Verkiezingstijd is het moment om plannen te testen

Proefballonnen Politici laten in campagnetijd het ene na het andere proefballonnetje op. Kiezers geloven er niet in. Waarom gebeurt het dan toch?

Rob Jetten (D66) op campagne in Amsterdam. Hij lanceerde onlangs het plan om 50.000 Poolse arbeidsmigranten naar Nederland te halen.
Rob Jetten (D66) op campagne in Amsterdam. Hij lanceerde onlangs het plan om 50.000 Poolse arbeidsmigranten naar Nederland te halen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het is niet zo dat er ‘basisbanen’ komen voor mensen in de bijstand, als je woensdag bij de Provinciale Statenverkiezingen op het CDA stemt. Er komen ook geen 50.000 Polen naar Nederland om de personeelstekorten op te lossen, als je voor D66 kiest. Reken ook maar niet op een ‘Prins-Bernhardtaks’ voor grote beleggers op de woningmarkt, bij een stem op de ChristenUnie. Of, als je de VVD uitkiest, op celstraf voor iedereen die een hulpverlener mishandelt.

Het zijn verkiezingsbeloften, zoals altijd in campagnetijd. Al kun je je afvragen waarom. Kiezers, bleek al jaren geleden uit onderzoek van politicoloog Tom Louwerse van de Universiteit Leiden, geloven er niet in. Ze zijn er „negatief” over, zegt Tom van der Meer, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Of realistisch. „We zien alleen op dit punt groeiend pessimisme over de politiek. Dat politici meer beloven dan ze waarmaken. Dat hebben burgers door.”

Dat wantrouwen is al jaren een zorg op het Binnenhof. En als je rondvraagt: daar denken politici en hun adviseurs meestal ook wel over na voordat ze met voorstellen of nieuwe vergezichten komen. Maar als je het niet doet, zeggen ze ook, hoe weten kiezers dan waar partijen voor staan? Bijna niemand leest verkiezingsprogramma’s.

Aan de 50.000 Polen die D66-fractievoorzitter Rob Jetten noemde, moeten kiezers vooral het idee overhouden dat zijn partij nog steeds voluit pro-EU is en dus voor vrij verkeer van diensten. Van de voorstellen van Buma over zwaardere straffen voor bedreiging, begin februari in De Telegraaf, moeten mensen onthouden: het CDA komt op voor onze veiligheid.

Eisen van oppositiepartijen – ‘we steunen het kabinet niet, tenzij...’ – kunnen ook uitgelegd worden als campagne-ideeën waarvan kiezers niet zeker kunnen weten of er iets van terechtkomt. Dat aan één zo’n eis, een CO2-heffing voor bedrijven, al werd voldaan voordat de verkiezingen zijn geweest, kan GroenLinks zien als een succes. Het haalde wel even de campagneboodschap van Jesse Klaver onderuit. Nu is die: goed dat Rutte III het licht heeft gezien, laten we onderhandelen.

Profileringsdrang

De regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen nu vooral graag laten zien dat ze anders zijn dan de andere drie. Hun kiezers stemden op de partij zelf en, zoals ook blijkt uit peilingen en soms uit eigen onderzoek, niet voor Rutte III. Dan komt het erop aan om de eigen ideeën te blijven laten zien – en in campagnetijd gunnen de coalitiepartijen elkaar wat extra profileringsdrang.

Wat ook meespeelt: een campagne voor de gemeenteraad of Provinciale Staten is voor landelijke partijen een kans om ideeën uit te proberen. Neem het CDA-idee van ‘basisbanen’, waarbij mensen een hogere bijstandsuitkering krijgen als ze werk accepteren van 20 uur per week. Het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA schreef daar afgelopen najaar een rapport over en Sybrand Buma kwam er vorige week mee in het AD. De FNV noemde het een proefballon en was er kritisch over, PvdA-leider Lodewijk Asscher zag het als een manier om mensen te laten werken onder het wettelijk minimumloon. Maar bij het CDA vonden ze de meeste reacties nogal mild, en het idee geldt nu als kansrijk. Dat de basisbanen in het volgende verkiezingsprogramma komen voor de Tweede Kamer lijkt wel zeker.

Luister ook naar deze aflevering van onze politieke podcast Haagse Zaken: Dit worden de verkiezingen van de verliezers

Dat CDA-idee voldoet, in de ogen van partijstrategen in Den Haag, aan de voorwaarden voor een succesvolle campagnebelofte. De analyse is grondig, het Wetenschappelijk Instituut heeft er diep over nagedacht. Het gaat om een thema dat kiezers vast en zeker bezighoudt: als het economisch zo goed gaat, waarom zitten er dan nog mensen met een uitkering ‘thuis op de bank’? En het idee is gedurfd. Voor de CDA-achterban, die zich voor een deel graag ‘sociaal’ noemt, is het geen gemakkelijk idee.

„Een beetje polarisatie”, vindt politicoloog Van der Meer, „is ook wel goed voor het stemgedrag. Je krijgt er minder wispelturige kiezers door, meer gerichtere wissels van partij.”

Maar in deze laatste dagen van de verkiezingscampagne zul je dit soort ideeën nauwelijks nog horen. De partijen komen er niet meer mee. Nu is het hard tegen hard en gaat het om de politieke leiders zelf – wie houdt zich het beste staande in de televisiedebatten, wie is zwak? De tijd van de inhoud is voorbij.