Recensie

Netflixfilm Triple Frontier: ze moorden alleen als ’t niet anders kan

Recensie Als actiefilm is Triple Frontier geslaagd. Hoewel de toon zwalkt tussen realisme en heroïek, voert de plot de mannen redelijk geloofwaardig door achterbuurt en oerwoud.

Triple Frontier. Vlnr Pedro Pascal”, Garrett Hedlund, Charlie Hunnam en Ben Affleck.
Triple Frontier. Vlnr Pedro Pascal”, Garrett Hedlund, Charlie Hunnam en Ben Affleck. Netflix

‘Het enige dat mij een goed gevoel geeft is een pistool in mijn hand”, bekent Ben Affleck. Als Tom ‘Redfly’ speelt hij in Triple Frontier een veteraan die slecht in het burgerleven aardt: als vader en als makelaar is hij een geconstipeerd fiasco. Zijn strijdmakkers doen het niet veel beter. Ben (Garrett Hedlund) laat zich tot moes slaan in kooigevechten, William ‘Ironhead’ (Charlie Hunnam) verdient de kost met speeches over PTSS en Francisco ‘Catfish’ (Pedro Pascal) raakte zijn vliegbrevet kwijt vanwege een lijntje coke.

Hoog tijd dus voor ‘een laatste missie’: oud-collega Santiago ‘Pope’ Garcia (Oscar Isaac), een freelancer in de drugsoorlog, haalt de vier over om een villa in de Amazone te verkennen waar drugsbaron Lorea zich met tientallen, misschien zelfs honderden miljoenen dollars heeft verschanst. Ter plekke besluit het team de villa te bestormen en die dollars zelf te houden: na al hun offers hebben ze daar best recht op. Maar hoe takel je zo veel ton aan waardepapier uit de jungle? Na drie kwartier vlotte actie verandert Triple Frontier in een survivalfilm.

Het script van Triple Frontier zwerft al jaren over Hollywoods burelen. Het duo Kathryn Bigelow (regie) en Mark Boal (scenario) schreef het als opvolger voor hun Oscarwinnaar The Hurt Locker, maar koos in 2011 voor Zero Dark Thirty, over de jacht op Osama Bin Laden. Sindsdien snuffelde half Hollywood aan Triple Frontier: Tom Hanks, Johnny Depp, Will Smith, Channing Tatum, Mahershala Ali, Mark Wahlburg, Tom Hardy. Toen het project toch dreigde weg te zinken in wat Hollywood ‘development hell’ noemt, trok Netflix de beurs open. Waarmee de streamingdienst eens te meer een reddingsboei is voor middelgrote genrefilms – romkoms, thriller, actie – die Hollywood in zijn obsessie met ‘blockbusters’ veronachtzaamt.

Als actiefilm is Triple Frontier heel geslaagd. Hoewel de toon zwalkt tussen realisme en heroïek, voert de plot de mannen gezwind en niet al te ongeloofwaardig tussen Zuid-Amerikaanse ‘set piece’: schieten met raketten en rennen door een favela, ‘heist’ in de jungle, een helikoptercrash, achtervolging met wrokkige latino’s in de majestueuze Andes. Het team is zeer charismatisch, al is de rolverdeling cliché: een (manipulatief) brein, een geconflicteerd leider, een betrouwbare sidekick, een joker, een dommekracht.

Onverbeterlijk wangedrag van hun slachtoffers

Aanzetjes tot een moreel ambivalente actiefilm als Three Kings komen minder uit de verf. Leider Tom (Affleck) pepert de mannen in dat ze ditmaal niet beter zijn dan moordenaars en rovers, toch besef je al snel dat hebzucht hun erecode en broederschap niet echt bedreigt. Deze helden gaan voor elkaar door het vuur en moorden pas als ze echt niet anders kunnen. Wat door het persistente wangedrag van hun slachtoffers frequent het geval is.

Die vlakheid valt een beetje tegen bij zo’n concentratie van talent voor en achter de camera. Regisseur J.C. Chandor geldt sinds zijn debuut Margin Call in 2011 (over de kredietcrisis), survivalfilm All is Lost (2013) en A Most Violent Year (2014, over corrupte oliehandel in New York anno 1981) als een expert in Amerikaanse grimmigheid. Zijn helden ontdekken vaak dat het rauwe kapitalisme slechts twee keuzes biedt: falen, of winnen door moreel falen.

Dat grimmige neodarwinisme ontbreekt in Triple Frontier. J.C. Chandor, als filmmaker eerder gerespecteerd dan geliefd, lijkt even vakantie te nemen van zijn eigen wereldbeeld met een spannend avontuur dat op weinig gedenkwaardige manier amuseert. Dat kan hij dus ook; toch mikt Chandor met zijn volgende film hopelijk weer wat hoger.

    • Coen van Zwol