Vijfhonderdduizend vluchten op dat hele kleine stukje aarde

Uitbreiding Schiphol Hoe is het om Schiphol als buurman te hebben? Veel mensen worden tureluurs van het lawaai boven hun hoofd. En het wordt met elke uitbreiding erger, ondanks beloften dat de overlast juist zou afnemen. ‘Achteraf bezien kun je stellen dat ik verkeerd ben voorgelicht.’

Vliegtuigoverlast rond Schiphol, Aalsmeerderbaan.
Vliegtuigoverlast rond Schiphol, Aalsmeerderbaan. Olivier Middendorp

‘Als ik mijn ideale huis moest tekenen, zou dit aardig in de buurt komen”, zegt Gerrit Jan van de Lagemaat, koffiezettend in de keuken van zijn villa in Aalsmeer. Maar ja. Hij gaat hier weg. „Ik schrijf zo’n twee ton af op dit huis. Dat moet ik accepteren.” Na zestien jaar vertrekt hij, met zijn echtgenote Marion Paape. Ze verdragen de herrie van Schiphol niet meer. „Het is als met een geïrriteerde zenuw. Als je die steeds opnieuw prikkelt, gaat de zenuw ontsteken, en dat gaat niet zomaar over. Je zou kunnen zeggen dat ik een mentale zenuwontsteking heb opgelopen.”

Lawaaivluchtelingen zijn het. Ze hebben op ruim drie kilometer afstand van de luidruchtige Aalsmeerbaan van Schiphol gewoond. Hun drie kinderen zijn opgegroeid in deze woonwijk. „Ze zijn alle drie het huis uit. Ze begrijpen ons heel goed.” Het is wel een moeilijke beslissing geweest. „Je laat een groot sociaal netwerk achter,” zegt Van de Lagemaat (63), voormalig risicomanager bij onder meer ABN Amro. Zijn vrouw heeft afscheid moeten nemen van tientallen vriendinnen, op de tennisclub, maar ook voor haar stond het besluit vast. „Ik kan er beter tegen dan hij,” zegt ze tijdens het inpakken van de boeken. „Wanneer ik in de tuin werk, kan ik de herrie in mijn hoofd blokkeren.” Voor haar is de milieuverontreiniging een belangrijkere motivatie om te vertrekken.

Ze hebben zich laten uitkopen door Stichting Leefomgeving Schiphol, een club gefinancierd door luchthaven, Rijk en provincie Noord-Holland, bedoeld voor inwoners in een omgeving die onevenredig zwaar wordt belast. De stichting beoordeelde hen als „schrijnend geval”. Van de Lagemaat heeft een stolpboerderij in West-Friesland gekocht, zestig kilometer noordelijker. „Een oase vergeleken met hier.”

Olivier Middendorp

De tuintegels worden sneller zwart

Het gezin uit Aalsmeer behoort tot de ongeveer honderdzestigduizend omwonenden die van Schiphol „ernstige hinder” ondervinden. Schiphol is, vooral de laatste jaren, flink gegroeid, tot vijfhonderdduizend vluchten per jaar. Hoe erg is het om vlakbij te wonen? Wat zijn de ervaringen van omwonenden? Hoe is het de buren vergaan sinds de opening van de Polderbaan, in 2003, waarvan ooit werd gezegd dat die aan overlast een einde zou maken?

Door naar Spaarndam, naast Haarlem, dat zestien jaar geleden landelijk nieuws werd toen bewoners massaal uitliepen tegen de „enorme toename” van de geluidsoverlast die juist het gevolg was van de nieuwe Polderbaan. Zijn de dorpelingen nog steeds zo woedend als toen, destijds alleen tot bedaren te brengen door de toenmalige Schiphol-directeur, Gerlach Cerfontaine, die in een bomvolle sporthal beloofde dat er minder over het dorp zou worden gevlogen?

Geluidsniveau per etmaal (lichtoranje 48-58 dB, oranje 58+ dB).

