Recensie

Hoe meer je weet, hoe gevaarlijker het wordt

Pauline Genee Opgesloten op een kale berg samen met haar ontvoerders stelt het slachtoffer zich panische levensvragen. Wat gebeurt er als mensen te veel van elkaar weten? Dat lijkt de onderlinge suggestie in dit gijzelingsdrama.

Er gebeurt veel in Roadblock, de tweede, internationaal georiënteerde roman van Pauline Genee (1968). Een Nederlandse vrouw is met een team op verkiezingswaarneming in een niet nader genoemd buitenland. Op weg naar het laatste stemlokaal belanden ze in een wegversperring. Gewapende mannen weten de groep al snel uit elkaar te drijven. Er wordt geschoten, geduwd en gesleept, de vrouw wordt als enige door een groep mannen ontvoerd. Dat leidt tot een karig rantsoen van water en brood, eenzame opsluiting, verveling, een verkrachting, en veel andere ontberingen. Ontsnappingspogingen mislukken. Dit alles in korte, sprekende zinnen, een thrillerachtige setting, en met een ingenieuze, dubbele plot.

Tegelijkertijd gebeurt er in Roadblock ook juist weer vrij weinig. Tijdens de ontvoering, die veel bladzijden in beslag neemt, zijn we uitsluitend aangewezen op de blik, de gedachtenspinsels en formuleringen van hoofdpersoon Ava. Zij stelt zich, opgesloten op een kale berg, bewaakt door strenge, zwijgzame mannen met bivakmutsen op, onophoudelijk panische levensvragen. ‘Ben ik de overgebleven prijs? Gebeurt er nog iets? Wordt er wel onderhandeld? Is er contact, met iemand? Of denkt iedereen dat ik ook dood ben? Ben ik al vergeten?’ Van losgeld, overheidsbemoeienis of zelfs een ontvoeringsmotief is in het hele boek geen sprake.

Van Baard, Onderkin, Lange, Kokkie, Professor en de Generaal wordt Ava niets wijzer – en wij lezers al evenmin. Wij weten zelfs nóg minder, want het land waarin zich de schermutselingen afspelen, krijgt geen naam. Genee geeft mondjesmaat aanwijzingen, over een taal die uit ‘bolletjes, cirkeltjes en bergjes’ zou bestaan, over incidentele blauwe ogen, een olijfkleurige huid en opstandige en ontevreden burgers.

Huwelijksaanzoek

Onduidelijke contouren, duistere politieke en religieuze constellatie – daardoor krijgen het gijzelingsdrama en de angsten die daarmee gepaard gaan vanzelf algemeen menselijke trekken. Niet alleen de gegijzelde, maar ook de gijzelaars hebben het zwaar. Zij zitten op die berg ook maar te wachten op aanwijzingen die maar niet komen, of die tegenstrijdig zijn, terwijl ze intussen genegenheid voor hun gevangene opvatten.

Als mensen te veel van elkaar weten, ontstaat er vanzelf een scheve of zelfs gevaarlijke situatie, zo lijkt de onderliggende suggestie van de roman te zijn. Tussen de gijzelingsscènes op de berg door, rijst een beeld op van het leven dat Ava leidde in Nederland, met haar grote liefde Peer. Toen hij haar na drie jaar ten huwelijk vroeg, beëindigde zij de relatie abrupt. Daarna besloot ze zich op te geven voor een buitenlandse missie. Waarom? Omdat zij vanaf het begin meer wist dan hij, en die kennis al die jaren niet met hem durfde te delen. Dat ging zo zwaar op haar drukken, dat ze er maar liever vandoor ging, zonder iets uit te leggen. En zo belandde ze naadloos van de ene gijzeling in de andere.

Op de psychologische finesses van de roman valt hier en daar wat af te dingen, maar het is knap dat Genee zoveel actie en denkwerk op zo’n vlotte manier bij elkaar heeft weten te brengen in een geweldig spannend verhaal.