Chris Oomen: „Ik ga voor mijn eigen besluitvorming.”

Foto Lars van den Brink

‘Misschien koop ik nog wel eens een ziekenhuis’

Interview | Chris Oomen Na 32 jaar stapt de voorzitter van zorgverzekeraar DSW op, na druk van De Nederlandsche Bank. Chris Oomen gaat met tegenzin, zoals tegendraadsheid altijd zijn handelsmerk is geweest.

Eerst even iets rechtzetten. Chris Oomen, topman van DSW, vertrekt onder druk van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) bij de zorgverzekeraar uit Schiedam. Maar hij is níét ontslagen. „Dat wordt nog wel eens zo vertaald”, zegt hij. „En zo is het dus niet gegaan.”

Oomen heeft geen vragen nodig om een interview te beginnen. Alsof hij een vergadering voorzit, steekt hij van wal, met een mededeling. Notuleren maar.

Hij zit in een tweezitsbank in de woonkamer van zijn huis, een klassiek, vrijstaand pand in het centrum van Delft. Overal zijn boeken, in kasten, op tafels, op de rand van de bank. Veel is non-fictie. En hij bewaart stapels kranten. Iedere dag vallen er zes op de mat. „Ik wil op de hoogte zijn”, zegt Oomen.

Vorige week maakte hij zijn vertrek bekend bij DSW. Het bericht haalde de landelijke media, bijzonder voor een topman van een zorgverzekeraar met 710.000 verzekerden, iets meer dan 4 procent van de markt. Maar Oomen is geen gewone topman. Quote schat zijn vermogen op 690 miljoen euro, grotendeels verdiend met zijn bedrijf Optiver, in de derivatenhandel. Welke verzekeringsdirecteur rijdt nou een Maserati?

En hij is dwars. Wat zijn collega’s van Achmea, Menzis, CZ of VGZ ergens van vinden, interesseert Oomen niet. Of het nu gaat om de vrije artsenkeuze („daar heb ik actie voor gevoerd”), collectiviteitskortingen („volslagen belachelijk”) of het faillissement van het Slotervaartziekenhuis („schande”), Oomen verkondigt zijn eigen evangelie. Hij weigert plaats te nemen in het bestuur van branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland.

Wil van de buitenwacht

„Ik ga voor mijn eigen besluitvorming. Het branchestandpunt is altijd een slap aftreksel van wat iedereen vindt”, zegt hij. DSW schrijft op zijn website dat Oomen geldt als „luis in de pels”. Tegendraadsheid als zorgvuldig gekoesterd handelsmerk.

Nu moet hij zich toch voegen naar de wil van de buitenwacht. Dat steekt. Zijn publieke profiel keert zich tegen hem, beseft Oomen. „DNB vindt dat er te veel verstrengeling is tussen de naam Oomen en DSW. Maar het is toch logisch dat een topman het beeld naar buiten is? Dat is bij DNB met Klaas Knot niet anders.”

Knot is bijna acht jaar de baas bij DNB. Oomen is 32 jaar bestuursvoorzitter bij DSW. Hij is onlangs 70 geworden, voor velen een mooi moment om te stoppen. Maar daar gaat het niet om, vindt Oomen. DNB had zich er niet mee moeten bemoeien.

Waarom wil DNB dat Oomen precies nu vertrekt en niet een jaar eerder of later? De toezichthouder zelf wil geen toelichting geven over individuen. Oomen: „Zorgverzekeraars moesten van DNB een successiebeleid [opvolgingsplan] opstellen. Jaren geleden al. Daarin stond dat ik eind 2018 zou terugtreden. Maar dat betekent niet dat die afspraken in beton zijn gegoten. We zouden het van jaar tot jaar bekijken.”

Malletjes, wetjes en regeltjes

Zover is het niet gekomen. Volgens Oomen maakte DNB de commissarissen van de zorgverzekeraar duidelijk dat hij diende te vertrekken. Zo stond het immers geschreven. „Zíj willen een successiebeleid. Maar ik beloof niets aan DNB. Je kunt in Amsterdam wel allerlei malletjes hebben waarin regels passen, procedures passen, mensen passen, dat zal allemaal best. DNB toetst mij als bestuurder. Ze toetsen de commissarissen. Verder moeten ze van het personeelsbeleid afblijven.”