1. Polderbaan 2. Kaagbaan 3. Zwanenburgbaan 4. Aalsmeerbaan 5. Buitenveldertbaan

In Spaarndam hangen geen spandoeken meer tegen het vlieglawaai, alleen leuzen tegen hardrijders in de smalle straatjes. Er is zelfs een nieuwe woonwijk gebouwd, voor mensen die de geluidhinder kennelijk denken te kunnen verdragen – of voor lief nemen.

„Er heerst hier gelatenheid”, zegt gepensioneerd belastingambtenaar Sander Ruitenbeek in het dorpscentrum. Zijn witte tegels in de tuin worden na enkele jaren zwart van het roet, en in de zomer kun je elkaar buiten moeilijk verstaan. Hij heeft ooit 2.000 euro gekregen, als schadevergoeding voor het lawaai. Hij heeft geleerd ermee te leven. „Ik stap zelf óók in het vliegtuig. Naar Zuid-Spanje rijden met de auto doe ik niet.”

Dalende toestellen scheren vandaag, met zuidelijke wind, over de snelweg A9, langs het dorp, en maken een soms oorverdovend lawaai op weg naar de landing op de Polderbaan. Sommige bewoners zeggen dat de muren ervan trillen en dat de overlast „niet te harden” is. Anderen zeggen dat vooral de laatste twee tot drie jaar de overlast is toegenomen. En velen zeggen dat de overlast elders „veel erger” is.

Olivier Middendorp

Spelers van de tennisvereniging Spaarndam hebben er weleens last van, vertelt voorzitter Joop van der Zee op de club, staande naast de banen terwijl de toestellen langsschieten. „En mijn moeder wil hier niet meer komen logeren. Ze komt uit Friesland. Als ik bij haar kom, denk ik: wat is het hier stil.” Toch is ook hij eraan gewend. „Je moet je leven er niet door laten bepalen.”

Dicht bij de snelweg én de vliegroute woont ook de 16-jarige Branco Burger. „Als ik met mijn met vrienden ’s zomers wil chillen in de achtertuin, kunnen we elkaar niet verstaan”, zegt hij. Sinds drie jaar zijn er „veel meer vliegtuigen” gekomen, zegt hij. Ook Theo van Lieshout, gepensioneerd medewerker van Hoogovens, heeft „natuurlijk” last van het lawaai boven zijn straat, aan de rand van het dorp. „Een gesprek op de radio kan ik niet meer horen als er een groot vliegtuig over komt. En als ik wil bellen, moet ik het gesprek onderbreken.” Hij probeert er het beste van te maken. „Ik wil niet weg. Dit is een hartstikke leuk dorp. Mijn familie en mijn kinderen wonen hier. Ik wil niet mopperen.”

Waar de vliegtuigen de huizen vandaag het allerdichtst naderen, ligt restaurant De Stal, even buiten Spaarndam. Eigenaar Patrick Mesman heeft „gemengde gevoelens” over Schiphol. „De luchthaven is een economische motor. We krijgen veel gasten van bedrijven die op Schiphol werken en hier hun geld uitgeven. Maar het luchtverkeer moet niet ten koste van alles gaan. Kijk, het maakt me niet veel uit of er nu om de 60 seconden of 55 seconden een vliegtuig overvliegt. Buiten zitten en telefoneren is nu eenmaal lastig. Maar als het over klimaat gaat, hoor ik nooit iets over Schiphol. Wij moeten in elektrische auto’s rijden, maar ik heb weleens gelezen dat een Boeing 747 in de eerste tien minuten van de vlucht evenveel brandstof verbruikt als vijfduizend auto’s over een hele dag. En wat dacht je van de luchtvervuiling?”

Lees ook: De politieke afspraken over Schiphol zijn tot 2020 helder. Daarna allerminst

We vliegen zelf ook

Afhankelijk van het weer wisselen de routes van de vliegtuigen van en naar Schiphol dagelijks. Vandaag, op een zonnige en warme dag, lijkt het op de Iepenlaan in De Kwakel bijna alsof je op de luchthaven zelf staat. Met soms gigantisch geloei stijgen hier grote en zeer grote toestellen van de Aalsmeerbaan op.

