Voor te grote winkelpanden heeft Beverwijk splitsing als oplossing: in kleinere winkeltjes of woningen, al dan niet na wijziging van de bestemming.

Foto Olivier Middendorp

Alles uit de kast voor een levendig centrum

Leegstand Kleine steden zien hun winkelstraten leeglopen. En dat zal de komende jaren erger worden. In Beverwijk gingen winkeliers, huurbazen en gemeente het probleem samen te lijf.

Aan de winkelruit van de Intertoys in Beverwijk hangen verschillende A4’tjes om klanten te informeren over het slechte nieuws. Door het faillissement van de speelgoedketen is het „niet meer mogelijk om kadokaarten in te wisselen of aan te schaffen”. Hetzelfde geldt voor ruilen of retourneren. Klanten met defect speelgoed moeten voor garantie naar de leverancier.

Voor veel winkels van Intertoys wacht een nieuwe toekomst, nu de failliete keten onder de Portugese investeerder Green Swan een doorstart maakt. Maar voor het filiaal in Beverwijk geldt dat niet. Het is één van de meer dan 150 filialen die de nieuwe eigenaar niet wil overnemen. In mei gaan de deuren ervan daarom definitief dicht. Afgelopen zaterdag begon de opheffingsuitverkoop.

Slechts een paar weken eerder speelde zich aan de overzijde van de Breestraat, de centrale winkelstraat van Beverwijk, nagenoeg hetzelfde af. Daar zat een filiaal van Leemans, een schoenenketen die medio januari failliet werd verklaard. Achter de glazen ruiten zijn kassabalie en winkelmeubilair nog zichtbaar. Op de grond ligt een groot rood kortingsbord, dat in die laatste periode aan de gevel hing.

Het zijn taferelen die ze maar al te goed kennen in middelgrote en kleinere steden zoals Beverwijk (41.000 inwoners). Een winkelketen die failliet gaat, een filiaal dat gesloten wordt of een ondernemer die stopt, vanwege pensioen of omdat de resultaten tegenvallen. Wat de aanleiding ook is, de uitkomst is in alle gevallen hetzelfde: een leegstaand pand, een ‘gat’ in de winkelstraat.

Foto Olivier Middendorp

Beste jongetje

Grote steden als Amsterdam, Den Haag of Utrecht hebben daar veel minder last van. Gemiddeld staat in de centra van grote Nederlandse steden zo’n 6 procent van de winkels leeg, blijkt uit cijfers van marktonderzoeksbureau Locatus. In middelgrote steden (formaat Hengelo, Apeldoorn) en kleine steden (Beverwijk, Schagen) ligt dat aandeel veel hoger, gemiddeld op 12 procent.

Die hoge leegstand kent meer oorzaken. Zo loopt de behoefte aan winkelruimte al jaren terug, nu consumenten hun kleding, speelgoed en elektronica vaker online kopen. Ook hebben kleinere steden vaak niet meer de rol die ze in het verleden hadden. Wie een dag voor de lol wil winkelen, rijdt liever een half uurtje naar een écht grote stad met een gevarieerder winkelaanbod.

Beverwijk heeft daar bovengemiddeld veel last van. Voor een kleine stad heeft de Noord-Hollandse plaats relatief veel winkelruimte, die ze dankt aan een verleden als bedrijvige en goed bereikbare stad, zegt wethouder Serge Ferraro (Economische Zaken, VVD). „Vroeger liep er een paardentram van Alkmaar naar Beverwijk. We hadden een bloemenveiling hier en een haven vlakbij.”

De gemeente stond altijd welwillend tegenover inwoners die een eigen winkel wilden openen, zegt Ferraro. „Iedereen mocht zijn gang gaan.” Het gevolg is dat Beverwijk niet alleen een ruim stadscentrum heeft, maar ook De Bazaar – de vroegere Zwarte Markt – en een centrum voor dagelijkse boodschappen. Daarnaast ligt aan de andere kant van het spoor langs snelweg A22 de woonboulevard, één van de eerste die in Nederland werd geopend.