Malletjes, wetjes, regels, procedures, Oomen is er de man niet voor. „Ik heb het niet nodig om aan allerlei dingen te voldoen”, vindt hij. „Ze kijken alleen maar naar het proces, als dat maar goed is. De uitkomst doet er niet toe. Al die regulering: allemaal angst dat partijen iets doen waar toezichthouders geen grip op hebben.”

Het zijn de woorden van een man die gewend is zijn eigen gang te gaan én daar mee weg te komen. Op school wordt Oomen zes keer geschorst. Waarom precies, vertelt hij niet. Een „ik was onhandelbaar” volstaat. Thuis in Den Haag wordt hij vrijgelaten, als zevende kind in een gezin van negen. Zolang de jonge Chris, een uitzonderlijk snelle rekenaar, maar goede cijfers haalt in de bèta-vakken. Anders had hij een probleem met zijn vader. Die moest vanaf zijn zevende op het land werken. Oomen: „Als ik naar de universiteit had kunnen kruipen, had ik het gedaan, zei mijn vader altijd. Dus benut je talent.”

Iedereen verdient zich helemaal suf in de gezondheidszorg

Chris Oomen

Hij gaat in Leiden studeren. Medicijnen moet het worden. „Dokter, prachtig vak, alleen... ik kan niet tegen bloed. Wel van mezelf, maar bloed van een ander kan ik niet zien.” Dus wordt het farmacie. En rechten. In drie maanden haalt Oomen zijn kandidaats, waar normaal gesproken twee jaar voor staat. „Dat had met een weddenschap te maken”, vertelt hij. Een bevriende rechtenstudent had hem uitgedaagd, gezegd dat farmacie makkelijk is. Maar een serieuze student was Oomen niet. „Nee, ik haalde hoge cijfers, maar ging nooit naar college, deed zoveel andere dingen naast mijn studie. Ik heb altijd de kantjes ervanaf gelopen.”

Luister naar de levensloop van Oomen en je gaat bijna geloven dat het leven maakbaar is. Als je maar brutaal bent, en een snelle denker. Neem Optiver. Het is midden jaren tachtig, Oomen werkt net bij DSW. Het geld dat hij overhoudt, belegt hij in opties. „Maar iedere keer als ik een order inlegde, verhoogden ze de prijzen. Ik dacht: ik zit aan de verkeerde kant van de streep.”

Dus zorgt Oomen ervoor dat hij aan de goede kant komt te staan. Hij begint een beurshandelshuis. Oomen: „De beurs werd toen beheerst door marktkooplui. Ik nam theoretisch natuurkundigen en econometristen aan. De optiehandel is technisch, je moet je indekken, cijfers doorzien.” Het wordt een doorslaand succes.

In de jaren die volgen, richt Oomen nog meer bedrijven op, die hij met succes verkoopt. DSW blijft hij trouw. Waarom? „Mijn talent ligt in de financiële wereld, in de getallen. Maar mijn hart lag altijd bij de gezondheidszorg, dat vind ik fantastisch.”

Het is ook de wereld waarin Oomen zijn maatschappelijke opvattingen kwijt kan, zijn eigenzinnigheid. Wat hebben de jaren hard roepen in het zorgdebat opgeleverd?

Volgens Oomen dat zijn kritiek steeds meer weerklank vindt. Neem de budgetpolis, volgens Oomen „een vorm van oplichting”. Zorgverzekeraars bieden bij ziekenhuizen de doorgaans gezonde patiënten aan die voor zo’n goedkope polis kozen, in ruil voor lagere prijsafspraken.

Daardoor kunnen deze verzekerden bij veel ziekenhuizen niet terecht. Inmiddels wordt het fenomeen breed bekritiseerd in de Tweede Kamer. „Ik denk dat het zijn beste tijd gehad heeft.”

Dat zou ook gelden voor de collectiviteitskortingen. Zorgverzekeraars verhogen daarbij de oorspronkelijke premie om vervolgens een ‘gunstige’ korting te bieden. Minister Bruno Bruins (VWS, VVD) noemde het een „nepkorting” en kondigde vorige zomer aan de maximumkorting te halveren naar 5 procent. Oomen: „Dus dan is het nog maar voor 5 procent nep.”

