Recensie

Recensie Muziek

Geweldig zingend Kamerkoor is behalve origineel ook relevant bezig

Klassieke muziek Het Nederlands Kamerkoor brengt het multidisciplinaire concert Vergeten, waarin nieuwe koormuziek en acteur Arjan Ederveen de ziekte van Alzheimer akelig navoelbaar maken. Het programma is sterk en origineel, maar ontroering blijft uit.

Arjan Ederveen met het Nederlands Kamerkoor in de voorstelling ‘Vergeten’.
Arjan Ederveen met het Nederlands Kamerkoor in de voorstelling ‘Vergeten’. Foto Melle Meivogel

Het is een van de krachten van Tido Visser, directeur van het Nederlands Kamerkoor, dat hij sterke, genre-ontstijgende programma’s verzint. Ja, Nederland zingt al massaal (naar schatting 1,7 miljoen mensen) en het Kamerkoor trekt ook gevulde zalen. Maar wanneer je door een originele programmering ook nieuwe, andere luisteraars wint voor de schoonheid en relevantie van koormuziek, vul je niet alleen de stoelen van vanavond, maar ook die van morgen.

Vissers vader, de bariton Lieuwe Visser, overleed vijf jaar geleden aan dementie. Dat inspireerde tot het multidisciplinaire concert Vergeten, dat via koormuziek, nieuwe teksten van Spinvis en elektronica de belevingswereld van dementiepatiënten navoelbaar wil maken.

Toevoeging van Arjan Ederveen is sterk

Het aantrekken van acteur Arjan Ederveen is een sterke zet. Ederveen kent de tragiek van het ziektebeeld van zijn moeder. Daarbij treft hij in zijn dubbelrol (patiënt en zoon) precies de juiste mix van scherts en ernst, zonder associaties op te wekken met het blaasuitdagend hilarisch absurdisme van zijn realistische docudrama’s Dertig minuten.

Tijdens Ederveens openingsmonoloog – een telefoontje met een hulpinstelling die de broekplassende vader zonder „zorgindicatie” afwijst („Oh, een collega belt me terug. Ja.”) – ging er door de Grote Kerk in Alkmaar direct een brom van geamuseerd-geërgerde herkenning. Zo besef je: met Vergeten is het Kamerkoor behalve origineel ook relevant bezig. Nederland telt nu 270 duizend dementiepatiënten, elk met een cirkel aan betrokkenen. En dat aantal zal in twintig jaar verdubbelen.

De line-up aan gekozen koorwerken, grotendeels actueel, is effectief en wordt geweldig gezongen. In Sonic Vertigo van Panayiotis Kokoras maken desoriënterende klankgeselingen het proces van geestelijke ontmanteling navoelbaar, terwijl Ederveen middels een kleine verkleedpartij soepel van de zoon in de vader transformeert: een huisarts in ruste die alzheimer weliswaar klinisch beschrijft, maar dat doet met zulke rare herhalingen dat je direct snapt: oh jee, ook hij.

Disruptief, geladen en emotionerend

Alle koorwerken, met heldere slag geleid door chef Peter Dijkstra om de kerkakoestiek de baas te blijven, voegen een puzzelstukje toe aan het verhaal: soms disruptief, soms geladen, soms emotionerend. Elektronica (Jorrit Tamminga) is, hoewel soms erg hard, de rauwe rafelrand van het programma, net als het virtuoze fluitspel van Erik Bosgraaf. „Cel voor cel word ik gewist”, mompelt de vader – en Bosgraaf maakt dat met omineuze tremoli tastbaar.

Nadeel: betrokkenheid wint het van ontroering, idee van emotie. Ontroering is er even, tijdens Brahms’ zinderend fraaie Warum ist das Licht gegeben. Maar boventiteling zou veel hebben toegevoegd. Dan hadden de prachtige teksten van alle gekozen werken de ervaring versterkt.