Recensie

Geen fuck te doen: het leven van Theo Janssen

Voetballer Ordinair en fel realistisch is het portret dat Marcel van Roosmalen schildert van oud-voetballer Theo Janssen. Maar de ’Dikke Prins’ wil zelf weinig kwijt. Dan blijft het knippen en plakken over.

Theo Janssen is gek op bitterballen. Veertig in een schaal, of driehonderd op tafel gekwakt: hij ‘graast’ net zo lang tot ‘die dingen’ weg zijn. Kipnuggets: zelfde verhaal. Janssen blust ze af met een ‘plofscheet’. Doet hij sowieso graag: scheten laten.

Niet het geweldige linkerbeen van de voormalige voetballer (Vitesse, Genk, FC Twente, Ajax) staat centraal in dit ‘beste sportboek ooit geschreven’, maar de vlam in de pijp van zijn sluitspier. Dat van het beste sportboek is vanzelfsprekend ironisch. De boodschap van Janssen en schrijver Marcel van Roosmalen is duidelijk: voetbal is saai en ploeteren als je er je beroep van hebt gemaakt. Erover schrijven is al helemaal niet te doen. Dan ligt het dirty realism van zijn huidige leven beter in de markt.

En dus is De Dikke Prins in dit boek vooral De Koning van de Wansmaak. Veel vreten, langdurig schijten, nieuwe vriendin, tatoeages bij de vleet, gemorste koffiespetters op het colbert van een voetbalbestuurder in het voetbalstadion en Formule 1 op de buis. Op pad? Janssen is niet vooruit te branden, op een enkel ruftend uitstapje na. Het is allemaal heerlijk ordinair en fel realistisch opgeschreven.

Hun leven was een dolle achtbaan van geldverspilling, echtscheidingen en grensverleggend onverantwoordelijk gedrag.

De arme liefhebber die hoopte op een traditioneel voetbalboek had beter moeten weten. Theo Janssen werd weliswaar landskampioen met FC Twente en Ajax, maar een serieuze reconstructie van zijn rol in die titels doet hopeloos gedateerd aan. Een op schrift gesteld modern voetballeven draait niet om sportieve successen. Het verkoopt pas als het is ontspoord. Een complexe stoelgang en een afgeleefde kop vertalen zich in een onverbiddelijke bestseller. Over welke doelpunten van Janssen wilde u ook al weer meer weten?

Emotionele incontinentie

Het boek van Van Roosmalen sluit daarmee aan bij een trend. Aan lager wal geraakte oud-topvoetballers mochten recent onder meer leeglopen bij ghostwriters Thijs Slegers (Geen Genade, 2012, over Andy van der Meijde) en Michel van Egmond (Kieft, 2014, Wim Kieft. De Terugkeer, 2018). Van der Meijde en Kieft worden daarin neergezet als typetjes. De eerste is een seksverslaafde Pietje Bell die met een ‘stijve piemel’ door de kleedkamer paradeert (zie onder: Amsterdams dollen). De laatste een verlegen drugsverslaafde die niet tegen het leven is opgewassen. Hun Werdegang is opgeschreven in een soepele, empathische stijl die ruim baan geeft aan hun emotionele incontinentie: minder rauw dan therapeutisch. Steekwoorden: berouw en spijt.

Natuurlijk, hun leven was een dolle achtbaan van transfers, geldverspilling, huwelijken, echtscheidingen, kinderen bij exen en grensverleggend onverantwoordelijk gedrag, maar als je daar doorheen prikt zie je twee eeuwige volksjongens met een piepklein hartje. Ze zochten en vonden het avontuur, om de sleur van het benepen Hollandse grasveld te ontvluchten. ‘Somber weer en er is geen fuck te doen: dat is mijn jeugd’, aldus Kieft. Als je niet beter wist, zou je denken dat hij de eerste fase van zijn leven sleet in de leegte van Noord-Oost Groningen. Niets is minder waar: Kieft is geboren en getogen in actiecentrum en lustoord Amsterdam. Wie daar in de jaren zeventig geen fuck te doen had was toen al de weg kwijt, of een asceet.

