‘Dit is nog niet het einde van IS’

Eindstrijd van het kalifaat Aan het front in Baghouz is de situatie gespannen. Overal mijnen, zelfmoordaanslagen, volle kampen.

SDF-strijders kijken naar granaatinslagen op stellingen van IS-strijders in Baghouz.
SDF-strijders kijken naar granaatinslagen op stellingen van IS-strijders in Baghouz. Foto Delil Souleiman/AFP

‘Khalas IS, IS is ten einde”, roept een strijder van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in het voorbijgaan. Op de rotsige heuvel achter hem strompelen mensen uit de belegerde IS-enclave Baghouz in Syrië onder begeleiding van militairen over een smal pad naar boven, waar ze ondervraagd worden voor ze naar een opvangkamp of gevangenis worden vervoerd. De strijd tegen de terreurbeweging die jarenlang dorpen en steden in Syrië en Irak in zijn greep had, loopt op zijn einde.

Een peuter met een oranje jasje en een blauw mutsje wordt door een SDF-strijder een stap verder geholpen. Het lukt hem niet om zelf verder te lopen, zijn in het zwart gehulde moeder tilt hem op, nog een tweede kind op de arm meezeulend, maar moet hem weer neerzetten. Achter hen ploetert een man in een gele jas voort op krukken.

Bij het dorpje Baghouz in de Syrische provincie Deir ez-Zor hebben zich de laatste IS-strijders verschanst in tenten en ondergrondse holen waar zij en hun gezinnen minder kans lopen te worden geraakt door bombardementen. Ook zouden er nog mensen in een ondergrondse gevangenis zitten. Na vier dagen van hevige gevechten lag de strijd de afgelopen dagen grotendeels stil, om burgers en IS’ers die zich hebben overgegeven, uit de belegerde enclave te laten. Zondag barstten de gevechten weer los.

„Ze stonden ’s ochtends aan de voet van de heuvel te roepen dat ze zich wilden overgeven”, zegt een militaire woordvoerder. Na een eerste check door SDF-soldaten klimmen de vrouwen, kinderen en – in veel gevallen gewonde – mannen de rotsen op. Verderop op de heuvel wordt iedereen gefouilleerd en ondervraagd. Eerst door SDF-strijders en meters verderop nogmaals door internationale militairen.

De mensen bleven de afgelopen weken maar uit de enclave stromen; op het stukje grond van minder dan een kilometer tussen rots en SDF-troepen bleken niet duizenden, maar tienduizenden mensen te zitten. Onder de naar schatting 1.800 vertrekkers van donderdag en vrijdag was volgens een lokale journalist ook een Nederlandse vrouw met twee kinderen.

De meeste mannen gaan naar de gevangenis. Vrouwen en kinderen worden na een paar happen eten en wat water in trucks geladen en vervoerd naar gesloten kampen in Noordoost-Syrië, die inmiddels ver over hun capaciteit heen zijn. Volgens de VN-organisatie OCHA zijn bijna 70 duizend mensen opgevangen in kamp Al-Hol. Onderweg daarheen of vlak na aankomst stierven 122 mensen, merendeels kinderen. Hoofdoorzaken: ondervoeding, longontsteking, uitdroging of diarree. De kampbewoners leefden de laatste weken op een minimum aan voedsel, zelfs op planten en gras.

Geen verwachte einddatum

Door het grote aantal mensen duurt de eindstrijd om Baghouz langer dan verwacht. Plaatselijke commandant Rostam Hasake durft geen einddatum te geven voor de gevechten. „We zeggen elke keer: nog twee, drie dagen – al twee maanden lang.” De SDF-troepen, een alliantie van verschillende Koerdische en Arabische milities waarin de Koerdische militie YPG de boventoon voert, werken in de strijd tegen IS samen met een internationale coalitie onder leiding van de VS.

In een verlaten woonhuis dat als commandopost dient in een al veroverd deel van Baghouz houdt een jonge strijder een radio in zijn ene en een iPad in zijn andere hand. Hij coördineert de luchtaanvallen met de coalitie; zodra troepen bedreigd worden, krijgt hij bericht en roept hij luchtsteun in.

Twee mannen geven zich over/vluchten uit de enclave. Foto Delil Souleiman/AFP

Overal kunnen mijnen liggen

In het inderhaast verlaten tentenkampje van IS liggen brommers en kinderfietsjes in het gras. In een pannetje doen vliegen zich tegoed aan etensresten. Het is voorzichtig lopen, want overal kunnen mijnen liggen. Naast een tent met kleurige dekens en matrassen ligt een kennelijk bij de overgave achtergelaten zelfmoordgordel – met de explosieven er nog in. „Als je hieraan trekt, gaat hij af”, zegt een soldaat. Volgens de SDF’ers zijn er nu geen „echte” burgers meer over. „Iedereen die nu pas vertrekt, hoort bij IS.”

Als om dit te bewijzen, blies vrijdag een van de vertrekkende vrouwen zich met kinderen aan de hand op in de stroom mannen, vrouwen en kinderen. Vlak na haar blies een tweede zelfmoordcommando zich op. Zes mensen uit de enclave kwamen om, drie SDF-soldaten raakten gewond.