Ook hier wonen mensen die, net als elders, zeggen dat de overlast enkele kilometers verderop „nog erger” is. Zo werkt de menselijke geest kennelijk. Op de Iepenlaan, even buiten het dorp, staan op luttele kilometers van de luchthaven luxe nieuwe villa’s op ruime kavels, die volgens de bewoners beter te betalen zijn dan elders in de Randstad.

Naast zijn boerderij staat Wim Bruine de Bruin, een 79-jarige voormalige kweker van rozen en orchideeën, die in de berm van de openbare weg bloembollen plant. „Dat doe ik graag. Ik ben graag bezig.” Hij woont al vijftig jaar op deze plek, en zegt zich van het lawaai weinig aan te trekken. Zijn huis trilt af en toe van de herrie en in de buurt vallen weleens pannen van het dak door de luchtstroom van de passerende toestellen. Ook is hij soms bang dat een toestel neerstort. „Het is eigenlijk een wonder dat ze blijven vliegen.” Maar klagen doet hij nooit. „Mensen die klagen, vervelen zich. Als je in de tuin een boekje zit te lezen, dan hoor je de vliegtuigen. Maar ik zit nooit in de tuin met een boekje. Ik poot planten. Ik ben altijd bezig.” Hij zakt door z’n knieën en doet enkele strekoefeningen. „Ik heb vroeger veel geschaatst. Je moet altijd in beweging blijven.” Hij zit hier goed. „Ik kijk naar de vogeltjes, ik zie de maan opkomen.” Weet je wat pas erg is? „De hele dag tegen een kale muur aan kijken in de stad. Dat is pas erg.”

Als het druk is, komt hier elke 45 seconden een vliegtuig over ons huis

Honderd meter verderop zet de 70-jarige Hans Pouw een racefiets tegen de zijgevel van zijn huis. Zwetend na een lange rit geeft de gepensioneerde kweker zijn mening. Na enige aarzeling, want Schiphol ligt hier gevoelig. „Laat ik het gewoon zeggen”, besluit hij. „Het loopt de spuigaten uit. De laatste drie tot vier jaar is het te gek geworden. Ik vind vliegen fantastisch, maar waar is het einde? Waar stopt dit? Het wordt langzamerhand één grote file in de lucht boven ons. We worden bedonderd. Steeds opnieuw wordt er met andere normen gewerkt. Telkens opnieuw worden de grenzen opgerekt. We moeten tegengas geven.”

De groei van het luchtverkeer treft ook noordelijker gelegen woongebieden, waar aankomende vliegtuigen zich verzamelen om als in een treintje achter elkaar op de Polderbaan te landen. Zoals Uitgeest. Wie naar de hoge toren van de katholieke kerk tuurt, loopt grote kans ook een vliegtuig te zien passeren. En te horen.

„We wonen precies onder het punt waar twee routes samen komen”, vertellen Cees en Ans Lubbers. Ze wonen hier ruim vijftig jaar, en hebben het vliegverkeer zien groeien. Ook hier gaan berusting en irritatie samen. „Als het druk is, komt hier elke 45 seconden een vliegtuig over ons huis”, zegt Cees. Gemiddeld komen er een paar honderd toestellen per dag over, schatten ze. Ze leven ermee. De herrie is niet oorverdovend. „Het is een storende factor”, vat Ans samen. Haar echtgenoot: „Ik heb in Badhoevedorp gewoond en daar was het nog erger.”

’s Nachts worden ze rond vijven wakker van twee vrachttoestellen. Daarna slapen ze weer in. Zoals veel omwonenden worden ook zij geconfronteerd met de hinder zodra er bezoek is. „Dan zegt er iemand: ‘Jezus, het is hier nog erger dan in Castricum.’ Klagen doen ze niet. „Dat heeft toch geen zin”, zegt Ans. Mensen willen nu eenmaal vliegen. „Wij vliegen zelf ook”, zegt Cees. Ans: „De gewone man wil met zijn gezin naar Spanje op vakantie. Jongeren willen reizen. Die ontwikkeling hou je niet tegen.”

