Theresa May en leden van haar regering op de voorste rij van het Lagerhuis tijdens het debat over uitstel van de Brexit.

Foto Jessica Taylor/AFP

Het Lagerhuis blijft stuurloos dolen

Portret Lagerhuis Het Britse parlement was lang een voorbeeld voor de wereld, nu domineert het theater. Lagerhuisleden laten alleen nog hun redelijke kant zien als de kiezer niet kijkt.

De politie-agent en ik kijken naar mijn onschuldige sleutelbos die in het plastic bankje van de scanner verdwijnt. „Sorry sir, mag niet”, zegt de man. We staan bij de veiligheidscontrole aan de Cromwell- ingang van het Paleis van Westminster. Hij wijst naar het kleine hangslot dat mijn sleutels bij elkaar houdt. De man wijst naar een bord. Inderdaad vuurwapens, messen, explosieven en, verhip, ook hangsloten zijn verboden. „Heeft met de suffragettes te maken”, zegt hij. Inderdaad, in 1908 ketenden Muriel Matters en Helen Fox zich met sloten vast in het Britse parlement — een demonstratie voor vrouwenkiesrecht. Sindsdien zijn hangsloten uit den boze.

Ja, maar dat was toch een gerechtvaardigd doel? En ik ben niet van plan mijn sleutelbos activistisch in te zetten, probeer ik. Het enige wat ik wil is nog op tijd zijn voor het Lagerhuisdebat. Ik mag mijn hangslot meenemen, als ik het sleuteltje ervan achterlaat bij de beveiliging.

Tot voor kort zou deze anekdote gezien worden als bewijs dat „Engeland de moeder aller parlementen is”, zoals de Britse politicus John Bright zei in 1865. Bright bedoelde dat het Britse staatsrechtelijke model, een parlement met twee kamers en een ceremonieel staatshoofd, in grote delen van de wereld is overgenomen. Het parlement koestert tradities, maar pragmatiek en improvisatievermogen regeerden. Na drie jaar rommelige en ruzie-achtige Brexit-onderhandelingen lijkt daarvan geen sprake meer.

Waar het verleden aanbeden wordt

In het paleis van Westminster wordt het verleden nog steeds aanbeden. In de gangen, waar mijn neus spontaan kriebelt van het stof, worden de mannen – Churchill, Balfour, Castlereagh, Palmerston, Disraeli – geëerd met bustes, schilderijen en portretten. Mannen die de contouren van de moderne wereld schetsten, van Azië tot Europa, van het Midden-Oosten tot trans-Atlantische betrekkingen. Wat voor het Brexit-referendum werd gezien als eerbied voor traditie komt nu over als het dwangmatig vasthouden aan archaïsche praktijken. Wat vroeger doorging voor een aangenaam fel debat door markante politici, wordt nu gezien als polariserend gekissebis dat het land niet verder helpt.

Het Lagerhuis is een plek geworden die geliefd is door het aanbod van theater in plaats van politiek. Kamervoorzitter John Bercow is een hit in Duitsland. Niet omdat hij inhoudelijk goed is, maar omdat hij grappig is en dikdoenerig oooorder! ooooorder! roept. ‘Unterhaus-Sprecher John Bercow: Der einzige Gewinner’, meldde Der Spiegel geamuseerd. Een filmpje, met ondertiteling, van zijn leukste uitspraken samengesteld door actualiteitenrubriek Tagesschau ging viral.

De enige landelijke politici die populair genoeg zijn om in het Verenigd Koninkrijk een theaterzaal vol te krijgen, zijn de Conservatieven Boris Johnson en Jacob Rees-Mogg en Labourleider Jeremy Corbyn, alle drie activistische showmannen die liever opzwepen dan met genuanceerd beleid komen. De sociaal-liberale leider van de Schotse conservatieven Ruth Davidson is ook populair, maar richt zich met haar sociaal-liberale visie wél op een publiek in het politieke midden. Maar zij zegt voor geen goud Edinburgh voor Londen te willen verruilen. Te giftig, te gepolariseerd, een te groot afbreukrisico.

Jon Snow, de ervaren en uitgesproken presentator van Channel 4, ontstak donderdag in woede tijdens een interview met Matt Hancock, de minister voor Gezondheidszorg. „Het parlement ligt in duigen”, zei Snow. „Niemand weet wat er gebeurt. De regering is hopeloos de weg kwijt. Het land is de weg kwijt. We are a laughing stock.” Hancock stond er beteuterd bij.