Op het dieptepunt, kort nadat warenhuisketen V&D eind 2015 failliet ging, stond in het centrum van Beverwijk bijna 17 procent van alle winkelpanden leeg. Bij de gemeente was toen al duidelijk dat er iets moest gebeuren, zegt Ferraro. Ooit stond Beverwijk volgens hem bekend als „het beste jongetje van de klas”, met een complete ‘ABC’ – Albert Heijn, Blokker en C&A. „Nu dreigden we het slechtste jongetje van de klas te worden.”

Te veel winkeloppervlak. De regio
IJmond, waarvan Beverwijk deel uitmaakt, laat 10.000 vierkante meter ofwel 10 procent ervan verdwijnen.

Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp

‘De gouden driehoek’

Maar wat kún je als gemeente doen om de winkelstraat levendig te houden? Op die vraag probeerden winkeliers, gemeenten, provincies, vastgoedeigenaren en het Rijk vier jaar geleden samen een antwoord te vinden. In hun ‘Retailagenda’ spraken ze destijds af dat Nederlandse stadscentra compacter moeten worden en dat het aantal vierkante winkelmeters flink omlaag moet.

Ook Beverwijk besloot dat het radicaal anders moest. Weg met de laisser-fairehouding, en „alle ballen op het centrum”, zegt Toine Hooft, retailconsultant van Bureau Stedelijke Planning en betrokken bij het retailbeleid van Beverwijk. Hooft heeft de afgelopen 25 jaar zeker honderd gemeenten geholpen met hun detailhandelsbeleid, maar hij heeft „nog nooit een gemeente gezien die zoveel uit de kast haalt als Beverwijk”.

Lees meer over de ‘Zwarte Markt’

Zes zones in de stad heeft de gemeente aangewezen als winkelgebieden. Daarbuiten verstrekt Beverwijk geen nieuwe winkelvergunningen meer. Zo’n stevige koerswijziging is alleen mogelijk als iedereen bereid is mee te denken, geeft wethouder Ferraro toe. Pandeigenaren, ondernemers én gemeente.

Voor elk is er wat te halen, zegt Ferraro. „Als winkels leegstaan, verkopen ondernemers niks, ontvangen pandeigenaren geen huur en zitten wij met een leeg centrum.” Daarom werken de gemeente, de winkeliersvereniging en de VvE Centrum, waarin de meeste eigenaren van de winkelpanden zijn verenigd, nauw samen. De ‘gouden driehoek’ zijn ze dat overleg gaan noemen.

De Breestraat, een lange, brede straat met eenrichtingsverkeer, is een van de aangewezen locaties. Aan beide kanten zijn parkeerplekken en brede trottoirs van rode baksteen, her en der onderbroken door een grote plantenbak. Er zitten grote landelijke ketens als C&A, Hema, Kruidvat en H&M, maar ook veel lokale ondernemers, zoals patisserie Leek en boetiek Reinders Foodfashion.

Foto Olivier Middendorp

Datingsite

Als gemeenteambtenaar Inge Reijmer, een van de belangrijkste aanjagers van het Beverwijkse centrumbeleid, de boetiek binnenloopt, krijgt ze van eigenaar Romé Reinders een dikke knuffel. Reinders, een foodblogger, besloot vorig jaar met haar vriend een winkel te openen. „We zijn hier komen wonen en ik kon nergens een boetiek vinden waar ik wilde shoppen”, zegt ze. „Toen hebben we besloten zelf zo’n winkel te openen.”

Daarbij kreeg ze van alle kanten hulp: de pandeigenaren verbouwden de gevel en monteerden er spots op, zodat de winkel ’s avonds mooi uitgelicht wordt. De gemeente begeleidde de 28-jarige Reinders en verstrekte de benodigde vergunningen. De winkel loopt als een trein, zegt Reinders. „Een jaar terug stonden onze moeders nog achter de toonbank. Nu hebben we zeven meiden in dienst”.

