Verkoop Parijse vliegvelden valt slecht

Geplande privatisering De Franse regering wil de Parijse luchthavens volledig privatiseren. Maar liberalisering van publieke diensten ligt sinds de ‘gele hesjes’ gevoelig. Vrijdag vindt een laatste stemming plaats.

Het vliegveld Roissy-Charles-de-Gaulle is één van de drie Parijse vliegvelden die ADP exploiteert. Verder is het bedrijf ook actief in het buitenland.
Het vliegveld Roissy-Charles-de-Gaulle is één van de drie Parijse vliegvelden die ADP exploiteert. Verder is het bedrijf ook actief in het buitenland. Foto Etienne Laurent/EPA

Wie met de auto het Parijse vliegveld Roissy-Charles-de-Gaulle nadert, ziet de spandoeken al van verre: ‘Nee tegen de privatisering van ADP’. Ze zijn opgehangen door de vakbonden. Dat die tegen de voorgenomen verkoop van luchthavenbedrijf Aéroports de Paris zijn is wellicht niet verrassend. Dat de door de centrum-rechtse Republikeinen gedomineerde Senaat vorige maand tegen heeft gestemd en dat behalve links nu ook een deel van de sociaal-liberale partij van president Macron mort, is voor de Franse regering zorgelijker.

De Assemblée heeft donderdag ingestemd met de privatisering die 9 à 10 miljard euro moet opleveren. Vrijdag is er een laatste stemming over de wet „voor groei en transformatie van bedrijven” waaronder de verkoop van de vliegvelden is ondergebracht. De regering van premier Édouard Philippe kan het geld goed gebruiken. Het is officieel bedoeld om een innovatiefonds voor Franse techbedrijven te financieren, maar op kortere termijn helpt het ook om de staatsschuld niet boven de symbolische grens van 100 procent van het bruto binnenlands product te laten komen.

Toen de Assemblée in oktober voor het eerst over de wet stemde, was de fractie van Macrons La République en Marche nog massaal voor. Maar de protestbeweging van ‘gele hesjes’ heeft het klimaat voor liberalisering van publieke diensten danig verslechterd. Dat heeft vooral te maken met een door de hesjes vaak bekritiseerde eerdere privatisering van infrastructuur: die van de Franse péages, de tolwegen.

Toenmalig premier Dominique de Villepin haalde daarmee in 2006 14,8 miljard euro op. Dat leek veel, maar volgens de Franse Rekenkamer was het bij nader inzien 10 miljard te weinig. De toltarieven zijn hard gestegen en de opbrengsten vloeien, logischerwijs, niet meer terug naar de staat. De consortia die de concessies kregen, maakten op zo’n 9.100 kilometer weg in 2017 liefst 3,18 miljard euro winst. Dat het bedrijf dat het meest van de privatisering van de wegen profiteerde, multinational Vinci, nu ook de grootste kanshebber is om ADP in handen te krijgen ligt niet goed.

Tarieven Air France-KLM

Het is een „stupide keus”, het „afstand doen van soevereiniteit” en een „strategische fout”, zei parlementslid Valérie Rabault, van de centrum-linkse Parti Socialiste woensdag. Ze wees erop dat in alle grote EU-landen, behalve het Verenigd Koninkrijk, vliegvelden in overheidshanden zijn. „Een monopolie moet je nooit privatiseren, leren onze liberale principes”, vindt Republikeinen-leider in de Senaat Bruno Retailleau. Topman Ben Smith van Air France-KLM, de belangrijkste gebruiker van de Parijse vliegvelden, waarschuwde in de Senaat al voor eventuele negatieve gevolgen van privatisering. De Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij vreest hogere luchthaventarieven.

Lees ook de reportage: ‘Als Macron niet opstapt, is alles voor niets geweest’

Frankrijk heeft nu nog 50,6 procent van ADP in handen, Vinci heeft 8 procent. Ook Schiphol Group bezit 8 procent en op zijn beurt zit ADP sinds 2008 voor 8 procent in het Nederlandse luchthavenbedrijf. In 2018 leverde ADP de Franse staat 174 miljoen euro aan dividend op. Volgens de Franse Rekenkamer is het belang „op korte, middellange en lange termijn” een „weinig risicovolle investering” vanwege „de positieve perspectieven voor het luchtverkeer”.

Maar het staatsbeleggingsagentschap APE (Agence des Participations de l’État), dat met belangen in meer dan tachtig bedrijven voor 110 miljard euro aan aandelen beheert, moet zich van Macron beperken tot echt strategische activiteiten. En ADP is dat, net als het ook te verkopen staatsgokbedrijf La Française des Jeux, niet.

ADP ‘kan beter’

Het is niet aan de staat „om taxfreeshops, restaurants of hotels te managen”, zei minister van Financiën Bruno Le Maire eerder. En al helemaal niet in verre buitenlanden. Want ADP beheert niet alleen de Parijse luchthavens Roissy, Orly en Le Bourget, maar heeft ook aanzienlijke belangen in vliegvelden wereldwijd (zoals Santiago, Istanbul en Luik) en bouwde via dochterbedrijf ADP Ingénierie vliegvelden van Kairo tot Doha en Shanghai. De omzet van ADP stijgt al jaren, tot 4,5 miljard euro in 2018. 70 procent van de winst komt uit buitenlandse activiteiten.

Air France en andere maatschappijen klagen intussen al lang over de gebrekkige organisatie op de Parijse vliegvelden. „We zijn er niet trots op”, zei premier Philippe woensdag, maar „de manier waarop Aéroports de Paris functioneert kan beter”. Een volledig private eigenaar moet met de overheid als toezichthouder investeringen doen die de laatste jaren in Parijs achterwege zijn gebleven.

Een monopolie moet je nooit privatiseren

Bruno Retailleau, Republikeinen

Écht strategische zaken, zoals grenscontrole of luchtverkeersleiding, blijven gewoon in handen van de staat, zei Le Maire deze week in een poging twijfelende parlementariërs over de streep te trekken. Om onder andere Air France-KLM tegemoet te komen, is in de herziene versie van de wet besloten dat de exploitant van de vliegvelden iedere vijf jaar met de Franse staat om de tafel moet voor onderhandelingen over de tarieven. Le Maire spreekt inmiddels niet meer van „privatisering” maar van een „concessie”: na zeventig jaar komt ADP in principe weer in handen van de staat. „Dat is geen eeuwigheid.”

Schiphol zegt de ontwikkelingen „op de voet” te volgen. „Ons doel is onze strategische samenwerking met ADP voort te zetten en een belangrijke aandeelhouder te blijven.”

    • Peter Vermaas