Hokkerige werkkamertjes

Bezoek Lagerhuisleden op hun hokkerige werkkamertjes in Portcullis House, het kantoorgebouw tegenover het paleis, en je krijgt hooguit milde zelfreflectie. Dit is een levendige democratie, zeggen ze dan.

Een filosofisch ingesteld Lagerhuislid haalde onlangs Friedrich Nietzsche erbij. De Britse kiezers willen volgens de politicus wel goed beleid, wat voortkomt uit het apollinische — rust, redelijkheid en samenwerking. Maar zij laten zich in het stemhokje uiteindelijk verleiden door het dionysische — opwellingen, chaos en uitspattingen. Anders gezegd: de politiek voelt de noodzaak emotioneel, fel en verdeeld te zijn omdat de kiezers dat ook zijn.

Dat Britse volksvertegenwoordigers zo heftig reageren is het gevolg van de enorme opdoffer die zij kregen in juni 2016: het Brexit-referendum. Tot die tijd fungeerde het Britse kiesstelsel als een barrière tegen extremen. Bij verkiezingen domineerden de twee grote centrumpartijen, Labour en de Conservatieven, door het first past the post-systeem.

In ieder van de 650 kiesdistricten gaat alleen de winnaar naar het Lagerhuis, de rest van de stemmen belandt in de prullenbank. Zo kon het gebeuren dat UKIP van Nigel Farage in 2015 3,8 miljoen stemmen kreeg (12,6 procent van het totaal), maar slechts één Lagerhuis-zetel.

Ideologisch star

Het referendum rukte de ingebouwde demper van de Britse democratie. Stromingen binnen Labour en de Conservatieven reageerden door zich ideologisch star op te stellen.

Partijleider Corbyn liet Labour een nog hardere ruk naar links maken. Bij de Tories hield May vast aan haar Middle England-conservatisme, met minder liberalisering, minder migratie, meer bemoeienis van de overheid. Gemeenschapszin kweken is voor haar belangrijker dan profiteren van globalisering.

De hardliners binnen haar partij willen juist dat de Brexit massale liberalisering van de economie en arbeidsmarkt betekent – Singapore aan de Noordzee.

De pro-Europese centristen bij zowel Labour als de Tories die – net zo ingegraven – met niets minder dan een nieuw referendum genoegen nemen, werden naar de marges van beide partijen gedreven. Elf hunner splitsten zich onlangs af, een ongekend grote breuk, en gingen verder als een nieuwe fractie.

Lees ook: Brexit kan opnieuw een Europees probleem worden

Labour en de Tories zien zichzelf als brede kerken, waar verschillende politieke substromingen gedijen. Dat systeem werkt alleen als er lucht is om botsingen uit de weg te gaan, als partijgenoten meningsverschillen kunnen verhullen. De Brexit zuigt de benodigde zuurstof op: alle conflicten worden op de spits gedreven. Een strobreed toegeven is onmogelijk, want dat strookt niet met het idee dat ‘de wil van het volk’ gerespecteerd moet worden.

Theresa May waarschuwt dat een zachtere Brexit, een nieuw referendum of afstel gevaarlijk zijn. Zo bedrieglijk draaien „beschadigt de breekbare band tussen politiek en kiezers”, zei ze deze week. Eerder liet ze doorschemeren dat de Brexit afstellen de deur openzet voor een populistische beweging. Met andere woorden: als de Conservatieven niet oppassen, wordt de partij net zo overrompeld als de Republikeinen door Donald Trump.

Harmonieuze landerigheid

De afgelopen week leken de contrasten in het Lagerhuis groter dan ooit, de chaos compleet. Maar vanaf de krappe perstribune is goed te zien dat tijdens schorsingen en stemmingen regelmatig een harmonieuze landerigheid neerdaalt. Overtuigd brexiteer Ian Paisley Junior keuvelt met remainer Amber Rudd. Politieke tegenpolen Nick Boles en Rees-Mogg lachen gebroederlijk. Nicholas Soames, de kleinzoon van Winston Churchill, sjokt kalmpjes op zwarte sportschoenen met dikke witte zool naar zijn plek. Woede? Paniek? Verbetenheid? Niet te bespeuren.

Tot politici denken dat het etaleren van deze bedaardheid en beschaafdheid kan rekenen op steun van de kiezers, zal de bereidheid compromissen te sluiten uitblijven, en blijft het Lagerhuis, grote geschiedenis ten spijt, stuurloos dolen.