Ook in Spanje groeit de interesse voor vrouwenvoetbal

Spaans vrouwenvoetbal Atlético Madrid-Barcelona trok ruim 60.000 bezoekers. Een wereldrecord voor een duel tussen clubteams in het vrouwenvoetbal.

De speelsters van FC Barcelona vieren een doelpunt in het duel met Atlético Madrid, dat met 2-0 werd verslagen.
De speelsters van FC Barcelona vieren een doelpunt in het duel met Atlético Madrid, dat met 2-0 werd verslagen. Foto Gabriel Bouys/AFP

Halverwege de tweede helft gaat er een enorm gejuich op als op het scorbord van het Wanda Metropolitano het aantal toeschouwers wordt getoond: 60.379. Een wereldrecord in het vrouwenvoetbal voor een wedstrijd tussen twee clubteams. Dat Atlético Madrid het competitieduel met FC Barcelona met 2-0 verliest mag de pret niet drukken. Als aan het eind van de wedstrijd het lied van Atlético door het stadion klinkt krijgen alle speelsters een staande ovatie.

„Het was bovenal een overwinning voor het vrouwenvoetbal”, zegt de winnende trainer Lluís Cortés na afloop. „Ik loop al heel wat jaartjes mee en weet van hoever we zijn gekomen. Hoe vaak heb ik met mijn ploegen niet voor een handjevol ouders gevoetbald? Of dit voor herhaling vatbaar is in Camp Nou? Ik weet het niet. Laten we het hopen.”

Het vrouwenvoetbal heeft in Spanje altijd in de schaduw gestaan van het mannenvoetbal. De eerste vrouwen zouden zich – volgens studies – in 1914 hebben verenigd bij de Spanish Girl’s Club in Barcelona. Mede door de Eerste Wereldoorlog werden die activiteiten al snel gestaakt. Onder de dictatuur van Francisco Franco (1939 -1975) krijgt het vrouwenvoetbal nooit een serieuze kans zich te ontwikkelen. Het machismo zit dan diep geworteld in het land waar het regime van de vrouw verwacht dat ze baart, kookt en dienstbaar is.

Lees ook: Het Nederlandse vrouwenvoetbal loopt tegen zijn grenzen op

Pas in 1988, tien jaar na de transitie naar democratie, wordt in Spanje een begin gemaakt met een vrouwencompetitie. Aanvankelijk bestaat die uit dertien clubs die eerst in verschillende delen van het land voetballen voordat in de eindfase om de nationale titel wordt gespeeld. De laatste jaren is het vrouwenvoetbal professioneler geworden. In de huidige Liga Iberdrola strijden zestien clubs om de landstitel. Een deel van de wedstrijden is live op de televisie. Desondanks blijft het verschil met mannen in veel opzichten groot.

Forse investeringen

Spaanse grootmachten als Atlético Madrid en Barcelona hebben de competitie met forse investeringen naar een hoger plan getild. In navolging van topclubs als Olympique Lyon, VfL Wolfsburg, Frankfurt en Arsenal weten ze buitenlandse sterren vast te leggen, zoals Ludmila da Silva (Atlético, Brazilië), Aïssatou Tounkara (Atlético, Frankrijk), Lieke Martens (Barcelona, Nederland) en Toni Duggan (Barcelona, Engeland).

Middenvelder Kheira Hamraoui van Barcelona (rechts) in duel met Carmen Menayo van Atletico Madrid. Foto Gabriel Bouys/AFP)

Toch zijn de omstandigheden in het Spaanse vrouwenvoetbal vaak verre van professioneel. Daarvoor lopen de begrotingen te veel uiteen. De vrouwentak van Barcelona werkt met 3,5 miljoen euro, terwijl Madrid CFF circa drie ton ter beschikking heeft. Bij clubs als Granadilla en Albacete worden duels voor een paar honderd toeschouwers gespeeld. Het ontbreekt nog altijd aan een elftal dat onder de naam van Real Madrid speelt. En dus aan een clásico.

De groeiende interesse in het vrouwenvoetbal staat symbool voor de feminisering van de samenleving, met een regering (van premier Pedro Sánchez) die meer vrouwen dan mannen telt. Vrouwen gaan steeds vaker de straat op om gelijke rechten te eisen, te protesteren tegen seksueel geweld of zich af te zetten tegen het aloude machismo. Zo vulden de centra van alle grote Spaanse steden zich onlangs op 8 maart tijdens internationale vrouwendag.

De Basken slaagden er voor het eerst in een groot publiek enthousiast te krijgen voor vrouwenvoetbal. In 2003 vestigde Athletic Club met 35.000 fans bij een competitiewedstrijd tegen Híspalis een record dat lang stand hield. En de club uit Bilbao trok eerder dit jaar bij een bekerduel met Atlético 48.121 fans. De rojiblancos uit Madrid probeerden dat te verbreken. En met succes.

Fans van Atletico Madrid tijdens de wedstrijd tegen Barcelona. Foto Kiko Huesca/EPA

Met 60.379 toeschouwers werd zelfs het wereldrecord voor clubteams gebroken. Dat stamde uit 1920, toen in het Goodison Park van Liverpool 53.000 fans keken naar een duel tussen Dick Kerr’s Ladies en Helen’s Ladies. Het absolute record staat op 90.185 toeschouwers bij de WK-finale van 1999 in de Rose Bowl, tussen de VS en China.

Lees ook: WK-deelname is geen garantie voor toekomst Nederlands vrouwenvoetbal

Aan het eind van deze zondagochtend vullen de terrasjes in de wijk San Blas zich met de eerste fans. De straten bij het stadion van Atlético kleuren rood-wit, met hier en daar het azulgrana van Barcelona. De sfeer is anders dan bij een mannen-wedstrijd. Gemoedelijker, minder opgefokt. Families met kinderen kijken hun ogen uit, zien een matig optreden van de Nederlandse wereldster Martens en zingen liedjes mee met de harde kern van Atlético. Agenten verpozen zich in de zon.

Uit de schaduw van de mannen

Het duel tussen de nummers één en twee van de competitie trekt verschillende soorten fans. Zoals socio Angel Sánchez, die net als duizenden anderen gratis naar binnen kan en zijn club steunt waar hij kan. „De mannen zijn overal voor uitgeschakeld. Nu moeten de vrouwen maar voor succes zorgen”, zegt hij lachend. Verderop staat Beatriz Gil met haar man en dochter. Betalende toeschouwers. „We gaan nooit naar het voetbal. Maar hier wilden we bij zijn. Mooi dat de vrouwen een keer uit de schaduw treden.” Haar man knikt. Hij vindt het prima voor een keer.

Het gezin klapt na afloop dankbaar voor Atlético én zichzelf. Zonder hen zou het record wat lager zijn uitgevallen. „We hebben op het veld verloren, maar toch voelt het alsof we een grote prijs hebben gewonnen”, zegt Atlético-captain Amanda Sampedro later. „Ik ben trots op deze club.”

Correctie (18 maart 2019): in een eerdere versie stond dat de Spaanse competitie in 1998 werd opgericht, bedoeld werd tien jaar eerder.