Ebolavaccin legt het in Congo af tegen wapens

Epidemie De ebola-uitbraak in Oost-Congo is een onbeheersbare veenbrand. Het wantrouwen tegen hulpverleners groeit.

Een medewerker van Artsen zonder Grenzen bij een ebolakliniek die op 24 februari in brand is gestoken in het Congolese dorp Katwa.
Een medewerker van Artsen zonder Grenzen bij een ebolakliniek die op 24 februari in brand is gestoken in het Congolese dorp Katwa. Foto Reuters

In het oosten van Congo woedt sinds begin augustus een ebola-epidemie. Het is een verontrustende uitbraak, in een gebied met veel vluchtelingen, gewapende groepen en onder de bevolking een groeiend wantrouwen tegen de regering in Kinshasa en tegen buitenlandse hulpverleners. Eerdere ebola-epidemieën in Congo, het thuisland van het ebolavirus, waren veel eerder onder controle.

Het aantal patiënten nadert de duizend. Het is daarmee de op een na grootste ebola-uitbraak ooit geregistreerd. De grootste was buiten Congo, van 2014 tot 2016 in Liberia, Guinee en Sierra Leone. De eerste was in Congo (het heette toen Zaïre) in 1976 – toen is het virus ontdekt.

Het verontrustendste signaal in de huidige uitbraak is, naast geweld tegen hulpverleners en ebola-klinieken, dat bijna de helft van de patiënten en doden die de hulpverleners zien, niet bekend waren als contacten van eerdere patiënten. Het is dus onbekend van welke patiënten zij hun besmetting hebben opgelopen.

Het ebolavirus springt moeizaam over van mens op mens. Besmetting via de lucht, zoals bij verkoudheids- en griepvirussen, is nooit beschreven. Om besmet te raken moet er direct contact zijn met speeksel, braaksel, tranen, bloed, urine, poep of sperma van een patiënt. Ebola is gevaarlijk als je het hebt: zonder goede zorg overlijdt tot 90 procent van de patiënten. Met goede zorg is er een goede kans om te overleven. Daar, in het oosten van Congo, aan de grens met Oeganda, zijn nu patiënten ziek, ze besmetten anderen en sterven, zonder goede medische hulp. Dat maakt de ebola-uitbraak daar tot een onbeheersbare veenbrand.

Niemand weet hoe in dit onrustige gebied deze gevaarlijke infectieziekte kan worden bedwongen. Dat is, tragisch genoeg, vooral voor de mensen in het gebied gevaarlijk. Ebola is niet een ziekte die razendsnel de wereld over zal gaan.

Gewapende overvallen

Al in augustus, direct na het begin van deze uitbraak, en voor het laatst in het weekend van 9 maart, zijn speciaal opgerichte ebola-behandelcentra overvallen door gewapende groepen, waarbij doden zijn gevallen. In die centra kunnen patiënten strikt geïsoleerd worden verpleegd. Na gewapende overvallen en brandstichting in twee kliniekjes van Artsen zonder Grenzen in Katwa (24 februari) en Butembo (27 februari) besloot die hulporganisatie daar te vertrekken. AzG is, naast Unicef, de WHO en de Congolese overheid een van de hulpverleningsorganisaties die gespecialiseerde ebola-diagnosecentra en -kliniekjes runnen. Op andere plaatsen, buiten dat epicentrum van de epidemie, blijft AzG werken.

Er zijn ook andere gevaren. Zondag 10 maart waren drie epidemiologen naar het dorp Kighali gegaan, op zoek naar een ebolapatiënte en haar familie en contacten. De vrouw was besmet door contact met een ebolapatiënt in Butembo. Ze had onderzoek en vaccinatie geweigerd en eenmaal ziek vluchtte ze naar Kighali.

De drie hulpverleners stuitten op een „hardnekkig stilzwijgen van de gemeenschap” en werden uiteindelijk „ernstig verwond door een woedende menigte”, schrijft het Congolese ministerie van Volksgezondheid in een persbericht van dinsdag 12 maart.

Gevaarlijke reis

Een dag na dat incident reisde een overheidsdelegatie naar Kighali. Het persbericht meldt dat het een gevaarlijke reis was. Het dorp is „omgeven door heuvels waarop gewapende groepen de bewegingen van alle voertuigen en personen in de gaten houden.”

Er volgde een discussie met plaatselijke leiders, aangehoord „door een grote menigte”. Het ging over het gevaar van ebola, over de zin van vaccinatie, het controleren van contacten, 21 dagen lang, om te kijken of ze ziek worden. Het duurt maximaal 21 dagen voordat na een besmetting met ebolavirus de ziekte tot uiting komt.

„De woorden lijken de bevolking te hebben overtuigd”, schrijft het ministerie. Een zestigtal mensen die contact met de patiënte hebben gehad, meldde zich voor vaccinatie en voor het 21-dagen-volgprogramma. Maar niet iedereen.

Dit is de eerste ebola-uitbraak waarbij vanaf het begin een vaccin beschikbaar was. Mensen die in de nabijheid van een patiënt waren en hun contacten krijgen het vaccin aangeboden, plus artsen en verpleegkundigen. Het is kringvaccinatie, een bewezen effectieve aanpak aan het eind van de grote epidemie die van 2014 tot 2016 Liberia, Guinee en Sierra Leone teisterde. Sinds begin augustus zijn meer dan 87.000 mensen gevaccineerd.

Maar de uitbraak in het oosten van Congo laat zien dat zelfs een goed werkend vaccin het aflegt tegen wapens en wantrouwen. Er zijn mensen die het vaccin weigeren. Andersom is vorig jaar een behandelcentrum aangevallen door mensen die eisten dat het vaccin voor alle inwoners beschikbaar zou komen. Mensen voelen zich minderwaardig, ondergeschikt aan hulpverleners die wel zijn gevaccineerd.

De overheid en hulpverleners weten niet hoe om te gaan met het wantrouwen en de vijandigheid. Het dreef een wig tussen de Congolese overheid en Artsen zonder Grenzen. De onenigheid kwam begin maart aan het oppervlak, in voorzichtige bewoordingen.

Giftige sfeer

„Er is een diepe tegenstelling in het hart van de ebolabestrijding. Wat er is gebeurd laat zien dat de aanpak heeft gefaald. We hebben niet goed gereageerd op de noden van degenen die het meest zijn getroffen”, zei Joanne Liu, directeur van AzG op 7 maart tijdens een persconferentie in Genève. „De sfeer kan niet anders worden omschreven dan giftig. Maar het probleem is niet de gemeenschap. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. We hebben de mensen niet bereikt.”

Liu beschrijft de situatie ter plekke. Ze was er een paar dagen eerder nog. „Wat zien de dorpelingen? Een vloot van auto’s die te hard rijden en zieke mensen weghalen. Overleden familieleden worden bespoten met chloor en verpakt in plastic meegenomen. En daarna worden hun bezittingen verbrand.”

Lees een reportage van Koert Lindijer: Doden omarmen kan nu niet meer in Oost-Congo

Een dag voor die persconferentie in Genève publiceerde The New England Journal of Medicine een opinie-artikel van AzG-ebola-arts Vinh-Kim Nguyen die in Congo werkt. Die schrijft ook over de vloot Land Rovers met logo’s van hulpverlenersorganisaties. „Ebola is alleen business”, hoorde hij. En: „Jullie vertrekken als de ebola weer weg is, maar wij zijn dan nog hier, langzaam stervend aan de ziekten die ons altijd hebben gedood.” Het idee heerst, schrijft Nguyen, dat wij alleen komen opdagen als er een ziekte heerst die ook schadelijk voor ons kan zijn. Liu: „Er is zóveel stafpersoneel. De mensen begrijpen het niet, want ondertussen sterven in hun huis de kinderen aan de mazelen. In toenemende mate worden ebolahulpverleners als een vijand gezien.” De overheid zette de politie in om hulpverleners te beschermen, of patiënten uit hun huis te halen. Nguyen: „In het begin van de epidemie maakten we mee dat gewapende politieagenten patiënten in de kliniek brachten.” Liu: „De inzet van politie is niet alleen onethisch, het is volkomen onproductief.”

Het wekt de indruk dat ebola wordt gebruikt als politiek instrument. Eind 2018 waren er presidentsverkiezingen in Congo, maar in een paar ‘eboladistricten’ bleven de stembureaus dicht. Officieel uit angst voor besmetting. Liu: „Mensen voelden zich beroofd van hun democratische rechten.”

Nepnieuws

Geen woord van directe kritiek op de Congolese overheid. Maar op een persconferentie in Kinshasa had minister van Volksgezondheid Oly Ilunga Kalenga een dag eerder, op 5 maart, net benadrukt dat met de ebola-uitbraak de nationale veiligheid in het geding is. Dat het belangrijk is de openbare orde te herstellen. Dat een voortwoekerende uitbraak dramatische sociaal-economische gevolgen voor de rest van het land heeft: buurlanden zullen de grenzen sluiten, er dreigen economische blokkades en Congolese reizigers zullen worden gestigmatiseerd.

Ons grootste struikelblok is de verspreiding van nepnieuws, zei Kalenga. Hij gaf als voorbeeld een bericht dat luidde: „Sinds de vernietiging van de ebolakliniek in Beni is in die plaats geen patiënt meer geregistreerd. Als verwoesten en afbranden van ebolakliniekjes dé manier is om ebola te bestrijden, des te beter!”

De aanpak waarmee Congo tot nu ebola-uitbraken snel overwon, was gestoeld op medische kennis en het gezag van de dorpschef die ervoor moet zorgen dat mensen meewerken aan de ziektebestrijding, op de manier van de overheid.

Dat is niet hoe Liu en Nguyen van AzG het vertrouwen van de gemeenschap willen terugwinnen. Liu wil ook betrouwbare zorg leveren aan mensen die de zorg in een ebolakliniekje wantrouwen. „De zorg moet vorm krijgen volgens hun wensen, niet volgens onze. Ebola start in de gemeenschap en stopt daar ook.” De grote vraag is of het ebolavirus daarmee in toom te houden is.