Recensie

Recensie Muziek

Steve Gunn speelt zichzelf zo in trance dat hij schrikt van applaus

Met zijn geraffineerde en bezwerende space-folk bracht gitarist Steve Gunn Het Paard in collectieve hypnose.

Steve Gunn vorig jaar op het Primavera Sound Festival in Barcelona.
Steve Gunn vorig jaar op het Primavera Sound Festival in Barcelona. Foto Jordi Vidal/Redferns

Steve Gunn ziet eruit alsof hij altijd wind mee heeft. De Amerikaanse gitarist – uiterlijk een soort kruising tussen Spinvis en Thom Hoffman – heeft een nonchalant gestyled kapsel dat permanent naar voren lijkt te zijn gewaaid. Maar droevige ogen en een diepe frons verraden toch de nodige tegenwind. Zo klinkt Gunn ook: vertwijfeld tot licht wanhopig, alsof hij het ook niet meer weet, hoe diep hij ook over de dingen heeft nagedacht.

Hij was ooit een ‘Violator’, achtergrondmuzikant bij Kurt Vile and the Violators, maar verkoos een solocarrière. Vergeleken met zijn voormalige broodheer klinkt Gunn geraffineerder en experimenteler. Waar Vile graag eindeloos lang in loom geneuzel blijft hangen, gaat hij juist op zoek naar de uithoeken van een liedje.

Met zijn meanderende space-folk brengt hij de kleine zaal van het Paard in collectieve hypnose. De liedjes van zijn laatste album The Unseen in Between krijgen live nog meer dynamiek. Na het bescheiden couplet met bedwelmend gitaargetokkel van ‘Lighting Field’, tillen de galmende akkoorden het refrein op, zoals in de beste Wilco-nummers. Soms, als het echt gaat jengelen, hoor je zelfs even Sonic Youth, maar dan zonder de noise.

Gunn en zijn begeleidingsband (met broer Tom op bas) spelen alsof ze zelf ook niet weten hoe of wanneer het zal eindigen, dat bepaalt het liedje straks zelf wel. Als ze zichzelf vervolgens voor de zoveelste keer in trance hebben gespeeld, lijken ze wakker te schrikken van het applaus – ook al komt dat van nog geen honderd man.

Enige minpuntje: uitgerekend in het mooiste nummer van de laatste plaat – de oorlogsballade ‘Stonehurst Cowboy’ over het Vietnamverleden van hun vader – raakt de bassende broer het spoort volkomen bijster, waarna hij tot overmaat van ramp zijn versterker nóg harder zet. Maar voor zulke uitglijders had Gunn zich al bij voorbaat ingedekt: „Dit is de tweede show van de tour. We zijn alles nog een beetje aan het uitzoeken.”