Besteedt de AIVD genoeg aandacht aan extreem-rechts?

Rechts-extremisme De aanslagen in Christchurch roepen de vraag op of de geheime dienst in Nederland voldoende prioriteit geeft aan extreem-rechtse dreiging. Jihadisme, Rusland en links-extremisme bleken belangrijker.

Een demonstratie van de Nederlandse Volks Unie in Den Haag, in 2014. Foto Marco de Swart
Een demonstratie van de Nederlandse Volks Unie in Den Haag, in 2014. Foto Marco de Swart

Hebben geheime diensten de rechts-extremistische dreiging veronachtzaamd?

Het was een van de prangende vragen die de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern de afgelopen dagen kreeg over de terroristische aanval op twee moskeeën in Christchurch. De 28-jarige schutter had eerder afbeeldingen van wapens en rechts-extremistische emblemen op Twitter verspreid, maar stond niet op de radar van de diensten.

De vraag over de juiste weging van dreiging uit extreem-rechtse hoek, is ook voor Nederland relevant. Dit vanwege de grote aandacht de laatste jaren voor de jihadistische dreiging in binnen- en buitenland.

Terreurdeskundige Bart Schuurman van de Leidse universiteit twitterde vrijdag: „De vreselijke aanslagen in Nieuw-Zeeland onderstrepen nógmaals dat politiek, contraterrorisme-beleidsmakers, media én onderzoekers veel meer en veel serieuzer aandacht moeten besteden aan rechts-extremisme.”

Bezuinigingen op de AIVD

Begin september vorig jaar gaf Dagblad van het Noorden een tot nu toe nauwelijks opgemerkt inkijkje in de prioriteiten van kabinet en AIVD sinds begin 2016. Uitgerekend in de tijd dat vijf extremisten een brandbom gooiden naar een moskee in Enschede, werd extreem-rechts – in elk geval tijdelijk – een ondergeschoven kindje bij de dienst. Belangrijkste redenen: ingrijpende bezuinigingen van het kabinet op de AIVD en enorme druk van ministers op de dienst om haar prioriteiten te herzien.

Na de bloedige aanslagen van IS-aanhangers in Parijs (november 2015), dwong het kabinet de AIVD om meer capaciteit vrij te maken voor het volgen van uitreizigers en binnenlands jihadisme. En toen er weer geld kwam, was er aanvankelijk aandacht voor links-extremisme.

Berrie Hanselman, net afgezwaaid na bijna veertig jaar trouwe dienst bij het volgen van extreem-links en extreem-rechts, vertelde vorig jaar in Dagblad van het Noorden hoe begin 2016 zijn team ‘extremisme’ vrijwel werd opgeheven: van de twintig analisten bleef alleen hijzelf over. „Maar gelukkig was het de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Dick Schoof die als een van de eerste zei: ‘Dit kan niet, want je moet links- en rechts-extremisme in de gaten blijven houden.’ Hij had er last van, want hij kreeg geen input meer vanuit de AIVD.”

Hanselman, die desgevraagd zijn woorden niet wil toelichten, zei verder dat bij de eerste pogingen tot schadeherstel links-extremisme prioriteit kreeg. „Na een half jaar was links weer als eerste vol op de agenda”, aldus de oud-analist.

Pegida en Nederlandse Volks Unie

De nadruk op het gevaar van links heeft niet alleen te maken met het trauma dat de moord van milieu-activist Volkert van der G. op Pim Fortuyn binnen de dienst veroorzaakte. Ze komt ook voort uit de manier waarop de AIVD van oudsher kijkt naar de verhouding tussen de linker- en rechterflanken. Op links zijn enkele groepen actief zoals de ‘Anti-Fascistische Onderzoeksgroep Kafka’ en het Antifascistische Aktie (AFA)-netwerk. Zowel ‘Kafka’ als AFA reageert vrijwel meteen op verhoogde activiteit van rechts-radicale clubs zoals Pegida, Nederlandse Volks Unie en Erkenbrand , en publiceren daar ook over. Daarmee nemen ze een deel van het werk van de geheime dienst uit handen. Bovendien is extreem-rechts volgens AIVD’ers vaak een reactie op vergrote activiteit van extreem-links, zoals in de Zwarte Piet-discussie. Wie extreem-links goed volgt, krijgt extreem-rechts er volgens deze filosofie gratis bij.

Belangrijke vraag bij dit alles is, welke langetermijnschade de ingrepen van de politiek van begin 2016 hebben aangericht. Hoeveel van de in 2016 overgeplaatste analisten weer terugkwamen toen de dienst er weer geld bij kreeg, is onbekend. De pensionering van de zeer ervaren analist als Hanselman kwam daar nog eens bij. Anderzijds vergde het ontstaan van de levendige webcultuur waarin de schutter van Christchurch zich bewoog, juist andere vaardigheden zoals slimme internet-surveillance.

Lees ook: Bezeten door de angst voor ‘omvolking’

De woordvoerder van de AIVD zegt dat „rechts-extremisme een heel belangrijk aandachtspunt” is voor de dienst; getallen over aantallen fte’s per afdeling geeft hij echter niet. De dienst beschikt over een „zeer goed actueel kennisniveau over rechts-extremisme”, aldus de woordvoerder. Hij verwijst naar een brochure over rechts-extremisme die de dienst in oktober vorig jaar uitgaf.

‘Opruiend discours’

In het stuk geeft de AIVD een genuanceerd beeld van extreem-rechts. De dienst waarschuwde tegen een agressief en „opruiend discours” van extreem-rechts op internet. Dat kan „eenlingen of kleine groepen” tot geweld aanzetten, precies wat met de terrorist van Christchurch was gebeurd. De AIVD schreef echter ook: „Links-extremisten zijn nog altijd eerder bereid om geweld in te zetten dan rechts-extremisten.”

Het werkprogramma (‘Geïntegreerde aanwijzing’ ) dat het kabinet samen met AIVD en MIVD heeft opgesteld (2019-2022), geeft evenmin een onrustbarend beeld. Rusland en jihadisme zijn daarin veel belangrijker als dreigingen. Over rechts-extremisme zegt het programma alleen dat ,,de AIVD en MIVD de ontwikkelingen binnen het rechts-extremisme in kaart brengen om inzicht te krijgen in de radicalisering van rechts-extremistisch geïnspireerde personen en groepen in Nederland”. Aan links-extremisme is een veel uitvoeriger passage gewijd. De vraag is of dit alles na de gebeurtenissen in Nieuw-Zeeland zo blijft.