NRC checkt: ‘Elke rugbytackle is bijna als een autobotsing’

Dat zei voormalig Schots international Kelly Brown op 6 februari tegen de BBC.

Een tackle tijdens Ierland - Italië op 10 maart 2019.
Een tackle tijdens Ierland - Italië op 10 maart 2019. Foto Paul Faith/AFP

De aanleiding

Het aantal hoofdblessures moet verminderen, vond de internationale rugbybond begin 2017. En daarom paste het de spelregels aan. Wie tijdens een tackle het hoofd van een tegenstander raakt, bewust of niet, riskeert een rode kaart. Dat leidt tot kritiek: de sport zou er te soft door zijn geworden, zeggen spelers en trainers wereldwijd. Kelly Brown, voormalig aanvoerder van Schotland, reageert hierop bij de BBC. Hij is juist voorstander van de nieuwe regel. „Elke tackle [...] is bijna als een autobotsing”, zo beargumenteert hij. We checken deze stelling.

Waar is het op gebaseerd?

Brown, die zelf jarenlang op professioneel niveau rugby speelde, noemt in het artikel geen cijfermatig bewijs voor zijn uitspraak. Hij zegt dat „de brute kracht” van de „flinke mannen” die op elkaar botsen niet in twijfel kan worden getrokken. Brown reageert niet op vragen van NRC.

En, klopt het?

Voormalig Nederlands international Yves Kummer zegt dat tackles de laatste jaren zwaarder zijn geworden. „Vroeger tackelde je vanaf de zijkant. Tegenwoordig stop je iemand echt.” Twee rugbyers die in volle vaart op elkaar af rennen en op elkaar botsen. Met een beetje pech komt er ook nog één van achteren – een sandwich.

De Nieuw-Zeelandse onderzoeker Doug King zette deze botsingen in 2013, voor een onderzoek naar hersenletsel, al eens om in cijfers. Hij liet 38 mannelijke senioren van een amateurclub uit rugbymekka Nieuw-Zeeland een seizoen lang een gebitsbeschermer met sensor dragen. Deze sensor registreerde botsingen met een impact van minimaal 10g – tien keer de valversnelling op aarde.

Wat blijkt? Per wedstrijd kreeg een speler gemiddeld 77 keer een botsing met die impact te verduren. Het gemiddelde was 22g, de hoogst gemeten 180. In een niet-gepubliceerde studie lag het gemiddelde met 28 en een maximum van 220 zelfs nog hoger, laat King per e-mail weten. Het is volgens hem aannemelijk dat op topniveau hogere krachten worden gemeten. „Professionele spelers zijn forser, sneller en fitter.”

Het is gebruikelijk om de impact van een autobotsing met dezelfde versnelling g aan te duiden. „Versnellingen zijn evenredig aan krachten en spanningen in weefsels. En daarmee maatgevend voor de kans op letsel”, zegt Riender Happee, werkzaam bij TU Delft en gespecialiseerd in onderzoek naar autobotsingen.

Hoeveel g een bestuurder ervaart tijdens een autobotsing, hangt af van veel factoren: snelheid bijvoorbeeld en waar je tegenaan rijdt. Aan de hand van testen van de Amerikaanse Rijksdienst Wegverkeer kan worden aangenomen dat je 22g ervaart als je met gordel om met zo’n 30 kilometer per uur tegen een boom rijdt. Doe dit met 100 kilometer per uur en het is bijna 180g.

Maar eenzelfde impact betekent niet dat ook het letsel hetzelfde is. Daar zijn de omstandigheden te verschillend voor. „De duur en energie van de belasting hangt voornamelijk af van de verandering in snelheid. Deze is bij rugby natuurlijk lager”, zegt Happee. „Maar ook al is er een groot verschil, de herhaaldelijke blootstelling zal tot andere vormen van letselontwikkeling leiden.” Bij een autobotsing wordt er gekeken naar de eenmalige belasting. Een rugbyer daarentegen heeft meermalen per wedstrijd, en dat jarenlang, met botsingen te maken.

Conclusie

Volgens voormalig rugbyer Kelly Brown is elke rugbytackle bijna als een autobotsing. De gemiddelde impact van rugbybotsingen op amateurniveau is vergelijkbaar met die van een autobestuurder die met zo’n 30 kilometer per uur tegen een boom tot stilstand komt. De omstandigheden van een autobotsing zijn onvergelijkbaar met die van een rugbytackle. Het letsel na een autobotsing met een gelijke versnelling is niet hetzelfde als die van een rugbyer na een tackle. We beoordelen de stelling als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt