Toen de gematigdheid door één prachtige manoeuvre triomfeerde

Deze week: de voorgenomen Bruderkuss van Rutte en Klaver.

Ofwel: hoe een moeizame coalitie met één slimme manoeuvre het politieke landschap herschikte.

Grote vragen vergen grote antwoorden – en je kunt Rutte III van alles verwijten, maar antwoorden zijn er gekomen deze week.

Zo spectaculair maak je het niet vaak meer mee.

Midden in de campagne, een week voor de statenverkiezingen, een coalitieakkoord presenteren waarmee het klimaatbeleid van VVD, CDA, CU en D66 in progressieve richting opschuift, zodat GroenLinks na de verkiezingen op dit gebied de informele gedoogpartner van de coalitie kan worden.

Het kabinet vroegtijdig gered, het klimaatbeleid gered, het politieke landschap met één manoeuvre herschikt.

Er ging uitvoerig voorwerk binnen de coalitie aan vooraf, en ook daar zat voor de fijnproevers een spectaculair kantje aan.

Klaas Dijkhoff, de VVD-voorman die zich het laatste half jaar in de Kamer onderscheidde met uitgesproken maar amper haalbare ideeën, had zijn oude schappelijkheid hervonden.

Hij bracht de coalitie vlak voor het krokusreces al op het idee van een gezamenlijke reactie op de analyses, deze week, van de planbureaus over het ontwerp-klimaatakkoord.

Soepel verliep dit zeker niet altijd – zo verzette minister Wiebes (Klimaat, VVD) zich tot een laat moment tegen voorliggende varianten van een CO2-heffing voor de industrie.

Maar uiteindelijk ging het zoals die dingen gaan – elke partij moest inleveren, elke partij boekte deelwinst. En de symbolisch grootste winst was voor Jetten (D66), met diezelfde CO2-heffing.

Dit onderstreepte ook een andere spectaculaire trendbreuk: de bedrijvenlobby van VNO-NCW, decennia de invloedrijkste bespeler van het nationale bestuurscentrum, het Real Madrid van de lobbyisten, heeft zijn positie onder de luidruchtige Hans de Boer vrijwel volledig verspeeld. Verbannen naar de tribune.

En er was nog een aspect dat eruit sprong. Een coalitie die zich anderhalf jaar publicitair inspande om vooral niet op een coalitie te lijken – elke partij het eigen verhaal, altijd het eigen verhaal eerst – moest ten slotte toch een moment van openbare gezamenlijkheid accepteren.

Een beetje laat misschien: het beeld van Rutte III als moetje, of soepzootje, zal niet in een paar weken te redresseren zijn.

Een omgekeerde aanpak zou ook logischer (en eerlijker) zijn geweest: coalitiepartijen die gezamenlijkheid uitstralen als ze zaken met elkaar doen, en dan in campagnetijd terugvallen op de eigen plannen en idealen.

Maar het interessantst was wel dat hun manoeuvre deze week uitpakte als een verrassende politieke triomf voor de gematigdheid.

Je hoorde ook dat dit een gamechanger voor de campagne was, maar dat weet ik niet zo.

Vorig weekeinde was ik in Woerden, in het Schilderskwartier, een electoraal representatieve wijk waar je doorgaans uitstekend opvangt hoe de vlag er bij de kiezer bij hangt.

Maar mensen hadden amper in de gaten dat er een game („Verkiezingen? Wanneer?”) op de agenda stond: hier viel niets te changen.

Daar kwam bij dat veel kiezers al moe werden bij het idee. Een oudere dame riep uit: „Moet ik nou wéér stemmen?”

In een politiek café in het centrum klaagden provinciale kandidaten ritueel over nationale kopstukken die hun campagne in de weg liepen. Evengoed erkenden ze dat ze zelf zelden geestdrift bij kiezers wisten te wekken.

„Mensen hebben niet altijd zin in politiek”, verzuchtte Statenkandidaat Floris van Elzakker (GroenLinks) uit het stadje.

En de media zijn er niet op ingericht, ik weet het, maar als je zulke geluiden hoort kon je je afvragen of we komende woensdag al te veel in de uitslag moeten lezen.