IS had ooit aanzienlijke delen van Irak en Syrië in handen. De extremistische groep werd in eerste instantie verwelkomd door burgers die zich gemarginaliseerd voelden. Zelfs bij de soldaten die nu op leven en dood vechten tégen IS, zitten mensen die zelf ooit deel uitmaakten van de extremistische groep.

Als de VS en Europa ons nu in de steek laten, is dat verraad

Rostam Hasake, commandant SDF-troepen

Een groepje soldaten uit Raqqa zit op het dak van een legerpost. „Hij is Daeshi, van IS”, wijst een soldaat lachend naar een collega die berichtjes van zijn dochtertje beluistert op zijn telefoon. Hij zat inderdaad bij IS, beaamt de tengere jongen, die niet met zijn naam in de krant wil omdat hij in zijn woonplaats met de dood wordt bedreigd. Toen de IS’ers in Raqqa kwamen, ging hij voor ze werken, moskeeën onderhouden. Na een jaar had hij genoeg misstanden gezien om de groep te verlaten en ging hij sigaretten smokkelen. „Daar stonden alleen zweepslagen en een boete op, niet zoals diefstal waarvoor je hand werd afgehakt”, zegt hij laconiek. Bepaalde gewoontes die hij van de radicale islamisten heeft geleerd, laat hij niet los. Sinds de komst van IS draagt zijn vrouw een gezichtssluier. Die blijft voorlopig om.

Geen van de SDF-strijders verwacht dat na deze slag de oorlog voorbij is. Als IS weg is, staan aan de ene kant de Turken aan de poort, die geen Koerdisch zelfbestuur naast hun grens willen, en aan de andere kant het Syrische regime. De Amerikaanse president Trump kondigde in december aan zijn troepen uit Syrië terug te trekken. Hoewel dat besluit na veel kritiek uit militaire hoek deels werd teruggedraaid, is de toekomst onzeker. „Als de Amerikanen en de Europeanen ons in de steek laten, is dat verraad”, zegt commandant Hasake. „Wij hebben hen van een ramp gered door IS te bestrijden – anders waren ze nu allemaal in Europa geweest.”

Leden van de SDF in Baghouz. Foto Delil Souleiman/AFP

Uitgeput, maar ongebroken

Bovendien betekent de verwachte herovering van het laatste stukje IS-terrein in Oost-Syrië niet het einde van IS. Ze mag voor het moment geografisch en militair bijna verslagen zijn, de organisatie is verre van dood. Leider Abu Bakr al-Baghdadi is waarschijnlijk in een eerder stadium al ontkomen. Maar de mannen en vrouwen die uit de enclave komen, tonen zich ondanks honger en uitputting ongebroken.

Vorige week gingen filmpjes de wereld rond van IS-vrouwen die onder de neus van SDF-troepen en journalisten scandeerden dat de Islamitische Staat zou blijven voortbestaan. Dicht bij de mensen uit de enclave komen, kan tijdelijk niet meer; de SDF schermt sinds afgelopen maandag zowel de corridor over de heuvel als de vluchtelingenkampen en gevangenissen af voor journalisten, naar verluidt omdat mediaoptredens van IS-vrouwen ongeregeldheden veroorzaakten tussen de kampbewoners. In de overvolle Syrische kampen zitten nu tienduizenden vrouwen met een IS-ideologie, van wie de fanatieksten de leiding al proberen over te nemen. Ook de voedingsbodem voor IS is niet weg. „Zolang mensen een beetje van ze houden, zullen ze blijven opkomen, onder deze naam of een andere”, zegt commandant Hasake.

In de dorpjes van de provincie Deir ez-Zur waar IS kort geleden is verdreven, zien mensen de SDF-troepen met wantrouwen komen. „Je kunt het hen niet kwalijk nemen”, zegt Adnan Afrin, een andere SDF-commandant. „Ze hebben de afgelopen jaren steeds andere machthebbers gezien. Eerst maakten ze het onrecht van het regime mee, toen het onrecht van Jabhat al-Nusra, het Vrije Syrische Leger, en vervolgens van IS. Logisch dat ze ons niet meteen met open armen ontvangen.”

Analisten vermoeden dat zich in Irak en Syrië tienduizenden slapende IS-cellen verbergen. Het gevaar daarvan is dagelijks voelbaar. Op de weg vanuit Deir ez-Zur naar het noorden lijken de dorpjes een toonbeeld van vredig plattelandsleven. Een vrouw met een kleurige jurk en hoofddoek leidt een koe langs de weg, een jongen ligt aan een auto te sleutelen, er huppelen jonge geitjes in het gras. Maar langs diezelfde weg zijn nog geen uur geleden twee SDF-soldaten doodgeschoten.

Lees ook de column van Carolien Roelants: Met Assad gaat het goed – maar met Syrië helemaal niet

Wie denkt dat dit het einde van IS is, maakt volgens de SDF-strijders een grote fout. „We hebben de afgelopen jaren een militaire strijd tegen IS gevoerd”, zegt commandant Afrin. „Een vijand die tegenover je staat en zichtbaar is, is relatief makkelijk. Nu komt de ideologische strijd en de koude oorlog tegen de slapende cellen. Het moeilijkste deel begint nu pas.”