Opinie

    • Marike Stellinga

Gezocht: CO2- heffing die alles kan

In twee bewegingen werd woensdag al het lobbywerk van de industrie en van lobbyclub VNO-NCW tegen een CO2-heffing van tafel geveegd. Eerst door het Planbureau voor de Leefomgeving dat het bonus-malussysteem van de industrie als volstrekt onvoldoende beoordeelde om de uitstoot van CO2 in die sector te verminderen. Het plan was te complex, de kosten en opbrengsten onduidelijk, én het zou ambitieuze plannen zelfs kunnen hinderen. „Het is voorstelbaar dat bedrijven heel kleine CO2-reductieplannetjes gaan maken,” zei Pieter Boot van het PBL.

De tweede veeg kwam van Mark Rutte en Eric Wiebes die direct een CO2-heffing aankondigden, én hogere energiebelastingen voor de industrie. Een opmerkelijke draai van twee VVD-bewindslieden. Wiebes is al sinds hij aantrad als minister van Economische Zaken en Klimaat zeer afhoudend bij de suggestie om grote vervuilers meer te laten betalen.

Wat hebben Rutte en Wiebes nou precies gezegd? Het kabinet wil een „verstandige CO2-heffing” die „zodanig is dat je de tonnen haalt en bedrijven niet weggaan”. Dat is makkelijk gezegd maar moeilijk gedaan. Als het kabinet een hoge heffing invoert, bereikt het wellicht de 14,3 miljoen ton minder uitstoot die het in de industrie wil in 2030. Maar de kans is groot dat internationale concerns met fabrieken in Nederland hun investeringen verplaatsen en er dus toch banen verdwijnen.

Hoe los je dat op? Daar wordt natuurlijk al over nagedacht. Hier de contouren die ik zie opdoemen: de heffing gaat niet direct in maar pas vanaf 2025. Hij begint laag en loopt op. Vóór 2025 krijgen industriebedrijven subsidie als ze hun productieprocessen verduurzamen. Zo geef je bedrijven de kans te vergroenen zonder ze direct met hogere kosten op te zadelen. Je kan allerlei sloten op de deur bouwen om bedrijven nú de kans op subsidie te laten grijpen (en dus nú te laten investeren). Bijvoorbeeld door te zeggen: na 2025 is het subsidieloket gesloten. Wat ook kan: bedrijven met een plan krijgen een tijdelijke ontheffing.

Maar, wacht. Lijkt dit niet heel erg op het bonus-malussysteem van de industrie? Daarin moesten bedrijven plannen indienen om hun uitstoot te verminderen, anders kregen ze een boete. Mét een plan maakten ze kans op subsidie. Toch is er een verschil. Bedrijven hadden alleen last van de malus als ze hun eigen plannen niet haalden, of niks indienden. Dat geeft een prikkel om bescheiden reductieplannen in te leveren. Want wie ambitieus was en het niet haalde, sneed zichzelf in de vingers. De CO2-heffing die nu opdoemt, is niet afhankelijk van de plannen van bedrijven. Bedrijven kunnen er alleen aan ontsnappen als ze echt hun uitstoot verminderen.

Ook bij zo’n heffing zijn er veel moeilijke details, zoals de interactie met het Europese ETS-systeem dat CO2-uitstoot reguleert. Maar Nederland hoeft niet alleen te staan. Een slimme heffing kan buurlanden over de streep trekken. Die regeringen zitten met hetzelfde probleem: grote uitstoters in de industrie betalen relatief weinig.

Wiebes heeft al in 2018 beloofd dat hij bij buurlanden lobbyt om samen een extra CO2-heffing in te voeren bovenop het Europese ETS. We hebben zelfs een heuse klimaatdiplomaat die zich daarvoor inzet. Ik zou zeggen: bedenk wat slims en verkoop dat plan.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.