Lees ook het interview: Marcel van Roosmalens moeder: ‘Marcel is in z’n voordeel veranderd’

Geen fuck te doen: zo zou je het leven van Theo Janssen ook kunnen omschrijven. Ook hij is een typetje: onverschillig, dwars, vervuld van regionale trots. Ajax beviel hem niet, Amsterdam was hem te druk. Hij was en bleef een kat uit de boom kijkende Arnhemmer en werd niet de leider in de kleedkamer die Ajax in hem zag. Frank de Boer, trainer van afgetrainde lichamen, ideale schoonzonen en gortdroge kampioenschappen, had hem verkeerd gecast. Een ideale schoonzoon was Janssen nooit, een afgetraind lichaam had hij al lang niet meer. Dat liep dus spaak.

Janssen bij Ajax: daar zit een schitterend boek in, maar Van Roosmalen heeft het niet geschreven. Probleem is dat Janssen er vervolgens ook niets voor voelt de door Van der Meijde en Kieft ingeslagen weg te volgen. Onthullingen? Uit angst voor een rechtszaak wil hij niets kwijt over een ex: ‘Anders ga ik failliet.’ In feite heeft hij zelfs helemaal geen zin in een boek. Dat geldt ook voor Van Roosmalen, ‘bij wie de euforie’ snel zakt ‘door bemoeienis van de vrouw van Theo’s zaakwaarnemer’. Daardoor ligt het project zelfs zes weken stil voor het goed en wel is begonnen. Huh? Mocht de vrouw van de zaakwaarnemer van de man met vleesgeworden schijt aan alles ook meepraten? Daar wil je dan alles van weten. Of is dat ook ironisch bedoeld?

Ontslagen

Het gevolg is dat het boek maar niet op gang komt. Janssen kan of wil bijna niets kwijt en Van Roosmalen voelt er niets voor om, buiten hem om, in diens (voetbal)verleden te spitten. Bij afwezigheid van nieuw materiaal knipt en plakt hij naar hartelust uit eigen of andermans werk, uit eerdere boeken die hij zelf schreef over Vitesse en uit de ongepubliceerde dagboekaantekeningen van voormalige teammanager David Endt van Ajax.

Een enkele keer loopt Van Roosmalen tegen de grenzen op van die methode. Janssen hield het weliswaar niet lang uit in Amsterdam, maar zijn verblijf vond plaats in een turbulente tijd. Ajax werd verscheurd door de coup van Johan Cruijff en het aangekondigde aantreden van diens tegenvoeter Louis van Gaal. Twee kampen: je was destijds voor de een of de ander.

Dat Janssen ‘duidelijk’ voor Cruijff was zal niet verbazen; Van Gaal zet hij weg als ‘die gek’. Maar de zin die Van Roosmalen daarna optekent klopt niet: ‘De teammanager, David Endt, was ook heel duidelijk [voor] Cruijff, die is helaas ook ontslagen.’ Het probleem is: Endt wás niet voor Cruijff. Hij weigerde aanvankelijk partij te kiezen in het conflict. Zijn weerzin tegen de coterie rondom Cruijff dreef hem vervolgens in het kamp van Van Gaal. Dat kostte hem zijn baan toen de groep-Cruijff het conflict in zijn voordeel beslechtte. Een detail? Toch niet. Zijn ontslag was niet alleen een persoonlijk drama voor de levenslange Ajacied Endt, maar ook een belediging voor de clubcultuur. Een man als Endt ontsla je niet, die koester je.

Van Roosmalen corrigeert hem niet: als De Dikke Prins zich herinnert dat Endt vóór Cruijff was, wie zal hem dan tegenspreken? De schrijver zelf al helemaal niet: die knipt, plakt en laat zijn opname-apparaat spreken.