Naast deze erkenning is er trots over zijn projecten buiten DSW, met name de revalidatiekliniek Daan Theeuwes Centrum in Woerden. „Binnen een jaar nadat we zeiden ‘we gaan het doen’, opende het z’n deuren. Eén van de eerste patiënten die daar is behandeld, traint voor een marathon. Dat vind ik prachtig.”

Oomen stak een paar miljoen euro in de kliniek, maar gaat er geen winst op maken. Winst uitkeren is verboden bij ‘intramurale zorg’: de combinatie zorg en verblijf. „Zot”, vindt Oomen. „Ze zeggen: geef je geld maar. Gaat het failliet, dan ben je het kwijt. Gaat het goed, dan mag je niks uitkeren. Ik geef dat geld wel, daar gaat het niet om. Maar wie krijg je nog meer zo gek om zulke investeringen te doen in innovatieve projecten?”

Slotervaart is een ‘open zenuw’

Het winstverbod is een grote frustratie. „Iedereen verdient zich helemaal suf in de gezondheidszorg. Philips, Siemens, de specialisten, huisartsen – iedereen mag verdienen wat hij wil. Wil de bank aan zorg verdienen? Dat is geen probleem. Accountants? Geen probleem. Maar als iemand wil investeren, zeggen ze: jíj niet.”

Weinig mensen weten dat Oomen al een paar pogingen deed om zelf een ziekenhuis over te nemen. Het Ruwaard van Putten in Spijkenisse, bijvoorbeeld, nadat het failliet was gegaan. Maar ook het MC Zuiderzee in Lelystad, met Igor Tulevski, baas van Cardiologie Centra Nederland.

Met hem deed hij ook een poging bij het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam, waarvan nu de boedel wordt geveild. „Er lag een heel mooi plan. Maar niet alleen hebben de verzekeraars en toezichthouders de stekker eruit getrokken. Ze hebben ook geblokkeerd dat er een andere oplossing kwam.” Hij doelt op zijn eigen plan met het ziekenhuis.

Slotervaart is een „open zenuw” bij Oomen. „De kwaliteit van zorg stond er niet ter discussie en de prijs stond niet ter discussie, hoe verouderd sommige zaken ook waren. Om dán de stekker eruit te trekken op gebrek aan liquiditeit, niet eens het gebrek aan eigen vermogen, dat is schandalig.”

Het alternatief dat hij voorzag in het pand noemt hij een ‘netwerkziekenhuis’. Het ziekenhuis van de toekomst, vindt Oomen. Eigenaarschap disciplineert, redeneert hij, het maakt betrokken, ambitieus en innovatief. „Centraal zet ik de hoofdorganisatie met automatisering, HRM en de faciliteiten. Daaromheen specialisten die in maatschappen werken met een minderheidsaandeel. Als één ervan failliet gaat, gaat het ziekenhuis niet failliet.”

Is hij bereid ooit een nieuwe poging te doen om een ziekenhuis over te nemen? „Zeker.”

Toch, vertelt Oomen: niemand die het merkt en hij functioneert nog prima, maar het gaat niet meer zo makkelijk als voorheen. „Ik moet soms dingen opschrijven zodat ik ze niet vergeet te doen. Vroeger schreef ik nooit iets op. En soms moet ik naar woorden zoeken.” De oorzaak? Bijna tien jaar geleden had hij een klein herseninfarct. „Aanvankelijk durfde ik niet voor een groep te staan om een heel verhaal te houden. Dat gaat wel weer. Maar ja, ik ben geraakt.”

Zijn vertrek had hij het DSW-personeel toevertrouwd in de nieuwjaarstoespraak. In juni stapt Oomen officieel op. De organisatie voor het afscheidsfeest is druk in de weer, weet hij, want zich er helemaal niet mee bemoeien, dat lukte niet.

Als Oomen zijn bezoek naar buiten begeleidt, zegt hij het nog één keer: „Het is belangrijk dat mensen straks niet denken dat ik ontslagen ben. Echt, ik vertrek met een goed gevoel.”

    • Liza van Lonkhuyzen
    • Joris Kooiman