Grensoverschrijdend curator

Okwui Enwezor (1963 – 2019) Hij geldt als een van de belangrijkste curatoren van deze eeuw, omdat hij grenzen wist te verleggen en te overschrijden: Okwui Enwezor overleed vrijdag.

Okwui Enwezor in 2011
Okwui Enwezor in 2011 Foto FRANK LEONHARDT/EPA

‘Er zijn curatoren die graag beloven dat ze de wereld met hun tentoonstellingen zullen veranderen. De Nigeriaanse curator Okwui Enwezor deed dat’. Zo typeert Welt de overleden curator Okwui Enwezor die vrijdag overleed op 55 jarige leeftijd. Hij had al een tijd kanker.

Enwezor werd in 1963 geboren in Calabar (Nigeria) en begon daar met zijn studie, maar verhuisde op zijn achttiende naar New York.

Aanvankelijk maakte hij naam als dichter, maar via zijn belangstelling voor visuele poëzie kwam hij terecht bij de beeldende kunst, en daarin vervulde hij een voortrekkersrol voor met name Afrikaanse kunst. Zo ging hij in 1996 als curator aan de slag in het Guggenheim Museum, waar hij een tentoonstelling inrichtte met werk van dertig Afrikaanse fotografen: In/Sight. Het was een baanbrekende gebeurtenis, omdat het een van de eerste tentoonstellingen was die Afrikaanse kunst liet zien in de context van dekolonisatie en onafhankelijkheid.

Ook richtte Enwezor het tijdschrift NKA, Journal of Contemporary African Art op, was hij de eerste niet-Europeaan die de vijfjaarlijkse Documenta-tentoonstelling in Kassel samenstelde (2002), en de eerste Afrikaanse curator van de Biënnale in Venetië (2015).

Voor die Biënnale, ‘All The World’s Futures’, selecteerde hij 136 kunstenaars uit 53 landen, van wie 88 voor het eerst op de Biënnale exposeerden. De meesten kwamen uit Afrika en Azië. Sandra Smallenburg oordeelde in deze krant: „Het heeft geleid tot de meest politieke, maar ook de meest sombere Biënnale in tijden.”

Lees ook: ‘Keer op keer een vuistslag in Venetië

Het gezaghebbende Art Review plaatste hem in 2010 op de 42ste plek van de meest invloedrijke mensen in de kunstwereld –een positie die hij mede dankte aan zijn overtuiging dat kunst de werkelijkheid niet alleen kan weerspiegelen, maar ook beïnvloeden.

Met zijn internationale carrière gold Enwezor als de verpersoonlijking van de globalisering. Maar met zijn tentoonstellingen wilde hij meer doen dan iets laten zien: hij wilde overtuigen. Dat heeft waarschijnlijk ook met zijn literaire achtergrond te maken, vermoedt de Amerikaanse schilder Glenn Ligon, die door Enwezor naar Documenta was gehaald met enkele schilderijen die gebaseerd waren op een essay van James Baldwin, ‘Stranger in the Village’: „Hij was niet in de eerste plaats geïnteresseerd in hoe de schilderijen eruit zouden gaan zien of hoe groot ze zouden zijn, maar ook in de manier waarop het schilderij Baldwins brede kijk op de Europese cultuur zou weerspiegelen, en de erfenis van kolonialisme.” Ook kunstenaar en filmmaker Steve McQueen benadrukte dit in 2014: „Er zit een bedoeling achter. De praktijk wordt ondersteund door de rede.”

Sinds 2011 was Enwezor directeur van het Haus der Kunst in München, waar hij onder andere tentoonstellingen maakte over Stan Douglas, Georg Baselitz, Frank Bowling, en een overzichtstentoonstelling Postwar: kunst tussen de Stille en de Atlantische oceaan. Het was een aanstelling voor 10 jaar, maar hij kon de klus niet afmaken: vanwege zijn ziekte was hij sinds juni 2018 opgehouden met werken. Wel bleef hij adviseren – mede dankzij hem heeft Ghana bij de aanstaande Biënnale in Venetië voor het eerst een paviljoen.