Maar de voornaamste gamechanger, vermoed ik, was deze week de verbouwing van de machtspolitieke verhoudingen voor het restant van deze kabinetsperiode.

GroenLinks wordt, als de coalitie de beloften van Rutte en Wiebes nakomt, bij klimaatbeleid een politieke partner van het kabinet. En het is duidelijk dat de premier ook inzake pensioenen zaken wil doen met én de vakbonden én GroenLinks én de PvdA.

Je zou zeggen: nogal ambitieus. Maar na deze week weten we weer: bij die Rutte is geen Bruderkuss ondenkbaar. Al in december hoorde ik dat hij en Klaver genoeglijk met elkaar hadden geluncht.

Een vraag is wel of de kiezer structurele samenwerking van VVD en GroenLinks aankan.

Klaver was campagneleider van GroenLinks toen Jolande Sap, na het Lenteakkoord met Rutte in 2012, in haar partij en bij de kiezer over de knie ging. Einde carrière. Dus Klaver kent de risico’s.

In de VVD waren ze duidelijk al langer aan het denken over deze manoeuvre. Het vaasje. De positionering tegen ‘de schreeuwers’. Het gebruik van het ideologieloze ‘doeners’. Ministers die ‘het redelijke midden’ omarmen. Allemaal tekenen dat de partij niet langer wil hengelen naar de zeer rechtse kiezers van Wilders of Baudet.

Dit kan nu ook gemakkelijker, zoals een CDA-Kamerlid deze week observeerde, omdat Buma „door de christelijk-sociale vleugel in de partij is teruggefloten” bij zijn poging het CDA meer op de rechterflank te positioneren.

Gevolg is dat de VVD vrijer naar het midden kan bewegen. Deze week begon zelfs weer iemand in de partij over een liberaal-progressief blok van VVD, D66 en GroenLinks.

Maar je vermoedt ook dat dit weer meteen verdwijnt mocht later dit jaar blijken dat de VVD-kiezer, gevoed door de Wiegels van deze wereld, afknapt op samenwerking met GroenLinks.

Er kwam bij dat je later in de week ook hoorde dat niet iedereen in de coalitie dezelfde uitleg aan de aanvullende klimaatregelen gaf. Al mag je aannemen dat ze nu in Rutte III wel doorhebben dat het kan helpen om samen hetzelfde te vertellen.

Intussen hoor je niemand in de VVD nog over ‘het verkeerde populisme’: de term waarmee Rutte in 2017 de strijd met Wilders won.

Maar juist dit populisme ontstijgt, met Baudet erbij, nu in de peilingen de twintig procent ruimschoots; het zou de beste uitslag ooit voor die stroming zijn.

Een van de paradoxale effecten is dat uitgerekend PVV- en FvD-kiezers, met hun radicale opvattingen over klimaat en Nexit, de rest van de partijen in een blok dwingt. Een blok dat wel moet samenwerken – omdat er anders überhaupt niet meer te werken is in de landspolitiek.

Zo ontstaat, in FvD-termen, een ‘partijkartel’ uit weerzin tegen het vermeende partijkartel, met een paradoxaal effect: terwijl de kiezer naar rechts beweegt, beweegt het machtscentrum in andere richting.

Een opdeling, straks in de Eerste Kamer, die laat zien welke keuze voorligt: geloven mensen de radicale taal van PVV of FvD, of houden ze vertrouwen in het organiseren van gematigdheid?

De coalitie heeft er deze week op voorgesorteerd. Maar je kunt er natuurlijk op afdingen dat zo’n brede samenwerking, van VVD tot en met GroenLinks, elke kleur uit de politiek verstoot, terwijl kiezers juist heldere keuzes en heldere vijandbeelden belonen.

Je kunt evengoed zeggen dat de coalitie (en kandidaat-partner GroenLinks) kozen voor de moedigste politiek die je nu kunt voeren.

Een politiek die de simplificatie van de polarisatie omzeilt, en resultaat voor het klimaat boven alledaagse verlangens plaatst. Een politiek van gematigdheid die beschaving en schoonheid meer waarde toekent dan zelfzucht.

    • Tom-Jan Meeus