De elektrische auto wordt toch geen koopje

Klimaatakkoord De definitieve gevolgen van de klimaatplannen voor de portemonnee worden eind april duidelijk, maar de contouren tekenen zich al af.

Foto Jae C. Hong/AP
Foto Jae C. Hong/AP Mensen staan in de rij bij de Tesla studio in Californië voor een testrit in de Tesla Model Y.

Het kabinet beslist eind april over het klimaatakkoord. Dan wordt duidelijk met welke lasten de burger te maken krijgt. Wordt stoken, wonen en rijden veel duurder of valt het mee? Dit weten we nu al.

  1. Weg is de Tesla-subsidie

    De automobilist die op een subsidie van 6.000 euro voor zijn elektrische auto rekende, is misschien wel de grootste verliezer van de afgelopen week. Die subsidie, gepland voor 2021, werd in het ontwerp-klimaatakkoord voorgesteld, maar minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) maakte er woensdag korte metten mee. We moeten oppassen voor oversubsidiëring van de elektrische auto, zei hij.

    De reactie van Wiebes komt niet als een verrassing. Critici vanuit de autolobby waarschuwden al eerder voor verstoring van de markt. Naast de aanschafsubsidie bevatte het klimaatakkoord ook vrijstellingen van aanschafbelasting (bpm) en motorrijtuigenbelasting. Mede hierdoor zouden er in 2030 zo’n 1,5 miljoen elektrische auto’s rondrijden.

    Maar wie draait er voor die subsidies op? De bezitters van de auto’s op benzine of diesel, waarvan de accijns omhoog zou moeten, de gewone burgers die het kabinet zoveel mogelijk buiten schot wil houden. De kans is dus groot dat de accijnsverhoging uit het ontwerp-klimaatakkoord niet doorgaat, evenmin als de toeslag van maximaal 350 euro op de koop van een fossiele auto. In 2025, zo verwacht de autolobby, is de ‘emissieloze’ auto net zo duur als de fossiele auto. Moeten we daar niet gewoon op wachten?

    We kunnen in de komende jaren, schrijft Wiebes aan de Tweede Kamer, beter zorgen dat de markt voor tweedehands auto’s zich ontwikkelt. Nu verdwijnen de gesubsidieerde auto’s naar het buitenland, bijvoorbeeld naar Noorwegen.

  2. Isoleren beter betaalbaar

    Een brief van de gemeente op de mat: de woonwijk gaat „van het gas af”. Dat zal tot 2030 weinig Nederlanders gebeuren, maar iedere huizenbezitter wordt wel via de portemonnee aangemoedigd om zijn huis te verduurzamen. Drie soorten maatregelen zijn met potlood ingetekend.

    Ten eerste: het aardgas wordt duurder. In het klimaatakkoord is ervoor gepleit om de prijs van een kuub gas (nu 79 cent) gaandeweg met 10 cent te verhogen via de energiebelasting. Daardoor wordt het eerder rendabel om je huis te isoleren, want dat bespaart al gauw 1.000 kubieke meter aardgas per jaar. De belasting op elektriciteit gaat juist omlaag: daarmee wordt het gunstiger om een warmtepomp te installeren.

    Ook wordt nagedacht over nieuwe manieren om geld te lenen voor energiebesparing.

    Tot slot zijn er nieuwe subsidieregelingen in de maak, zoals voor warmtepompen en isolatie. Het PBL vroeg zich woensdag af hoeveel van die subsidies (in totaal 3,5 miljard euro tot 2030) beschikbaar komen voor de gemiddelde burger. Want de veelbesproken ‘wijkaanpak’ slorpt het hele subsidiebudget met gemak op.

    Die wijkaanpak moet de spil worden van het nieuwe klimaatbeleid. Gemeenten gaan wijken aanwijzen waar woningen aardgasvrij worden. Doel is om 1,5 miljoen woningen aan te pakken, op het totaal van 7,7 miljoen huizen. In de helft van die duurzame huizen doet naar schatting de warmtepomp zijn intrede, de andere helft wordt aangesloten op stadswarmte.

    Het planbureau wees er woensdag echter op dat de wijkaanpak tot 2030 niet zomaar zal slagen. Gemeentes moeten tempo maken en de gunstige leningen moeten op gang komen. En zelfs dan voorziet het PBL dat hooguit 1 miljoen woningen worden aangepakt. Probleem: de subsidiepot is te krap.

  3. De rekening moet eerlijker

    De politicus die tot deze week over de hoge energiekosten begon, kreeg direct het verwijt „inkomenspolitiek via de energienota” te willen voeren. Maar dat is nu anders. Afgelopen woensdag zei premier Rutte dat de verdeling van de lasten tussen bedrijven en gezinnen eerlijker moet. Zonder die balans is er geen draagvlak bij de burger.

    Dat betekent niet dat de energierekening de komende jaren gaat dalen, of zelfs maar gelijk zal blijven. Zoals minister Wiebes het tegenover de Tweede Kamer uitdrukte: door het kabinetsingrijpen „zal de oploop van de energierekening richting 2030 langzamer zijn”. Gezien de uitvoeringsproblemen die de minister ziet aankomen, is de kans groot dat de rekening dit jaar, zoals eerder berekend door het CBS, met 334 euro stijgt.

    Verder zei Wiebes dat bedrijven meer opslag duurzame energie (ODE) gaan betalen. Hun aandeel gaat, ten voordele van de burger, van een derde naar de helft. Maar die ODE vormt nu nog een bescheiden aandeel van de energierekening. De energiebelasting – wat gebeurt daarmee? – is gemiddeld zes maal hoger dan de ODE.

    Eind april komt het kabinet met de definitieve uitwerking van het klimaatakkoord. Dan wordt duidelijk in hoeverre de energierekening op de schop gaat. Na de verkiezingen van 20 maart wordt ook met de (linkse) oppositie overlegd, omdat de coalitie dan waarschijnlijk geen meerderheid in de Eerste Kamer meer heeft. Of zoals Jesse Klaver van GroenLinks donderdag in een debat tegen de premier zei: „We spreken elkaar de 21ste.”