord heeft. Siks: „Het blijven emotie-aandelen, die je koopt omdat je de club financieel wilt steunen. Voor het rendement of dividend hoef je het niet te doen. Er wordt ook vrijwel niet in gehandeld en de koersen zijn vrij vlak.”

Met de Londense bankiers en hun voetbalbeleggingsfonds ging het dan ook mis. De hype bleek groter dan de beloofde koersstijgingen. De aandelenkoersen van de Engelse profclubs kelderden door zorgen over hun financiële prestaties. Ook bleek betaal-tv niet zo populair als vooraf gedacht en waren de kijkcijfers grof overschat. Na flinke verliezen werd in 2002 de stekker uit het football fund getrokken. Sommigen waren de helft van hun belegging kwijt, geld waarvoor ze ook op de tribune hadden kunnen zitten.