Recensie

Na de wilde jaren negentig zijn ze zombies geworden

Serhi Zjadan Van de beste Oekraïense schrijver van dit moment is een humoreske en zwartgallige roman verschenen, die zich afspeelt rondom een garage in Oost-Oekraïne kort na 2000. Aanwezig zijn veel drank, (mensen)smokkelaars, naar liefde snakkende vrouwen en agressieve mannen.

Een vrouw loopt onder een billboard door van separatistleider Aleksandr Zachartsjenko in Donetsk.
Een vrouw loopt onder een billboard door van separatistleider Aleksandr Zachartsjenko in Donetsk. Foto: AFP

Na het neerhalen van de MH17 in de zomer van 2014 wist ineens iedereen waar de Donbas lag. Sinds begin van dat jaar woedde in dit industriegebied in Oost-Oekraïne een burgeroorlog, die het Westen amper interesseerde. Door de vliegramp veranderde dat. De Donbas bleek een wetteloze wereld te zijn, met criminele milities, Russische huurlingen en angstige burgers en boeren, opgehitst door Russische propaganda.

Dat de Donbas altijd al het Wilde Oosten was, blijkt uit de humoreske, maar ook zwartgallige roman Vorosjylovhrad van Serhi Zjadan (1974), een van de beste Oekraïense schrijvers van dit moment. Het uit 2010 daterende, maar nu door Tobias Wals voorbeeldig vertaalde boek speelt zich af kort na 2000, zo’n tien jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De daaropvolgende chaos is voorbij. Hetzelfde geldt voor de bendeoorlogen, van de jaren negentig met het staatsbezit als inzet. De bendeleiders van weleer zijn oligarchen geworden, die hun vetes via hun marionetten in het parlement uitvechten. De Sovjet-mentaliteit klinkt echter nog in alles door. Sterker nog, de Sovjet-mens met zijn contra-productieve levenshouding en slaafse volgzaamheid is in de Donbas springlevend.

Zjadans hoofdpersoon is de 33-jarige Herman, een moderne Oekraïner. In Charkiv werkt hij voor een ngo die het democratiseringsproces in zijn land moet bevorderen, maar vooral westers hulpgeld witwast. Op een dag wordt hij gebeld door Kotsja, een oude vriend uit zijn geboortestad in de Donbas. Kotsja is in paniek, omdat Hermans broer, met wie hij een garage runt, ineens naar Amsterdam is vertrokken om nooit meer terug te keren.

Kotsja roept zijn hulp in en Herman besluit poolshoogte te gaan nemen. In de stad waar hij is opgegroeid, stapt hij het verleden binnen. Zijn ruige maatjes van weleer zijn weinig veranderd. Af en toe repareren ze een krakkemikkige Lada, maar ze doen vooral niets. De garage is een jeugdhonk vol nostalgie.

Drank en eenzame vrouwen

Herman is van plan er slechts kort te blijven rondhangen. Maar dat verandert als bandieten de garage opeisen in naam van de lokale oligarch en communistische politicus Patoesjok, die al een keten garages in de Donbas bezit en van die streek één groot maïsveld wil maken.

Om die garage draait Vorosjylovhrad op het eerste gezicht. Maar nog meer is het Zjadan om de levens van zijn personages te doen. Mistroostiger dan bij hen kun je je het bestaan niet voorstellen. Hun dagelijkse omgeving is die van een zigeunerkamp, met veel drank, (mensen)smokkelaars, naar liefde snakkende, eenzame vrouwen en agressieve mannen. In wezen hebben ze het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de daaropvolgende wilde jaren negentig niet overleefd. Ze zijn zombies geworden.

Onbedoeld laat Zjadan in zijn uit 2010 daterende roman zien dat het niet zo vreemd is dat sommige Oost-Oekraïners vier jaar later weer een doel in het leven kregen dankzij de burgeroorlog, die een vage belofte inhield: de terugkeer naar de kalme wereld van de Sovjet-Unie, die door Zjadan treffend wordt verbeeld aan de hand van idyllische ansichtkaarten van Donbas-stad Vorosjylovhrad – het huidige Loehansk. Dat die communistische wereld ook niet altijd een pretje was, zijn ze voor de gelegenheid vergeten.