De straat op om vooral de eigen kiezers nog eens te overtuigen

Campagne Politici gingen ook dit weekeinde weer het land in om kiezers te ontmoeten. Tot inhoudelijke gesprekken leidt dat zelden.

Met Geert Wilders op de foto tijdens een bezoek aan de markt in Spijkenisse, in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen.
Met Geert Wilders op de foto tijdens een bezoek aan de markt in Spijkenisse, in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen. Foto Robin Utrecht/ANP

Een winkelcentrum in Leidschenveen (Mark Rutte, VVD). De Lijnbaan in Rotterdam (Lodewijk Asscher, PvdA). Een woonwijk in Den Bosch (Lilian Marijnissen, SP). Het centrum van Leiden (Rob Jetten, D66). Het centrum van Naaldwijk (Sybrand Buma, CDA). De Volendamse Dijk (Geert Wilders, PVV). Een theater in Den Helder (Thierry Baudet, FvD).

De landelijke partijleiders probeerden het dit weekend nog één keer: stemmers in het land overtuigen op hún partij te stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen woensdag. In een tijd waarin campagnes steeds meer plaatsvinden op beeld – van tv-debatten tot Instagram-stories – blijft de klassiekste campagnemethode belangrijk.

Gewoon, de straat op en kiezers overtuigen. Werkt dat?

Op de Lijnbaan in Rotterdam krijgt een stel uit Overijssel – met hun naam willen ze niet in de krant – een rode roos van PvdA-leider Lodewijk Asscher. Jazeker, ze gaan stemmen, maar geen PvdA. Dat laatste vroeg Asscher ze overigens ook niet, „hij gaf een roos en liep door”, zegt de vrouw.

Luister hier naar onze podcast Haagse Zaken over de verkiezingen

Kort daarvoor had Asscher na een bijeenkomst met migrantenvrouwen in Rotterdam-West minutenlang met een ex-partijlid gesproken. Hij overtuigt haar nu toch weer eens op de PvdA te stemmen. Maar dat was voordat hij de straat op ging, bos rozen in de hand, de stad in, in hoog tempo honderden potentiële kiezers passerend.

Politici beloven van alles

In de Herenstraat in Naaldwijk spreekt CDA-leider Sybrand Buma José Kradolfer aan. Ze praten even. Gaat ze stemmen? „Dat weet ik nog niet”, zegt ze als Buma weg is. „Ik vond hem wel sympathiek. Maar politici beloven altijd van alles en er komt niks van terecht.” Ze stemt ondertussen al jaren niet meer. „Vroeger nog wel eens de PVV. Maar daar komt ook niks van, wat doen die? Misschien is Forum voor Democratie wat, of 50Plus, want ik ben zelf 65.” Nee, ze heeft niet tegen Buma gezegd dat ze de politiek niks vindt. „Dat had ik natuurlijk wel moeten doen. Maar dat vond ik toch een brug te ver.” Ze lacht.

Elke leider heeft zijn eigen omgang met kiezers. In Spijkenisse roepen PVV-aanhangers „Geertje! Geertje!” als partijleider Geert Wilders, omringd door tientallen agenten en bewakers, langs hen loopt. Hij spreekt geen enkele stemmer, maar dat hoeft ook niet. Wilders ís er. Voor de aanwezigen is hij een beleving.

In een winkelcentrum in Leidschenveen vragen VVD’ers aan voorbijgangers of ze niet toevallig met partijleider Mark Rutte op de foto willen, „of misschien wilt u een vraag stellen?” Op de foto willen mensen wel, maar veel gevraagd wordt er niet aan de premier.

Inhoudelijk worden de vluchtige ontmoetingen op straat dan ook zelden. De stoet moet dóór, er wachten verderop meer kiezers die een roos of flyer in hun handen gedrukt kunnen krijgen. Het moet vrolijk zijn, in kritiek en cynisme hebben de leiders zo laat in de campagne geen zin. Ze lijken vooral hun éigen stemmers nog eens te willen overtuigen. Zegt iemand niet op hun partij te gaan stemmen, dan is dat „jammer” maar wensen ze de kiezer „toch nog een fijne dag”. Op de achtergrond klinkt het geklik van fotocamera’s, soms zijn de leiders omringd door tv-camera’s, dan partijgenoten en dán pas kiezers.

Als Ruttes bezoek aan Leidschenveen er bijna op zit, loopt een man woedend op de premier af. „Rutte, een schande ben je!” Rutte blijft vriendelijk lachen en zegt iets in de trant van: ‘Helaas, ik kan u toch niet overtuigen.’ De man loopt scheldend weg. Tegen zijn partijgenoten zegt Rutte: „Die is nog niet helemáál overtuigd. Daar moeten we nog wat aan doen!”

M.m.v. Barbara Rijlaarsdam, Petra de Koning en Mark Kranenburg.