De toestellen passeren achter elkaar, langs de kerk en langs basisschool Binnenmeer. Bij het buiten spelen is het soms lastig elkaar te verstaan, maar binnen de muren hoeven de lessen niet te worden onderbroken, vertellen enkele leerkrachten. „Het valt mee”, zegt Martina Boomker. „Je raakt eraan gewend.” Juf Rina Vosse woont enkele honderden meters verderop. Vooral dáár heeft ze er last van. „Ik wil andere mensen hun vliegvakantie niet ontnemen. Maar het is bijna onmogelijk om het lawaai niet te horen. Laatst lag ik ziek op bed naar televisie te kijken. Ik moest het raam van mijn slaapkamer sluiten om nog iets te kunnen horen. En dan had ik het volume al heel hoog gezet.”

Algemene Begraafplaats Wilgenhof.Olivier Middendorp

Elk vliegtuig is een middelvinger

Behalve irritatie en berusting is er ook veel boosheid. Met name omwonenden die zich verdiepen in de discussies over de groei van Schiphol, mensen die actievoeren of meepraten in de overleggroepen, zeggen zich regelmatig bij de neus genomen te voelen. „Telkens verzinnen ze weer een list, en je krijgt nooit gelijk”, zegt Win Brouwer. „Je wordt in de maling genomen.” Hij woont sinds negentien jaar in Uithoorn, ten zuiden van Schiphol, en dient jaarlijks tussen de zes- en zevenhonderd klachten in. „Ik vind dat zelf niet eens zo veel.” Hij is een van de weinige omwonenden die níét stelt dat het ergens anders ‘nog erger’ is. Integendeel: „Het is hier nog erger dan in De Kwakel. Ze vliegen hier lager.” De bedrijfsmaatschappelijk werker, bij de Amsterdamse brandweer, is langzamerhand tureluurs van de herrie. „Ik zat laatst een tijdje ziek thuis. Na een tijdje wilde ik hier weg, ik wilde per se naar m’n werk, het werd me te veel.” Brouwer praat sinds enkele jaren mee in de Omgevingsraad Schiphol, waar bewoners, overheden, luchtvaartmaatschappijen en de luchthaven overleg voeren. Af en toe is dat overleg „zinloos”, zegt Brouwer. „Er heerst wetteloosheid. Er is geen wet. Er zijn alleen afspraken waar de luchtvaartsector zich niet aan houdt. Er wordt niet meer gehandhaafd.” Hij ziet dat er in de omgeving steeds huizen worden gebouwd. Tot zijn verbazing. „Beseffen de nieuwe bewoners wat geluid betekent? Laat ze eens een nachtje hier slapen. Het is niet af en toe een vliegtuig. Het stapelt zich op. Tot je er niet meer tegen kunt.”

Veel mensen hebben niet alleen last van het lawaai, maar voelen zich ook „bedonderd” door ‘slechte buurman’ Schiphol. Het is mede de verontwaardiging over het „smerige spel” van de politiek rondom Schiphol die herrie-vluchteling Gerrit Jan van de Lagemaat ertoe heeft gebracht te verhuizen uit Aalsmeer. „Toen ik hier zestien jaar geleden kwam wonen, kreeg ik van verschillende kanten te horen dat het aantal vluchten op de Aalsmeerbaan niet zou groeien, en dat vliegtuigen stiller zouden worden. Achteraf bezien kun je stellen dat ik verkeerd ben voorgelicht. Het aantal vliegbewegingen over de Aalsmeerbaan is verdubbeld sinds ik hier woon. Het is op veel dagen één bombardement van herrie.” Hij heeft nooit veel geklaagd. „Ik had een afweging gemaakt dat ik de overlast zoals die toen bestond moest accepteren.” Maar vijf jaar geleden begon Schiphol weer te groeien, en ontdekte hij dat „een extreem en onevenredig deel” van de groei naar de Aalsmeerbaan bij zijn huis zou gaan. „Ik heb de overheid toen gewezen op wat ik beschouwde als een weeffout. Maar die deed daar niets mee. Hierdoor is voor mij persoonlijk elk overvliegend toestel niet alleen hinderlijk, maar ook een opgestoken middelvinger van de overheid.” Hij heeft het ook helemaal gehad met het berekenen van de geluidsbelasting. „Het systeem gaat uit van gemiddelde geluidsbelasting per jaar en gemiddeld over de hele regio. Het systeem werkt zoals met een gebroken been: dat doet gemiddeld over een heel jaar geen pijn.”

