Recensie

Reisopera moet nog in Sondheim groeien

Musical De Nederlandse Reisopera ontdekt dat ‘A Little Night Music’ niet voor niets omschreven wordt als ‘slagroom met messen’.

A Little Night Music: acht hoofdfiguren verstrikt in zes driehoeksverhoudingen, achter de vormelijke façade van de high society aan het slot van de negentiende eeuw.
A Little Night Music: acht hoofdfiguren verstrikt in zes driehoeksverhoudingen, achter de vormelijke façade van de high society aan het slot van de negentiende eeuw. Foto Marco Borggreve

Veel Amerikanen zien in componist en tekstdichter Stephen Sondheim de Shakespeare van de musical. Zijn A Little Night Music bij De Nederlandse Reisopera bewijst waarom: hoe zintuigelijk werkt hier de taal, hij dient de woorden op als smaakvolle gerechten, je kunt ze proeven. Bijvoorbeeld:

„Every day a little death
In the parlor, in the bed,
On the lips and in the eyes,
In the curtains, in the silver.
In the murmurs, in the pauses,
In the buttons, in the bread.
In the gestures, in the sighs.”

Mooi dat de boventiteling niet alleen de Nederlandse vertaling bevat, maar ook de oorspronkelijke tekst. In Sondheims poëtische atmosfeer schuilt ook meteen de achilleshiel van deze voorstelling, die voor zeker de helft van de tweeënhalf uur uit gesproken dialoog bestaat. De rijke taal en dictie nemen de overwegend Nederlandse zangers-acteurs zodanig in beslag, dat hun gevoelens en karakters ondersneeuwen. Ze lijnen de zinnen keurig op, maar wel als tinnen soldaatjes. Dat wringt. Eerst hoor je een Brits caaan’t en een regel verder een onvervalst Amerikaans fèntèstic. De voordracht steekt scherp af tegen de natuurlijkheid waarmee de Australische multi-vocalist Jessica Aszodi en de Nieuw-Zeelandse bariton Hadleigh Adams zich in de handeling mengen.

Geen orkestband, maar noten die bruisen van leven

Sondheim – deze week viert hij zijn 89ste verjaardag – liet zich tot A Little Night Music inspireren door Ingmar Bergmans film Smiles of a Summer Night, over het spel van mannen en vrouwen in seks en liefde. Detective-auteur Hugh Wheeler bouwde voor de musical een plot waarin de acht hoofdfiguren verstrikt raken in zes driehoeksverhoudingen, en dat allemaal achter de vormelijke façade van de high society aan het slot van de negentiende eeuw.

En voor deze driehoeken componeerde Sondheim in de driekwartsmaat van de wals, die vergankelijkheid ademt. Het Gelders Orkest en dirigent Ryan Bancroft dansen feilloos door de partituur. Geen orkestband, zoals meestal in musicals, maar noten die bruisen van leven, die de songs, duetten en ensembles laten bloeien.

Naast de nostalgie van de walsen staan de onmacht en het cynisme. De regisseur van de Broadway-première (1973), Harold Prince, sprak destijds van „whipped cream with knives”, slagroom met messen. De liefdesverwikkelingen vallen niet in een paar regels samen te vatten, maar laten zich in alle helderheid zien op het toneel. Een hoogtepunt blijft uiteraard de wereldhit ‘Send in the Clowns’, als het toonbeeld van intiem verlangen en berouw, vertolkt door de Nederlandse mezzo Susan Rigvava-Dumas.

Dame Judy Dench zingt ‘Send in the Clowns’ uit A Little Night Music (BBC Proms, 2010):

Maar mooier nog zijn de ensembles: de ingenieuze verknopingen van emoties en woorden, wanneer drie personages tegelijk hun hunkering kenbaar maken, ieder met een eigen trefwoord: nu, later en spoedig. Het muzikale spel belichaamt dan onmiskenbaar Sondheims bewondering voor Mozart – niet voor niets verwijst de titel van de musical naar diens serenade Eine kleine Nachtmusik. Mede daardoor kunnen de vijf zangers van het Liebeslieder-kwintet uitblinken. Zij spelen de rol van het klassieke Griekse koor, dat de handeling van commentaar voorziet en de innerlijke worstelingen van de hoofdfiguren verdiept. Nu nog zorgen dat de komende negen voorstellingen die karakters zelf meer tot leven komen.