Opinie

    • Sjoerd de Jong

Sceptisch blijven is gewenst, ook over scepsis die spectaculair af- en toeneemt

Scepsis is kennelijk zoiets als het Nederlandse weer: sterk wisselvallig. Want op zaterdag waarschuwde het Commentaar nog, mede op basis van een groot NRC-buurtonderzoek dat die dag werd gepubliceerd, dat „de klimaatscepsis toeneemt”, aangejaagd door oikofiele politici. De barsten sprongen in mijn zonnepaneel.

Maar op maandag, na de „klimaatmars” van 40.000 mensen in Amsterdam, meldde de krant prompt dat klimaatscepsis onder Nederlanders „spectaculair” was áfgenomen. Dat bleek uit nieuw onderzoek. Zelfs kiezers van klimaatsceptische partijen waren minder gaan twijfelen.

Hoe nu? Enkele lezers vielen over die „flagrante tegenspraak”. Kan scepsis zo snel verdampen?

Het valt uit te leggen, en een van de auteurs van het buurtonderzoek, Floor Rusman, deed dat donderdag in haar column – en dat is een goede les in de waarde en weging van peilingen, maar ook in die van een buurtonderzoek (300 mensen in 20 buurten) dat een gemengd beeld geeft.

De peiling met die spectaculaire afname beslaat, zoals een kritische lezer zelf al opmerkt, een periode van tien jaar (2009-’19) en is dus geen momentopname zoals veel andere peilingen. Dan ligt het best voor de hand dat de scepsis sterk is afgenomen; tien jaar geleden was klimaat nog geen urgente maatschappelijke kwestie. Een peiling die in het buurtonderzoek werd aangehaald, betrof één jaar en stelde vast dat het percentage mensen is afgenomen dat wil dat het kabinet „meer” doet. Daar komt nog bij dat scepsis over feiten over het klimaat nog iets anders is dan scepsis over de effectiviteit van overheidsbeleid.

Het beroep op het eigen buurtonderzoek in het Commentaar was dus te kort door de bocht, zegt de chef Binnenland, want dat brede en genuanceerde stuk trekt geen „echt harde conclusies” (al zegt één onderzoeker in het stuk wel dat de scepsis toeneemt).

Inderdaad, al heb je zulke misverstanden of selectief lezen al gauw bij onderzoek dat geen eenduidige conclusies oplevert. De commentator beaamt dat uit het artikel niet blijkt dat de scepsis toeneemt, dus hij had die ene zin beter anders kunnen formuleren. Maar de waarschuwing voor apathie blijft natuurlijk staan. Kortom, ook bij accenten op sterk toenemende of afnemende scepsis past soms scepsis.

En bij een school in opspraak? Sommige lezers hebben bedenkingen bij de verontrustende berichtgeving over de islamitische Haga-school in Amsterdam. De gemeente blijkt te zijn gewaarschuwd door de AIVD dat „richtinggevende personen” van de school, die al langer controversieel is, banden hadden met een jihadistische organisatie. De krant opende twee keer met de zaak, op vrijdag en op dinsdag (nrc.next).

Veel aandacht dus, maar hetze? Zeker niet, al ging er in de details het een en ander mis dat óók leerzaam is. Het is inderdaad „uniek” dat een gemeente waarschuwingen van de AIVD over een school openbaar maakt – en dat is dus nieuws. De timing van de gemeente, een week voor de inschrijvingen sluiten, is frappant, zoals de krant vaststelde: ouders konden hun kind dan nog weghalen. Ook dat is nieuws.

Maar een lezer vond het overdreven dat nrc.next een analyse over de zaak dinsdag ook weer op de voorpagina zette, nadat de krant op vrijdag al met het nieuws was geopend. Dat was een praktische afweging, geen campagne. Het nieuws dat andere ochtendkranten die dinsdag brachten – nieuwe Brexit-afspraken met de EU – kwam te laat voor nrc.next. Het toont de beperkingen van een ochtendeditie die relatief vroeg sluit (22.45 uur). In NRC Handelsblad werd het Brexit-nieuws die middag de opening, en verdween de school ‘naar binnen’.

Eenzijdig is de berichtgeving ook niet. Twee verslaggevers schreven vorig jaar een afgewogen stuk over de controversiële nieuwe school, die een streng-islamitische geloofsleer uitdraagt. Ze waren erbij toen de school protesteerde tegen het intrekken van een positief inspectierapport. Een van hen werd ook recent op de school toegelaten en sprak met ouders en leraren. Opinie plaatste een stuk van een Rotterdamse imam, die onderzoek bepleitte maar sluiting afwees.

Toch snap ik de scepsis van die lezers wel. Het journalistieke probleem is de bewijsvoering van de zwaarste beschuldiging, die van banden met jihadisten. Zoals Amsterdam afgaat op de AIVD – die niet alle informatie deelt – zo moest de krant afgaan op de gemeente.

Dan luisteren formuleringen nauw, al gaat het maar om een intro of een enkel woord. Zo meldde nrc.next dat Amsterdam was geïnformeerd over „de antidemocratische gedragingen” op de school. Het lidwoord suggereert bekende feiten, terwijl dat juist nog wordt betwist. In de middagkrant was ‘de’ geschrapt (het staat nog op nrc.nl). In een volgend artikel was sprake van een bestuur dat banden „onderhoudt” met terroristen – terwijl we voorlopig alleen weten dat „richtinggevende personen” die „zouden hebben gehad” volgens de AIVD.

Een lezer stoorde zich ook aan een intro dat een leerling zo citeert: „Soms gaat het bij wiskunde over de islam.” In het artikel zegt de leerling dat dit „heel soms” gebeurt en „omdat iemand daarnaar vraagt”. Toch net iets anders. Een ander intro sprak al stellig van een school die „leerlingen geen respect voor democratische kernwaarden bijbrengt”.

Het zijn details in degelijke berichtgeving die nog lang niet klaar is, er zal meer komen. Maar – nu we het toch over religieus onderwijs hebben – in details schuilt de duivel, en die moet je niet voeden. Zeker niet zolang de scepsis over journalistiek nog lang niet spectaculair is afgenomen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong