Opinie

    • Hugo Camps

Majesteit

Prachtig toch, die strijd tussen Cristiano Ronaldo en Lionel Messi om de schoonheidsprijs van de week op het podium van de Champions League. De Portugees scoorde een hattrick tegen Atlético Madrid en sleepte daarmee Juventus mee naar de kwartfinales. Het antwoord van de Argentijn: twee goals en twee assists in de wedstrijd tegen Olympique Lyonnais. Een dag later zie je PEC Zwolle voorbijkomen in de Johan Cruijff Arena en neemt het verlangen naar sterfelijkheid weer de bovenhand. Zoveel ellende van slonzigheid en impotentie wil je niet elke dag uitzitten.

Het virtuele debat over wie de beste is, Ronaldo of Messi, heb ik na de wedstrijd van Juve tegen Atlético definitief afgesloten. Ik beken geen kleur meer, geen shirt, geen benen. De twee zijn onvergelijkbare grootheden. De een is niet beter dan de ander, alleen in onderdelen van het spel scheelt het. Als het huis in brand staat, neem ik de hand van Cristiano, voor een spokende dribbel volg ik Lionel. Scoren kunnen ze allebei, zij het dat Ronaldo naakte doelpunten afdwingt en Messi er een omstandig tricot aan breit. Het is Mondriaan versus het maniërisme van de Italiaanse renaissance.

Over schoonheid valt niet te discussiëren.

De fenomenale hattrick van Ronaldo is een mijlpaal in de voetbalhistorie. Niet eerder zag ik een voetballer met zoveel concentratie en instinct tot scoren komen. Ronaldo scoorde drie keer, Juventus won met 3-0 en was geplaatst. De heenwedstrijd werd door Juve verloren met 2-0. Tegen het sterk verdedigende Atlético zijn de kaarten dan meestal geschud. De terugwedstrijd is doorgaans een formaliteit.

Edoch, alles was betoverend aan de wedstrijd van de twee Europese topclubs. Er werd gestreden op leven en dood met Juventus als meest offensieve krijger. De Oude Dame speelde op brandstof die de vlam verteert. Heftig en zakelijk, niet meer met de pirouettes van kunstenaar Andrea Pirlo met zijn mooie renaissancehoofd als speler van AC Milan. Er was één speler die zich onderscheidde van de hele meute: Cristiano Ronaldo. Hij had zijn dodelijk scoringsvermogen zelf aangekondigd.

Ronaldo: Majesteit.

Ik ken de allergie voor zijn maniertjes, voor zijn kerstbalgrote ego, voor zijn narcistische individualisme in het juichen. De wereld is niet van iedereen, de wereld is van Cristiano. De nummer 7 is verliefd op zijn spierbundels, showt zijn torso met een flair die Naomi Campbell doet huiveren, voert reeds bij de warming up een mimespel op dat Afrikaanse krijgers doet blozen. Letterlijk zet hij zijn tanden in het gras.

Nog steeds zullen er mensen zijn die Cristiano Ronaldo een exhibitionistische eikel vinden. Maar ik doe niet meer mee. Ik koester deze supervedette als een halve godheid. Zijn arbeidsethos is uniek, zijn bevlogenheid om te winnen bijna dierlijk, zijn verschijning als man wervend. Naast hem voel ik mij een kromme dwerg bij wie alles is gaan hangen. Een onnozele kiekenborst die geen bal kan opvangen. Waar hij staat of gaat overbluft hij de goegemeente van macho’s alsof ze leprozen zijn. De afkeer voor de caprices van de Portugese artiest is onze zelfhaat.

Allicht verpest een overdosis talent karakters. Zoals een bankdirecteur niet ongestraft een leven lang in auto met chauffeur kan rijden. Er blijft altijd een vervreemdende tik hangen van het privilege.

Cristiano Ronaldo geeft ons veel terug voor zijn kleine onhebbelijkheden. Niet in het minst de zachte overtuiging dat we zelf geschiedenis kunnen schrijven.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps