Zenith, prins van de paardenstal, gaat met pensioen

Paardensport Nog één laatste ronde. Dan laat Jeroen Dubbeldam zijn Zenith op stal. Op bezoek bij een gouden duo.

Zenith in de stal in Weerselo. Na zondag wacht de kampioensruin het merendeel van de dag kalm geknabbel in het stro.
Zenith in de stal in Weerselo. Na zondag wacht de kampioensruin het merendeel van de dag kalm geknabbel in het stro. Foto Annabel Oosteweeghel

Geen misverstand zo groot als dat over een paard dat de hele dag in de wei wil staan. „Er zijn erbij die over het hek springen als je ze niet snel genoeg ophaalt”, zegt springruiter Jeroen Dubbeldam als hij de deur van zijn stallen opent. „Een mens wil toch ook niet heel de dag in bed liggen?”

Op zijn domein in het Twentse Weerselo staan de paarden deze ochtend behaaglijk binnen, omhuld door die rijke geur die hier niet anders is dan bij een stel Shetlanders die dagelijks worden opgezadeld voor de jeugd. Het is de geur van vers hooi, modder en een vleug ammoniak, net zoet genoeg om niet te bijten. Aan de muur hangen oorkondes en foto’s. Lederen zadels glanzen als de strakke lijven in de betraliede hokken van pakweg tien vierkante meter.

Een al spier zijn de meesten, de flanken zo afgetraind dat het netwerk van aders zich onder hun huid openbaart, zelfs als ze nieuwsgierig een vreemdeling gadeslaan, kauwend op een stengel gras, om vervolgens hun hoofd naar buiten te steken voor een aanraking.

„Je geeft al je paarden aandacht”, zegt Dubbeldam, „maar er is altijd een paard dat de meeste aandacht krijgt.”

Dat paard huist aan de straatkant van de stal en kan, als zijn luik openstaat, het verkeer voorbij zien razen op de N343 tussen Oldenzaal en Slagharen. Hij staat tussen talent Diesel (uit 2008) en de vier jaar oudere, 1 meter 76 hoge krachtpatser Eldorado in en in het licht schittert zijn donkerbruine lijf als een kastanje.

Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

Prins van de stal

Zijn naam is gekrijt op een bordje naast zijn stal, alsof Dubbeldam en zijn zeven personeelsleden ooit een geheugensteuntje nodig hebben om te weten dat hier het beste paard van stal huist: Zenith, zoon van Rash R en Sasscha.

Hij was de prins van de stal, zij het een zonder ballen. Zo sensibel dat-ie al opveert bij een kuchje. Een hoog in het bloed staand dier, noemen ze dat in de paardensport, het tegenbeeld van het robuuste Vlaams koudbloedpaard dat we kennen uit reclames voor Belgisch bier en dat van geen onweersbui schrikt.

„Zenith is overgevoelig. Hij reageert zeer snel. Te snel. Als hij een verkeerde stap maakt, heeft hij daar last van. Ik moest hem rust geven, vertrouwen, zorgen dat alles soepel verloopt. En vooral, hem laten uitblazen.”

Goede ruiters zijn er zat, goede paarden ook. Het zit ’m in de combinatie. Een diepe vertrouwensband tussen mens en dier, wat bij Dubbeldam in Zenith leidde tot groot succes.

Op een olympische medaille na wonnen ze samen alles wat er te winnen viel. Het hoogtepunt: de Wereldruiterspelen in Caen, waar Dubbeldam in de periode van zijn scheiding de wereldtitel veroverde en daarna zijn dochter vastgreep voor een innige knuffel. De omhelzing zou genomineerd worden voor het sportmoment van 2014.

Net als in de mensenwereld is er in de stal van de bekendste springruiter van Nederland een tijd van komen en gaan. Is het beste ervan af, dan wordt er gekozen voor „jonger spul”; paarden die zijn opgeleid in de jaren dat Zenith de prijzen moest pakken.

Dubbeldam: „De stal is als een voetbalelftal, met mij als hoofdcoach. Ik selecteer talenten, leid op en bekijk individueel wat het juiste trainingsschema is. De beste die ik heb, stel ik op. Worden anderen beter, dan is het tijd voor een wissel.”

En net als sommige voetballers krijgen een paar paarden hun eigen afscheid. Zondag valt die eer ten deel aan Zenith, die bij Indoor Brabant nog één ereronde zal lopen onder begeleidende klanken van zangeres Glennis Grace.

Erna wacht het leven dat zijn twee voorgangers leiden: een paardenpensioen. Beetje weidegang, maar niet te lang. Even de tredmolen in om de spieren los te houden. Zo nu en dan met een ruiter de binnenbak in. Maar het merendeel van de dag kalm geknabbel in het stro. „Ze hoeven ook niet meer aan het krachtvoer.”

Gestoken in laarzen stapt Dubbeldam door zijn stal, langs paarden van wie sommigen hun hoofd door de ijzeren staldeuren steken als ze hem zien naderen. Bij de servetwitte hengst achterin houdt hij halt. Dubbeldam aait het paard en grist twee snoepjes van suikerklontjesformaat tevoorschijn die de schimmel gretig wegwerkt.

Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

Als een honderjarig mens

Dit is de nestor van de stal, De Sjiem, uit 1989. Met hem luidde Dubbeldam zijn carrière in en won hij in 2000 individueel goud won op de Spelen van Sydney. Hij vernoemde zijn complex naar het paard dat later nog zou figureren in een documentaire van Andere Tijden Sport: Een schimmel van goud.

De jonge god is nu hoogbejaard. Zijn gewrichten zijn als die van een honderdjarig mens. Nog even en De Sjiem zal hem voorgoed verlaten, Dubbeldam weet het.

Up en Down, alias Uppie, één deur verder, is veel kwieker. Hij is van 1997 maar werd nooit zo beroemd als zijn buurman, die hij, ondanks zijn makkelijke karakter, niet in zijn directe omgeving duldt. „Samen in de wei gaat niet. Ik wil ze graag heel houden.”

Zo rond kwart over acht in de ochtend zoekt Dubbeldam zijn paarden op. Even de box in om hun leden met het blote oog te scannen op kwetsuren als een dik been. Hij doet dit ook voor de chemie die nodig is om topsport te bedrijven. Want niet de ruiter maar het paard bepaalt of hij een hindernis neemt. De vraag is altijd: is de baas het waard om voor te springen?

Kunst van het vak? „Dat een paard respect voor je heeft, maar niet bang is. Net als bij het opvoeden van kleine kinderen. De Sjiem was zo brutaal dat het lang duurde voordat we elkaar vonden.”

Of De Sjiem en Uppie hun opvolger in hun omgeving zullen dulden, betwijfelt Dubbeldam. Hij hoopt het vooral, aangezien hij anders drie van zijn vijf weilanden aan pensionado’s kwijt is. „Maar Zenith heeft het ook, dat haantjesgedrag.”

Zijn epos met Zenith kent ook een minder fraai hoofdstuk: het veilingdebacle. Dubbeldam wist dat hij na de Spelen van Rio 2016 afscheid moest gaan nemen van zijn wereldtopper. Ze misten het goud door een tijdsoverschrijding van tweehonderdsten van een seconde en ja, dat was het dan. De eigenaar, Springpaardenfonds Nederland, wilde Zenith verkopen. Er lagen miljoenen in het verschiet, ambitieuze sjeiks genoeg.

Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

Sport- én zakenman

Dubbeldam wist dat het zo werkt in een business als de paardensport. Zelf is hij ook sport- én zakenman. Om de beste te zijn, moet hij de beste paarden onder zijn hoede hebben. Maar een sportpaard kost minstens 5.000 euro per maand. Los van de vluchten en hotels voor zijn ruiter. Om zijn bedrijf te financieren, moet Dubbeldam ook paarden verkopen. Niet de beste, wel de op één na beste. „Als het beeld ontstaat dat ik alleen mijn slechte paarden verkoop, kan ik de tent wel sluiten.”

Nadat Zenith was opgehaald om online te worden geveild, was het voor Dubbeldam alsof alles wegviel. „Een kaartenhuis dat instortte. Wekenlang had ik geen doel.”

De veiling mislukte. Er werd zo laag geboden dat het Springpaardenfonds ingreep en met 800.000 euro zelf het hoogste bod plaatste. De verklaring? Zenith is geen kant-en-klaar-toppaard. Zonder de ruiter die zijn grillen kent heb je er weinig aan, had een sjeik vooraf al laten weten.

Terug in bruikleen bij Dubbeldam behaalden ze nooit meer hun topniveau. Het was als een liefdesrelatie die wekenlang uit is geweest, met het afscheid verdween de chemie. Slecht werd het nooit, maar de top raakte steeds meer uit zicht. Na twee gevallen balken vorig jaar in het Slowaakse Samorin, wist Dubbeldam dat het feest over was.

Na de ereronde van zondag wacht Zenith zijn oude dag. Dubbeldam is beloofd dat het paard voor altijd bij hem zal blijven. Tot de laatste snik.

Foto Annabel Oosteweeghel
    • Fabian van der Poll