Bijna iedere moslim in Christchurch heeft iemand verloren

Aanslagen Nieuw-Zeeland Twee dagen na de aanslagen wachten moslims in Christchurch rouwend tot ze hun doden kunnen begraven. „Waarom duurt het zo lang? We krijgen maar geen antwoord.”

Een familielid troost Nadeem Rashid (grijs haar), de broer van Naeem Rashid, de ‘held van Christchurch’ die aanslagpleger Brenton Tarrant vrijdag probeerde tegen te houden bij de Al Noor-moskee in Christchurch en vervolgens werd doodgeschoten.
Een familielid troost Nadeem Rashid (grijs haar), de broer van Naeem Rashid, de ‘held van Christchurch’ die aanslagpleger Brenton Tarrant vrijdag probeerde tegen te houden bij de Al Noor-moskee in Christchurch en vervolgens werd doodgeschoten. Foto Sultan Dogar/ EPA

Een groepje Bengaalse jongemannen kan het niet meer aan. Ze staan te wachten bij het crisiscentrum van de aanslag in Christchurch, waar familie en vrienden bij de autoriteiten terechtkunnen met vragen. Als één van de jongens begint te huilen, breekt een ander ook. Snikkend omhelzen ze elkaar.

Op zondagmiddag, twee dagen na de aanslag op twee moskeeën in Christchurch, missen deze jongens nog steeds één van hun vrienden. Ze hebben de politie al zijn gegevens verstrekt, zegt Methon Noor, een van de jongens, met wanhoop in zijn stem. Persoonlijke papieren, foto’s, wat voor kleding hij draagt. „Waarom duurt het zo lang? In Bangladesh wachten ook mensen op nieuws. We krijgen maar geen antwoord.” Even later staan ze met zijn allen voor de camera om een videoboodschap op te nemen. Voor het thuisfront.

Deze jongens hadden geluk – voor zover je daarvan kunt spreken bij een drama als dit. Zij leven. Zoals Mokshed Ali, hij werkt in de bouw en vertelt dat hij vorige week toevallig aan de late kant was voor het vrijdagmiddaggebed. Hij kwam nog op tijd aanrijden om de chaos te zien die na het bloedbad was ontstaan. „Mensen kwamen in totale paniek naar buiten rennen.”

Somaliërs, Pakistanen, Birmezen

De Bengalen vormen een mini-gemeenschapje binnen de moslimgemeenschap van Christchurch. Zoals eigenlijk alle nationaliteiten dat hier doen. Je hebt de Somaliërs, zij zijn de grootste groep. Dan de Pakistanen, de Afghanen, de Birmezen, de Indiërs en zo verder. Samen zo’n 5.000 moslims. Allemaal verloren ze wel iemand. Een dochter of zoon, vriend of vriendin, collega of huisgenoot.

Door de aanslag vielen, voor zover zondagavond lokale tijd bekend, vijftig doden. Van de tientallen gewonden liggen er nog 34 in het ziekenhuis. Verdachte Brenton Tarrant zit in voorarrest. Op 5 april moet hij weer voor de rechter komen.

De Al Noor-moskee, de grootste en het oudste van de twee getroffen gebedshuizen, is van begin af aan een internationaal project geweest. Buiten, voor het crisiscentrum, vertelt de Pakistaanse Hanif Quazi hoe hij in 1985 financiering wist te regelen voor de bouw ervan. Hij wist geld gedoneerd te krijgen uit Irak, Saoedi-Arabië, Koeweit. Wel 400.000 Nieuw-Zeelandse dollar, herinnert hij zich, omgerekend ongeveer 240.000 euro. „Veel geld, zeker voor die tijd.” Alsof ze toen ooit hadden kunnen vermoeden dat het zo slecht zou aflopen, zegt hij.

Zijn vrouw is er ook, Raiza Quazi. Ze wonen al jaren op het noordelijke eiland van Nieuw-Zeeland, maar de Al Noor beschouwen ze nog altijd als hún moskee. Trots pakt ze haar smartphone erbij, er staan foto’s van vroeger op. Beelden in sepia van knappe jonge mensen bij een strakke, witte moskee. De bomen staan in bloei.

Gemeenschapsgevoel

Er is wel iets veranderd in Christchurch, zegt Raiza Quazi voorzichtig. Het gemeenschapsgevoel is tegenwoordig anders. Toen zij hier ooit aankwamen, vormden alle moslims één groep, zegt ze. „Maar we waren ook met minder. Hooguit met driehonderd mensen.” De immigratie nam vooral toe in de jaren tachtig en negentig. Nieuw-Zeeland voert een mild immigratiebeleid en verwelkomt vluchtelingen. Tegenwoordig is ongeveer een kwart van de bevolking niet in het land zelf geboren.

Nieuwzeelandse moslims vormen nu meer „clubjes in clubjes”, zoals Quazi het zegt. Als het ramadan is, koken ze nog steeds voor elkaar en breken ze samen het vasten na zonsondergang. „De ene keer zijn de Somaliërs aan de beurt om het eten klaar te maken en de volgende keer de Afghanen, zo gaat het.” En in het algemeen zijn mensen veel drukker dan vroeger, vergoelijkt ze de verwijdering: „Iedereen moet hard werken om geld te verdienen. De hele maatschappij is veranderd.”

Raiza Quazi krijgt steeds telefoon uit Pakistan – via WhatsApp bellen ze haar om te vragen hoe het gaat. Negen Pakistanen kwamen om bij de aanslag. Geen familie van de Quazi’s, wel vrienden. Ook Naeem Rashid kwam uit Pakistan, de man die de afgelopen dagen bekend is komen te staan als „de held van Christchurch”. Hij probeerde Tarrant tegen te houden bij de Al Noor-moskee. Rashid overleefde het niet, zijn zoon evenmin.

Uitzicht op begrafenis

De telefoontjes van Raiza Quazi gaan over de vraag of er al uitzicht is op een begrafenis voor de slachtoffers. Volgens de islam horen doden zo snel mogelijk begraven te worden, binnen 24 uur na het overlijden. De nabestaanden hebben moeten accepteren dat dat er niet in zit. De forensische onderzoekers willen hun werk zo secuur mogelijk aanpakken, zodat de doodsoorzaak officieel vaststaat en geldig is in een rechtszaak. En ze willen geen fouten maken en ervoor zorgen dat alle lichamen ook echt bij de juiste nabestaanden terechtkomen.

Zondagavond zouden de autoriteiten de eerste doden overdragen aan de nabestaanden, zodat zij alsnog een waardig afscheid kunnen regelen. Premier Jacinda Ardern zei dat ze hopen dat alle nabestaanden hun doden voor woensdag kunnen begraven.

In beeld: Aanslagen op moskeeën in Christchurch

Afgelopen dagen vlogen uit heel het land imams in om de moslims te kunnen bijstaan. En eventueel dus ook om de begrafenissen te begeleiden. Natuurlijk zou hij dat willen doen, zegt sjeik Amjad Ali uit Auckland, die aan komt lopen om in het crisiscentrum te helpen. Maar als het even kan, zegt hij, „laat dan de imams van de twee moskeeën hier dat doen, als zij ertoe in staat zijn”.

De vaste imam van de Al Noor moskee, sinds 2016, is Gamal Fouda, afkomstig uit Egypte. Fouda vertelde zondag aan de New Zealand Herald dat hij afgelopen vrijdag net vijf minuten aan zijn preek begonnen was, toen het geluid van geweerschoten de moskee doordrong. „Ik kan nog steeds niet geloven dat ik nog leef”, zei hij.