Recensie

Recensie Boeken

Verliefd op libellen en langpootmuggen

Joris Hoefnagel Wie was die Antwerpse koopman die veel beestjes schilderde? Een rijk boek vol miniaturen ‘ontmaskert’ Joris Hoefnagel.

Illustratie uit besproken boek

Geef een kunstenaar, een historicus en een bioloog een exemplaar van Insect Artifice en ze zullen er alle drie een geheel andere lezing van geven. De kunstenaar zal waarschijnlijk wat zeggen over de techniek en de stijl van Joris Hoefnagel (1542-1600), de Antwerpse koopman en illustrator om wie het boek draait. De historicus zou kunnen uitweiden over zijn levensloop, en beschrijven hoe Hoefnagel in 1577 zijn woonplaats ontvluchtte, kort nadat muitende Spaanse troepen de stad hadden geplunderd, en hoe hij vervolgens zijn geluk in Italië en Duitsland beproefde. En de bioloog? Die zou zich vergapen aan de grote diversiteit aan dieren die Hoefnagel zo minutieus vastlegde in zijn Vier elementen, een vierdelig manuscript waarin insecten (‘Vuur’), vogels (‘Lucht’), zeedieren (‘Water’) en zoogdieren (‘Aarde’) centraal staan.

Kunst, geschiedenis en natuur zijn door Marisa Anne Bass (1981) op knappe wijze vervlochten in Insect Artifice, dat als ondertitel Nature and Art in the Dutch Revolt meedraagt. Ze beschrijft hoe Hoefnagel na de Spaanse plundering, te midden van het voortdurende tumult, zijn toevlucht zocht tot het tekenen van miniaturen: kleine, gedetailleerde aquarellen. Bass bespreekt zijn werk in het licht van de politieke onrust, en schrijft dat Hoefnagel daarin op eigen wijze kritiek gaf op de oorlog. Zo is de honingbij, eenzaam pendelend tussen bloem en bijenkast, volgens Bass te vergelijken met de verdeeldheid die Hoefnagel en zijn landgenoten voelden: ‘ze waren individuen en tegelijkertijd behoorden ze tot een groter sociaal-politiek lichaam.’ En verderop, bij een miniatuur met een kruisspin, een in het web gevangen huisvlieg en een grote wesp die het web vernielt, schrijft ze hoe het kruis een ‘vals teken van macht wordt, net zo kwetsbaar als het web dat de spin voor zichzelf heeft gesponnen.’ Het kruis zou symbool staan voor de kerkelijke macht waartegen Hoefnagel zich verzette.

Vriendenboekje

Zelf heeft hij er Lex exlex boven gezet (Latijn voor ‘Wetteloze wet’), met daaronder een uitspraak van Erasmus, vrij vertaald: ‘Je weeft spinnenwebben; je maakt je druk om frivoliteiten.’ Of Hoefnagel dit echt als sneer naar de kerk bedoelde, valt te bezien – de blik van Bass, die zelf kunstgeschiedenis doceert aan de Amerikaanse Yale University (en haar boek schreef met een beurs van het Nederlandse onderzoeksinstituut NIAS-KNAW), lijkt soms wat erg gekleurd door datgene wat ze wíl zien.

Bass schrijft toegankelijk maar soms plechtig, en veronderstelt de nodige voorkennis bij de lezer. Dat het boek desondanks tot doorlezen verleidt, heeft vooral te maken met de rijk geïllustreerde uitgave. Naast de Vier Elementen komt ook ander werk van Hoefnagel aan bod. Een heel hoofdstuk is gewijd aan het ‘album amicorum’, het vriendenboek dat veel vooraanstaande zestiende-eeuwse wetenschappers en kunstenaars eropna hielden. In deze artistieke voorloper van het poesiealbum schilderde Hoefnagel complete stillevens voor zijn beste vrienden, onder wie de Antwerpse cartograaf Abraham Ortelius, met wie hij in 1577 uit Antwerpen was vertrokken.

Toch staan vooral de dieren uit de Vier Elementen centraal in Insect Artifice. Slakken, egels, uilen, maar vooral ook libellen, vlinders, wespen en langpootmuggen. Juist in een tijd waar insecten in rap tempo dreigen te verdwijnen, is het mooi te zien hoe aandachtig en liefdevol Hoefnagel ze bestudeerde.

Andersom is hijzelf onder de loep genomen door Bass, die hem veelvuldig lof toewuift voor zijn illustraties, maar af en toe ook met kritiek komt: bij Hoefnagels octopus met negen in plaats van acht armen, bijvoorbeeld, of bij de brandganzen die hij naast eendenmosselen afbeeldde. Dat was een veelvoorkomende fout in die tijd: mensen dachten dat ganzen uit mosselen geboren werden (in het Engels heten ze respectievelijk barnacle geese en goose barnacles). Hoefnagel was als illustrator niet feilloos, en streefde er ook niet naar. In zijn ogen was er maar één ware kunstenaar: de natuur.