‘We hebben de digitale variant van cocaïne over apps gestrooid’

Technologiefestival SXSW Veel prominenten op het technologiefestival SXSW in Austin, Texas willen afkicken van de digitale wereld. Zij bepleiten een terugkeer naar de tastbare werkelijkheid. ‘We moeten paleizen voor het volk bouwen.’

Ook aanwezig op SXSW: Aibo, een robothond gemaakt door Sony.
Ook aanwezig op SXSW: Aibo, een robothond gemaakt door Sony. Foto Sergio Flores/Reuters

Op straat in Austin is het constant oppassen dat je niet wordt aangereden door een van de honderden elektrische ‘deelstepjes’ van bedrijven als Uber, Lyft en Bird. Voor de ruim 75.000 bezoekers van het festival South by Southwest (SXSW), afkomstig uit de media-, technologie- en creatieve industrie, zijn de stepjes een veelgebruikt middel om van A naar B te komen. Stoepen staan ermee bezaaid. Als een ambulance met loeiende sirene door de straten rijdt, grapt een worstenverkoper: „Wéér een stepje gecrasht.”

De geruisloze stepjes – je kunt ze vinden en ontgrendelen met een app – zijn niet de enige vooruitblik op wat er de komende jaren zoal voor nieuws aankomt. SXSW is al jaren dé plek waar de creatieve en technologie-elite samenkomt om precies dat te bespreken. Dit keer zijn onder meer de oprichters van Instagram erbij, net als filmster Matthew McConaughey en Starbucksoprichter Howard Schulz.

Wat deze editie opvalt, is dat de sfeer bij vlagen ronduit anti-technologie is. Er circuleren ideeën die je niet snel zou verwachten op een techconferentie. Zo krijgt de Democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren applaus voor haar campagnebelofte dat ze Facebook, Google en Amazon gaat opsplitsen om hun macht te breken. Zelfs de Eurocommissaris voor Mededinging, Deense Margrethe Vestager, krijgt een warm onthaal, terwijl die zich met haar strenge aanpak en hoge boetes de laatste jaren bepaald niet populair heeft gemaakt in de techsector.

Lees ook: Tijd om digitaal te ontspullen

Eindeloos scrollen

Tech-ontwikkelaars zelf slaan ook een totaal andere toon aan dan de afgelopen jaren. „We hebben de digitale variant van cocaïne over apps uitgestrooid”, zegt Aza Raskin. Hij was vroeger productontwerper bij Twitter en heeft daar de endless scroll uitgevonden: de functie dat je, zolang je maar doorscrollt, eindeloos nieuwe berichten kunt binnenhalen. Raskin steekt de hand diep in eigen boezem: volgens hem zorgt die ene ontwerpkeuze, die nu door alle sociale media is overgenomen, voor het equivalent van „200.000 mensenlevens per dag” aan nutteloos doorgebrachte tijd.

Hij is activist geworden, tégen de negatieve en verslavende effecten van sociale media. „We moeten ons afvragen: programmeren we apps of programmeren we mensen?”, zegt hij. „Onze emoties komen uit het stenen tijdperk, onze instituties uit de middeleeuwen, maar intussen hebben we technologie die ons goddelijke krachten geeft. Met die superkracht moeten we iets anders doen dan we nu doen.”

De rode draad van veel sessies is hoe sociale media en smartphones mensen letterlijk van elkaar afschermen. Zorgwekkende cijfers over toenemende depressies, angststoornissen en zelfmoorden onder jongeren worden meermaals in verband gebracht met de massale schermverslaving. „We zitten in een empathie-crisis”, klinkt het. Andere sprekers hebben het over „de epidemie van digitale eenzaamheid”.

De openingsspreker van de conferentie, zelfhulpauteur Brené Brown, stelt vast: „Hoewel we nooit meer connecties hebben gehad dan nu, zijn we ook eenzamer dan ooit. Die eenzaamheid komt niet alleen tot uiting in zaken zoals depressie, maar ook in verslavingen, van drugs tot werk tot je smartphone, of vluchten in porno. We verwarren communicatie met verbondenheid.”

Brown roept op tot meer „gedeelde momenten van vreugde”, in de échte wereld: sportwedstrijden, concerten, conferenties zoals deze. Zónder continu selfies te maken. Aan de hoeveelheid mensen te zien die hier aan hun smartphone is gekluisterd, is er nog wel wat werk te verzetten.

Skiën op een energiecentrale

Volgens Eric Klinenberg, hoogleraar sociologie van New York University, hebben techbedrijven de laatste jaren geprobeerd de sociale infrastructuur te vervangen door een digitale infrastructuur. Maar tegen een te hoge prijs, volgens hem, omdat we onszelf daardoor alleen nog maar opsluiten in commerciële bubbels, die door bedrijven worden uitgebaat en waar je zelden nog in contact komt met andersdenkenden. Hij roept overheden op om veel meer te investeren in publieke, fysieke ontmoetingsplaatsen. „Bibliotheken, parken, speeltuinen: paleizen voor het volk. Alleen zo krijg je échte ontmoetingen en bouw je wederzijds begrip op.”

De Deense ster-architect Bjarke Ingels krijgt een daverend applaus als hij zijn innovatieve gebouwen en projecten presenteert. Hij transformeerde het dak van de grootste energiecentrale van Kopenhagen in een openbare skibaan voor jong en oud, en ontwierp een megaproject waarmee New York de stad wil beschermen tegen overstromingen als die bij orkaan Sandy in 2012. Ingels bouwt daarvoor geen saaie dam, maar een vloedbarrière die tegelijkertijd functioneert als een enorm park dat Manhattan omringt. Waar je kunst kunt bekijken, kunt wandelen – en als je opkijkt van het scherm – zelfs mensen kunt ontmoeten. „Het is een ongelooflijk spannende tijd voor de architectuur”, zegt Ingels. „De afgelopen veertig jaar kwam de vernieuwing vooral uit de digitale wereld. Nu gaan de meest spannende ideeën eindelijk weer over de fysieke omgeving.”