We danken de klanken ‘f’ en ‘v’ aan ons zachte voedsel

Taalwetenschap Met een overbeet spreek je de ‘f’ en ‘v’ gemakkelijker uit. Zacht voedsel slijt het gebit minder waardoor er meer overbeet is.

Zacht eten spaart de tanden.
Zacht eten spaart de tanden. Foto iStock

De klanken ‘f’ en ‘v’ zijn wereldwijd pas opgekomen na de opkomst van de landbouw. Doordat voedsel zachter werd, zijn gebitten sindsdien minder snel gaan slijten, waardoor volwassenen een ‘overbeet’ hebben: de bovenste voortanden steken iets verder naar voren dan de onderste.

‘Labiodentalen’ zoals de f en v, waarbij de onderste lip (labio-) en de bovenste voortanden (dentale-) elkaar raken, spreek je daardoor gemakkelijker uit en zijn in veel talen opgedoken. Dat betogen Damián Blasi, taalkundige aan de Universiteit van Zürich en collega’s in een uitgebreid onderzoeksartikel in Science.

Alles trekken ze uit de kast om het veranderende klankenpalet hard te maken. Zo ontwikkelden ze een computersimulatie van de anatomie en spieren van de mond. Het maken van de ‘f’ en ‘v’, berekenen ze, kost 29 procent minder energie bij een overbeet dan als de snijtanden elkaar raken.

Kantelende voortanden

Een analyse van verschillende opgegraven duizenden jaren oude schedels laat bovendien zien dat de onderste en bovenste tanden vroeger flink sleten. Daardoor kantelen de bovenste voortanden naar binnen, zodat de snijtanden samen één vlak vormen.

Met de opkomst van de landbouw werd voedsel vaker bewerkt, gekookt, en opgeslagen, wat zachter voedsel en minder slijtage oplevert. Ook zuivelproducten als melk, kaas, yoghurt, sparen de tanden.

Het verband tussen slijtage en taalklanken legden de onderzoekers met behulp van de PHOIBLE-database van klanken in 1.762 talen. Talen van jager-verzamelaarsculturen hebben maar 27 procent van het aantal labiodentalen vergeleken met die van andere culturen.

Een duidelijk voorbeelden zijn de 343 aboriginal-talen van Australië, waarvan er maar twee labiodentalen hebben (waarvan ééntje, het Ngan’gikurrunkur, de f van het Engels heeft overgenomen). De gebitsslijtage bij Australische jager-verzamelaars is bovendien goed gedocumenteerd.

‘Het is zonneklaar’

Daarnaast doken de onderzoekers ook nog eens het verleden in, met een analyse van de Indo-Europese taalfamilie waartoe Engels, Nederlands, maar ook Russisch en Oud-Grieks behoren.

Oude afsplitsingen, zoals Hittitisch en Oud-Grieks, hadden vermoedelijk geen labiodentalen, wijst een uitgebreide statistische analyse uit, in tegenstelling tot jongere zoals de Germaanse en Romaanse talen.

„Ik denk dat het zonneklaar is”, zegt Alexander Lubotsky, hoogleraar vergelijkende Indo-Europese taalkunde aan de Universiteit Leiden, die de zware statistische aanpak zelfs wat overdreven vindt. „We weten dat veel klankveranderingen maar één kant opgaan. De ‘p’ in voorgangers van het Latijnse ‘pater’ (vader) is in het Nederlands en een labiodentale ‘v’ geworden. Maar een ‘v’ verandert nooit in een ‘p’. Ook dat ondersteunt de hypothese dat labiodentalen nieuwer zijn.”

Culturele omstandigheden

Het was de taalkundige Charles Hockett in 1985 ook al opgevallen dat labiodentalen voorkomen in veel Europese talen, maar wereldwijd relatief zeldzaam waren.

„Het is een controversieel onderwerp”, zegt taalkundige Bart de Boer van de Vrije Universiteit Brussel. „In de 19de eeuw nam men aan dat talen en klanken van zogenaamd primitieve culturen simpel waren. In de 20ste eeuw werd deze aanname, gebaseerd op nauw verholen racisme, juist taboe.”

Toch lijken in dit geval culturele omstandigheden, via anatomische veranderingen, invloed te hebben op de taal, zegt De Boer: „Het gaat weliswaar om een kleine groep klanken, en de afzonderlijke onderdelen zijn los misschien niet overtuigend, maar samen vormen ze heel degelijk bewijs.”

Lees de rubriek Durf te vragen: Waarom zeggen Chinezen een l in plaats van een r?
    • Bruno van Wayenburg