Zorgverlener gebruikt pinpas van verzorgde voor camper

Deze rubriek belicht wekelijks kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: arbeidsrecht.

Foto Getty

De vrouw werkt sinds 2010 voor een jonge vrouw met een verstandelijke beperking. Als zorgverlener heeft ze toegang tot de bankrekening en pinpas van de hulpbehoevende vrouw. In juni 2017 betaalt de zorgverlener met die pinpas de reparatie van haar camper, à 1.275,70 euro. Ze maakt diezelfde dag nog eens 225 euro naar zichzelf over, maar stort ook 1.000 euro terug naar de vrouw.

Eind 2017 komt het tot een conflict tussen de hulpbehoevende vrouw (als werkgever) en de zorgverlener. Per brief zegt de werkgever het vertrouwen in de zorgverlener op en trekt alle volmachten in. De zorgverlener ziet dit als ontslag op staande voet en vecht dat aan.

Begin deze maand ligt de zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daar draait het met name om de vraag of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de zorgverlener waarmee het recht op een transitievergoeding mogelijk is verspeeld. Het hof geeft aan dat sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden inzake ernstig verwijtbaar handelen en dat „niet snel mag worden aangenomen dat er geen transitievergoeding is verschuldigd”. Oftewel: de lat ligt hoog.

De vrouw geeft aan volledig van derden afhankelijk te zijn voor haar financiën, dat ze er niets van begrijpt en dat de zorgverlener haar daarbij hielp. Gezien die relatie noemt het hof het handelen van de zorgverlener dan ook „niet professioneel” en stelt dat er „sterke schijn van niet-integer gedrag” is. Het steekt het hof bovendien dat de zorgverlener ook in hoger beroep geen openheid heeft gegeven over de bedragen en niet alles heeft teruggestort. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen door de zorgverlener. Een transitievergoeding wordt haar ontzegd.

Uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:1976