Olivier Middendorp

Verbod op korte vluchten

Wat is volgens omwonenden de oplossing? De antwoorden variëren. De meeste geïnterviewden suggereren dat er een duidelijk plan moet komen met afspraken, waar overheid en luchtvaartsector zich nu eens definitief aan houden. Populair is ook het idee voor een andere locatie. „Bouw een luchthaven in zee”, suggereren Cees en Ans Lubbers uit Uitgeest. Ook Win Brouwer uit Uithoorn ziet dat wel zitten. „En als dat te duur is, leg dan twee banen in zee aan in plaats van zes. En schrap de dure plannen voor een windpark.” Gepensioneerd kweker Hans Pouw uit De Kwakel: „Ik zeg: hou op met pappen en nat houden. Maak een plan. Maak een luchthaven in zee en leg er shuttles naartoe. Of zoiets. Maar doe iets. Zeg waar het heen moet gaan met de luchtvaart.”

Veel gehoord is ook de roep om duurdere vliegtickets. „Het is raar om voor dertig euro naar Barcelona te vliegen”, zegt onderwijzeres Rina Vosse. Bewoner Theo van Lieshout uit Spaarndam suggereert korte Europese vluchten te schrappen. „Stel een verbod in op vluchten tussen Amsterdam en Parijs. Dat kan net zo goed met de trein. Het verschil in tijd is verwaarloosbaar klein.” Lawaaivluchteling Gerrit Jan van de Lagemaat is „niet tegen” Schiphol, maar vindt een verdere groei van de luchthaven „slecht” voor de Nederlandse economie. „Er hangt een grijze deken over dit gebied.” Hij pleit voor een „echte, onafhankelijke” maatschappelijke kosten-batenanalyse en wijst alvast op enkele minpunten van een grote luchthaven: mensen slapen er slechter door, kinderen ontwikkelen een minder hoog IQ, het ultra-fijnstof brengt de gezondheid schade toe en er kan minder worden gebouwd dan waar behoefte aan is. „Er komen meer banen bij een groei van Schiphol, maar ik zeg: die banen zijn harder nodig in de energietransitie, de bouw, de zorg en in het onderwijs.” Hij is ervan overtuigd dat een kleinere luchthaven met bijvoorbeeld vierhondderdduizend vluchten beter is voor Nederland, maar heeft niet de illusie dat deze gedachte wordt omarmd. „Schiphol is iets waar het vaderland trots op is, iets waarmee we denken iets voor te stellen in de wereld. Je strijdt dus tegen een mythe. En van een mythe kun je nooit winnen.”

Zou je Schiphol kunnen laten groeien zonder dat iemand er last van heeft? Zoals Wim Bruine de Bruin, voormalig kweker uit De Kwakel? Hem kan het lawaai weinig schelen. „Ik heb op Schiphol kort na de oorlog de straaljagers nog horen vliegen. Ik heb zo veel meegemaakt in mijn leven, dat ik me hier niet druk om maak.” Enkele huizen verderop woont iemand die zich al evenmin druk maakt. Ian Otto, een jonge vader, moet er wel bij vertellen dat hij werkt als teamleider bij de bagage-afhandeling van de KLM. „Dus ik ben misschien niet de objectieve persoon die u zoekt.” Hoe dan ook, hij vindt het lawaai best meevallen. „Ik kom uit Hoofddorp. Daar was het erger.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Arjen Schreuder