Heeft van baan wisselen in de file zin?

Durf te vragen Gaan de auto’s in de andere rijbaan altijd sneller of lijkt dat maar zo? Wat moet je doen in de file?

Illustratie Fokke Gerritsma

Zul je altijd zien. Sta je in de file, gaan uitgerekend de auto’s in die andere rijbaan weer sneller vooruit. De twijfel slaat toe. De stress. Je ziet auto’s uit jouw baan van lieverlee in die andere invoegen. Maar ook andersom. Hè? Waarom doen ze dat? En wat doe jij?

„Het is gezichtsbedrog”, zegt Victor Knoop, universitair hoofddocent bij de vakgroep transport & planning aan de TU Delft. Auto’s in een andere strook (zo noemen verkeersdeskundigen alles tussen twee strepen) lijken sneller te gaan. Maar het is een illusie. Het is in 1999 in tijdschrift Nature beschreven, door trauma-arts Donald Redelmeier uit Toronto en statisticus Robert Tibshirani uit Stanford. Op de computer simuleerden ze files op een tweebaansweg. Wat blijkt? Als je zelf in een file auto’s inhaalt, duurt dat altijd korter dan wanneer je door andere auto’s wordt ingehaald, want de auto’s die je inhaalt staan stukken dichter op elkaar dan wanneer ze jou inhalen. Door het tijdsverschil voelt het alsof de andere strook sneller gaat. Maar dat zal in een file zelden het geval zijn. Omdat alle stroken vol staan, is de gemiddelde snelheid op de verschillende stroken vergelijkbaar. „Dat gevoel dat de andere strook sneller gaat”, zegt Donald Redelmeier aan de telefoon, „wordt nog versterkt door de menselijke psyche, die verlies zwaarder weegt dan winst.” Verlies is in dit geval ingehaald worden.

Opzij kijken

Redelmeier en Tibshirani maakten ook opnames vanuit een in de file rijdende auto. De camera filmde de belendende, volgepakte rijstrook. Daarna lieten ze een gemonteerd vierminutenfragment zien aan 120 studenten. In dit fragment had de gefilmde strook steeds een iets lagere gemiddelde snelheid dan de strook van de auto met de filmcamera. Toch dacht 70 procent van de studenten dat de auto’s op de gefilmde strook sneller gingen, en 65 procent zei dat ze van strook zouden wisselen.

Redelmeier geeft het advies om in een file wat minder vaak opzij te kijken, zodat die illusie je niet steeds overvalt. „Kijk meer in de achteruitkijkspiegel. Dan zie je hoever je al bent opgeschoten.”

Knoop heeft een andere tip. „Als je al opzij kijkt, focus je dan op één auto, die rode Renault bijvoorbeeld.” Over langere tijd zul je gelijk opgaan, zegt Knoop, omdat de gemiddelde snelheid in de stroken min of meer gelijk is. Mocht de rode Renault toch sneller vooruit komen, dan zal het in tijd nooit veel schelen. „In een file zijn alle auto’s ongeveer even snel.”

Snel aansluiten

Waar de tijdwinst echt te boeken valt, zegt Knoop, is op het moment dat de file voorbij is en de auto’s vooraan weer kunnen gaan rijden. „Als de auto vóór je optrekt, is het zaak snel aan te sluiten”, zegt Knoop. Maar dat gebeurt in de praktijk niet, ontdekte een promovendus van Knoop. Deze promovendus, Kai Yuan, zocht op de A4 en de A12 files op. Als een file voorbij was en het verkeer weer op gang kwam, mat hij verderop hoeveel auto’s daar per uur passeerden – de auto’s hadden daar hun ‘normale’ snelheid weer bereikt.

Yuan ontdekte dat het aantal passerende auto’s per uur lineair afnam met de gemiddelde snelheid van de file. „Hoe trager de file, hoe meer afstand mensen laten tussen zichzelf en hun voorligger als ze weer moeten gaan rijden”, zegt Knoop. Ook al is dat verschil maar een halve seconde, op een hele file telt dat aardig op, zegt Knoop, en hij begint aan de andere kant van de lijn driftig op een rekenmachine te tikken. Knoop mompelt. „Stel je hebt één strook, achter mij nog 2.000 voertuigen...” Tiktik... tiktik... „Als ik een halve seconde sneller aansluit, scheelt dat voor alle auto’s opgeteld een kwartier.

Conclusie, zegt Knoop: „Van strook wisselen tijdens een file heeft weinig zin. Maar op het moment dat je weer kunt gaan rijden moet je scherp zijn.”

    • Marcel aan de Brugh