Aan het andere uiteinde van de Breestraat zit Ronald Jansen met zijn outdoorwinkel Ronald Adventure Shop. Ruim dertig jaar was hij gevestigd in de Zeestraat, een aanloopstraat haaks op de Breestraat. Toen Jansen drie jaar geleden vond dat hij toe was aan iets groters, stuitte hij op zijn huidige pand. Dat was toen te groot. Gelukkig bleek de eigenaar bereid het te splitsen, en de gemeente verleende daarvoor de vergunning. Nu heeft Jansen „veel meer binnenlopers dan vroeger”. Het afgesplitste gebouw is verbouwd tot twee appartementen.

Het is niet alleen een kwestie van de terugloop in goede banen te leiden. De gemeente probeert ook nieuwe ondernemers te trekken. Uitvloeisel van dat beleid is een soort datingsite voor leegstaande panden en ondernemers. Broodjeszaak Subway, aan het begin van de Breestraat, is er dankzij dit initiatief. „Ze hadden hier al eens gekeken voor een filiaal, maar aan de andere kant van het spoor. Dat liep op niks uit”, zegt wethouder Ferraro. „Maar dankzij onze datingsite spraken we met een franchiser met een zaak in IJmuiden en die wilde wel.”

Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp

Meer woningen

Gevolg van de focus op het centrum is dat de winkelleegstand zich verplaatst naar de randen van de stad. Om verpaupering daar te voorkomen, mogen eigenaren de bestemming van die panden veranderen, zodat ze omgebouwd kunnen worden tot woonhuis, kantoor of horecagelegenheid. „Zo brengen we het aantal vierkante meters winkelruimte terug”, zegt Ferraro. Met andere gemeenten in de regio IJmond, waaronder Velsen en Heemskerk, is nu een doel gesteld: van de in totaal 100.000 vierkante meters aan winkelruimte in de regio moet de komende jaren 10.000 meter verdwijnen.

In de Zeestraat zijn steeds meer woningen verschenen. Een babywinkel wordt nu gesplitst, waardoor de winkel kleiner en de huur betaalbaarder is geworden. De andere helft wordt verbouwd tot woning, net als het voormalige makelaarskantoor even verderop. Achter winkelcentrum De Beverhof, aan het einde van de Breestraat, staat het vroegere pand van de Rabobank, nu vervallen. Een bord aan de gevel toont wat er gaat komen: 32 huurappartementen.

Niet iedere verhuurder is blij met de transformaties. Gemiddeld genomen levert een winkelpand maandelijks meer op dan een huurhuis. Bovendien kost zo’n verbouwing veel geld. „Het is ook niet zo dat het verplicht is om een leegstaand pand te verbouwen”, zegt wethouder Ferraro.

Toch zien veel eigenaren in dat het beter is genoegen te nemen met iets lagere inkomsten dan je pand voor de hoofdprijs leeg te laten staan, zegt Ewald Zwager, voorzitter van VvE Centrum. „Dat panden leegstaan, is ook niet in ons belang.” Daar komt bij dat de behoefte aan woonruimte ook in Beverwijk groot is, zeker als het gaat om mooie nieuwe panden in het centrum.

Van kaas naar flex

Sinds 2015 zijn zo 34 winkelpanden in Beverwijk ‘uit het aanbod gehaald’. Ze zijn gesloopt of hebben een andere functie gekregen. De meeste werden een woning, maar de kaaswinkel in de Hobbesteeg is nu bijvoorbeeld een flexwerkplek. De leegstand is nu een stuk lager dan vier jaar geleden: 11,9 procent. „Beverwijk laat zien hoe je tegen de stroom in toch je voorzieningen in de binnenstad vitaal kunt houden”, zegt retailconsultant Hooft. „Ik gebruik het als voorbeeld voor andere gemeenten.”

Is Beverwijk daarmee klaar? Zeker niet. De verwachting is dat de vraag naar winkelvastgoed de komende jaren alleen maar verder afneemt. „Je moet er continu aandacht aan blijven geven”, zegt wethouder Ferraro. Voor hem is de grote leegstand in de meubelboulevard aan de andere kant van het spoor het volgende probleem. „Het is niet mooi hoe het er daar nu uitziet. Als daar iets leeg staat, zijn het meteen van die grote lappen.”

Lees ook: Is de leegstand van winkels nog te stoppen?